Noord-Holland, Flevoland en Utrecht hadden grote bezwaren...

Minister Plasterk op een bijeenkomst over de ‘megaprovincie’ in Alkmaar, in maart. Foto Olivier Middendorp

Minister Plasterk kondigt zijn plan aan, trekt begin dit jaar de provincies in, en stuit op gemor. Provincies staan nu eenmaal niet bij voorbaat sympathiek tegenover een voorstel dat hun ondergang inluidt. Flevolanders noemen hun provincie ‘uniek’, de Utrechtse Partij voor de Dieren vergelijkt de Randstadprovincie met een kip (‘plofprovincie’), de Provinciale Staten van Utrecht eist een referendum. Maar het gemor is meer dan sentiment. Zelfs Noord-Holland toont zich kritisch, al stond commissaris van de koning Johan Remkes (VVD) er aanvankelijk „constructief in”. Drie grote bezwaren tekenen zich af:

1. Het plan maakt niet duidelijk wat de meerwaarde is van een fusie. Voor welk probleem is het een oplossing? Plasterk zegt wel dat een grotere provincie goed is voor de economie, maar is dat ook zo? Een fusie levert ook niet per se geld op. Het kost eerder geld.

2. Het is onduidelijk of de nieuwe, grote provincies ook nieuwe, grote taken krijgt, want een ‘platte fusie’ is nutteloos. Plasterk had kunnen zeggen: provincies krijgen zeggenschap over meer autowegen. Hij had kunnen zeggen: meer zeggenschap over ruimtelijke ordening. Maar dat laat hij in het midden.

3. Dit is een haastklus. Politieke partijen in de provincie moeten zich fiks reorganiseren. Bestuurlijke en ambtelijke apparaten: idem. Maart 2015 wordt te krap. Laat de minister eerst de tijd nemen om te onderzoeken of er geen alternatieven zijn voor een fusie.