Parlement en kabinet: pak je rol in democratie

Het kabinet gaat simultaan aan tafels zitten met de vijf ‘constructieve’ oppositiepartijen (C5), werkgevers en vakbeweging. Na een week tovert minister Dijsselbloem enkele elegante compromissen uit de hoge hoed. Nederland heeft het weer geflikt: zonder stakingen een breed politiek-maatschappelijk akkoord. Vertrouwen alom. En zij groeiden nog lang en gelukkig.

Het zou prachtig zijn als het waarschijnlijk was. Maar niemand ziet hoe de puzzel kan passen. Terwijl iedereen deze week z’n best deed. De premier was bij de Algemene Beschouwingen op dreef als een goedgemutste hotelier, thuis in ieder onderwerp. En ook de mannen van de C5 en VVD-fractievoorzitter Zijlstra waren actief, praktisch en tegemoetkomend.

Na twee dagen praten werd donderdagavond in de Tweede Kamer afgesproken een extra week praten in te lassen opdat de week daarna gericht verder gepraat kan worden. Met hoogstens de suggestie van mogelijke concessies - zonder samenhang - op gebieden als kinderopvang, geheime dienst, onderwijs en arbeidsgehandicapten. Het laatste akkoord dat effect heeft is het brede Kunduz-akkoord van na de val van Rutte-I.

Kan nog iemand ontkennen dat het Nederlandse stelsel van vertegenwoordigende democratie in de touwen hangt? Zeker in crisistijd zijn de spelregels ontoereikend. Een gedeeld besef van de essentie van democratische bestuur ontbreekt. D66-leider Alexander Pechtold was de enige die er hardnekkig op wees. Het maakte hem niet populair bij de rest van de Kamer.

Het kabinet heeft het afgelopen jaar overal naar draagvlak buiten de Kamer gezocht en akkoorden gesloten over energie, onderwijs, zorg, wonen en pensioenen. Met werkgevers en werknemers sloot het een Sociaal Akkoord om de Nederlandse overlegtraditie te redden.

Maar wie buiten het parlement wil regeren, beneemt de parlementaire besluitvorming evenzoveel armslag. „We hebben geen corporatistische samenleving”, was de politiek-correcte verdediging van de premier. Het zijn parlementaire meerderheden, niet sociale partners of andere verdedigers van meningen en bedrijven die hier de dienst uitmaken. Maar toch wilde Rutte zijn draagvlakjes niet loslaten.

Liefde voor de netwerksamenleving of lippendienst aan ‘het primaat van het parlement’ redden de parlementaire democratie niet. Akkoorden zijn eerder een signaal van het probleem dan de oplossing. Alle als bindend gepresenteerde akkoorden met niet-gekozen organen symboliseren een vlucht uit de democratie.

Ook regeerakkoorden zijn symptomatisch voor een democratie die zichzelf niet vertrouwt. Zij bevriezen grote delen van het parlementair overleg bij voorbaat. Alles wat daarin is afgesproken of taboe verklaard, mag in de Kamers niet meer wezenlijk worden besproken. Terwijl de feiten zich dagelijks ontwikkelen.

De optelsom van regeerakkoord en al die buitenparlementaire akkoorden levert op dit moment een incoherent, vierdimensionaal bouwwerk op. Geen wonder dat niemand overziet wat er allemaal is afgesproken. Laat staan dat iemand weet hoe de botsende details moeten worden verzoend. Als dat Dijsselbloem lukt, heeft hij een politieke meesterproef volbracht die verstrekkende consequenties kan hebben.

De minister van Financiën belichaamt een van de de meest in het oog springende rolconflicten. Hij wordt als binnenlands schatkistbewaarder meer gehinderd dan gesteund door zijn rol als voorzitter van de Eurogroep. Hij is de laatste die soepelheid in Brussel kan vragen. Als prominent vertegenwoordiger van de partij die het meest bloedt, zeker als CDA en D66 meer invloed krijgen, zou Jeroen Dijsselbloem best willen luisteren naar prominente economen als Bas Jacobs en Flip de Kam, die in het economenblad ESB wijzen op de nadelen van het beleid dat het kabinet hardnekkig verdedigt.

De rolverwarring gaat bij veel deelnemers aan het Haagse spel verder dan regeringsverantwoordelijkheid versus partijbelang. Alle bewindslieden worstelen met de sterk geërodeerde rol van de overheid: het Rijk trekt zich al jaren terug, laat van alles over aan hele en halve marktpartijen, maar moet zich wel verantwoorden voor wat er misloopt.

Hoe kan minister Schultz van Haegen straks een miljardeninvestering in een hoge snelheidslijn rechtvaardigen als de ‘eigen’ maar zogenaamd private NS de moed opgeeft en er over wil gaan boemelen? Wie is hier de baas?

Een ander geval van rolgêne: minister Hennis van Defensie. Zij kan er vrij weinig aan doen dat in vier jaar een kwart van de defensiebegroting is geschrapt. Maar als trouw VVD-lid van Rutte II kan zij haar hoofdrol als minister van landsverdediging niet anders waarmaken dan door de publicatie van een muizenota die de last van een visie niet kan dragen.

In de Kamer waren meer rolzoektochten zichtbaar. Reserve-premier Samsom was het kennelijk ontwend als Kamerlid, zelfs fractieleider te opereren. Op geen enkel moment toonde hij gevoel voor het staatkundige vacuüm waarin het kabinet zweeft. Terwijl juist hij in de Kamer enige vrijheid van reflectie heeft, zoals VVD-fractievoorzitter Bolkestein die tijdens Paars I (1994-1998) loyaal maar effectief benutte.

Ook CDA-leider Buma was merkbaar op zoek. Na maanden vrijwel totale oppositie had hij een impliciete uitnodiging tot heronderhandeling van regeerakkoord en begroting 2014 neergelegd. Als het kabinet verwachtte dat de oude CDA-reflexen pro polder hem plooibaar zouden maken, kwam het bedrogen uit. Met zijn 11 Eerste Kamer-zetels in de achterzak balanceerde Buma tussen macht en vrijheid. Niks middenveld.

Als het werkte was het huidige macraméstelsel innovatief. Zolang het niet voldoet valt te overwegen het tweekamerstelsel van de Grondwet te laten werken. Met dank voor ieders advies.

U kunt de auteur mailen via opklaringen@nrc.nl