Op Mars is alom water te vinden maar leven ontbreekt

Het Marswagentje Curiosity heeft niet gevonden wat iedereen stiekem hoopte

Zelfs het zand op de ogenschijnlijk gortdroge planeet Mars bevat een beetje water. Dat is een van de conclusies van een serie wetenschappelijke artikelen met uitkomsten van het onderzoek met het Marsvoertuig Curiosity (Science, 27 augustus).

Curiosity landde op 6 augustus 2012 in de grote krater Gale. Voor die plek was gekozen, omdat de gegevens van om Mars cirkelende ruimtesondes lieten zien dat hier veel verschillende soorten gesteenten te vinden zijn – onder meer gesteenten die doorgaans onder natte omstandigheden ontstaan.

Tijdens zijn eerste onderzoeksmaanden bekeek Curiosity onder meer een piramidevormige vulkanische steen en het zand dat zich in de luwte van een flauwe rotshelling had opgehoopt. Een beetje van dat zand werd voor nadere analyse met zijn graafarm opgeschept.

Dat analytische onderzoek gebeurt gewoon in het Marsvoertuig zelf. Daar bevindt zich een heel arsenaal aan geavanceerde meetinstrumenten, zoals je die ook in een laboratorium op aarde kunt aantreffen.

Bij het onderzoek worden zeer kleine hoeveelheden van het fijne bodemmateriaal verhit tot temperaturen van meer dan 800 graden. Uit de vluchtige stoffen die daarbij vrijkomen kan worden afgeleid welke chemische verbindingen het materiaal oorspronkelijk bevatte.

Een van de resultaten van de chemische analyse is dat het Marszand voor 2 procent uit water bestaat. Daarnaast kwamen bij de verschillende experimenten significante hoeveelheden koolstofdioxide, zuurstof en zwavelverbindingen vrij.

Verrassend genoeg werden ook sporen van diverse eenvoudige organische stoffen gedetecteerd – stoffen die vaak met levende organismen worden geassocieerd. Het lijkt echter onwaarschijnlijk dat die ook echt in de Marsbodem zitten. De planeet staat voortdurend bloot aan intense straling en oxidatie, waardoor organische moleculen snel worden afgebroken.

De wetenschappers die de meetresultaten van Curiosity hebben bestudeerd vermoeden dat de gedetecteerde stoffen tijdens het verhittingsproces zijn gevormd. Ze zouden het gevolg zijn van reacties tussen niet-organische verbindingen van Mars en een (voor andere onderzoeksdoeleinden) van de aarde meegebrachte organische stof.

Dat illustreert maar weer eens hoe behoedzaam de resultaten van planetair onderzoek moeten worden geïnterpreteerd.

Eddy Echternach