‘Oppassen dat we niet meer collega’s dan geliefden worden’

Heleen Gans

en

Onk Maas

hebben samen vijf bedrijven en werken elke dag vanuit hun verbouwde grachtenpand, dat ook een bed and breakfast heeft. Zij doet boodschappen, hij kookt. „Ik beaam dat ik een slechte huisvrouw ben.”

Heleen Gans: „Ik denk dat de wereld vergaat als iets niet helemaal is uitgepraat.” Foto David Galjaard

‘Hij stapte zo mijn leven in’

Onk: „We hebben elkaar acht jaar geleden via een vriend leren kennen. Het was gelijk raak. Ik had een periode met wat korte relaties achter de rug, maar bij Heleen wist ik onmiddellijk dat het lang ging duren, dat heb ik ook tegen haar gezegd.”

Heleen: „Na twee jaar trok hij bij mij in. Ik woonde in het huis dat ik met mijn ex-partner had, mijn zoon woonde nog bij me.”

Onk: „Voor haar kinderen was dat niet makkelijk. In een andere relatie heb ik ook al twee kinderen mee opgevoed van hun zesde tot hun zestiende. Ik heb het deze keer voorzichtig en rustig aangepakt. Veel minder opdringerig, ik werd langzaam deel van het geheel.”

Heleen: „Hij stapte zo mijn leven in, dat is anders dan dat je samen ergens begint. Mijn huis was gevuld met geschiedenis. We hebben het daarom onlangs verbouwd, maar daar heb ik naartoe moeten groeien: de groezelige kinderhandjes op de muur zouden overgeschilderd worden. Maar nu voelt het voor Onk ook als zijn huis.”

Onk: „Voor Heleen was het slikken, voor mij voelde het als een nieuwe start. We wonen in een bescheiden grachtenpand. Op onze etage hebben we een badkamer laten maken, zodat we hier oud kunnen worden. Op de etage erboven hebben we een bed and breakfast, en daarboven woont de zoon van Heleen met andere studenten.”

‘Weekends voor 40-plussers’

Onk: „We werken allebei thuis, hebben allebei een grote tafel. Als we met elkaar communiceren ziet het er heel kantoorderig uit.”

Heleen: „Onze bedrijven komen voort uit eigen ervaringen. Als coaches begeleiden we mensen met samengestelde gezinnen. Met de verpleeghuiszorg gingen we ons bemoeien toen mijn moeder het heel slecht had gehad: we helpen met ons bedrijf Van Goede Huizen medewerkers en familie van bewoners om de samenwerking te verbeteren. En toen ik merkte dat mijn vader het moeilijk vond nieuwe mensen te ontmoeten, bedachten Onk en ik het Stamhotel. We huren een hotel af en organiseren daar weekends voor 40-plussers, met een programma van toneel, workshops en lezingen.”

Onk: „We zeggen al jaren tegen elkaar dat we vaker naar het theater moeten gaan. Sinds we het Stamhotel hebben doen we dat ook, omdat je veel dingen moet zien om ze in te kunnen huren.”

‘Alleen een wekker als het moet’

Heleen: „Onk heeft wel eens vastgesteld dat ik een slechte huisvrouw ben, maar dat beaam ik ook.”

Onk: „Dat is niet erg, je hebt hele andere kwaliteiten.”

Heleen: „Ik strijk misschien één keer per jaar, maar gelukkig hebben we een werkster. Onk kookt ook vaker en is een goede klusser.”

Onk: „Maar jij doet weer vaker de boodschappen, dat vind ik minder leuk. Heleen bedenkt dan wat we gaan eten, en ik voer het uit.”

Heleen: „Nu de kinderen uit huis zijn kunnen we zelf onze structuur bepalen. Ik zet alleen de wekker als het moet. En zodra ik ben opgestaan, ga ik in mijn kamerjas e-mail lezen.”

Onk: „Dat is het eerste wat ze doet. Ook als ze ’s nachts wakker wordt. Dan zie ik een lichtje.”

Heleen: „Onk gaat daar regelmatig over tekeer. Maar die mail is met ons werk een belangrijk medium.”

Onk: „Natuurlijk. Maar niet dag en nacht. Ik wil in bed liever nog niet over werk praten.”

Onk: „Het vervelende van thuis werken is dat je het continue kunt doen.”

Heleen: „Meestal maak ik de structurerende opmerkingen. Maar ik heb wel geleerd dat van tevoren aan te kondigen. Dan zeg ik: zullen we over een half uur vergaderen?”

‘Vijf naambordjes op de deurpost’

Onk: „Dat we zo actief zijn, heeft met Heleen te maken. Ze is in dat opzicht veel ondernemender dan ik. Ik heb al zoveel gedaan, ik vind het soms wel een beetje veel. Op onze deurpost hangen vijf naambordjes van alle ondernemingen en praktijken.”

Heleen: „Soms zeg ik wel dat we ergens mee moeten stoppen, maar dan is Onk de eerste om dat niet te willen.”

Onk: „Ja, ik wil er niet mee stoppen.”

Heleen: „We hebben een tijd moeten oppassen dat we niet meer collega’s dan geliefden zouden worden. Samen een bedrijf opzetten heeft valkuilen.”

Onk: „Je bent het lang niet altijd met elkaar eens over de zakelijke kant. Zijn we niet te veel aan het investeren? Gaat dit wel lukken? Zulke zaken moeten niet je relatie beïnvloeden.”

Heleen: „Ik wil er dan eerst uitgebreid over praten, we zijn geen mensen die daar makkelijk overheen stappen.”

Onk: „Ik kan sneller weer doorgaan na een conflict.”

Heleen: „Terwijl ik denk dat de wereld vergaat als het niet helemaal is uitgepraat. Maar ik heb inmiddels wel geleerd dat als je even wacht, het de volgende ochtend tot goede proporties kan worden teruggebracht.”

Onk: „Ja.”

Heleen: „En dan moet jij zeggen dat gelijk uitpraten ook wel fijn is.”

Onk: Lacht. „Beide oplossingen werken.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl