Niet te veel charisma graag

Een vaderfiguur, een crisismanager en een verzoener. Deze soorten leiders komen bovendrijven bij de expert-enquête ‘Wie was de beste premier sinds 1900?’ die NRC Handelsblad samen met de Universiteit Utrecht heeft gehouden. Vadertje Drees, Ruud ‘no-nonsense’ Lubbers en pacificatie-architect Pieter Cort van der Linden komen er als besten uit. Wat maakt hen zo goed?

Kunstenaar Aart van Dobbenburgh portretteert Willem Drees (1886-1988) in 1955. Drees was minister-president voor de PvdA van 1948 tot 1958. Foto Bram Wisman/Hollandse Hoogte

IEen goede premier komt bovendrijven in tijden van crisis en turbulentie. Wie het land leidt in rustig voortkabbelende periodes zoals de eerste helft van de jaren zestig, verdwijnt uit het collectieve geheugen, zo blijkt uit onderzoek van deze krant en de Universiteit Utrecht onder vijftig experts naar de beste premier van Nederland. De premiers die goed scoren in de enquête – Drees, Lubbers, Cort van der Linden, De Jong – regeerden allemaal in crisistijden of in turbulente periodes. Voor een minister-president met historische ambities – Mark Rutte noemde zijn kabinet „een van de beste ministerraden sinds de Tweede Wereldoorlog” en Drees als zijn inspirator – is de huidige crisis dus een ideale uitgangspositie.

Veel deelnemers aan de enquête – politiek biografen, wetenschappers, journalisten – beklemtonen, in hun toelichting op de vragen, het belang van een vruchtbare wisselwerking tussen de premier en zijn tijd. „Het is de verdienste van Cort van der Linden dat hij zijn tijd verstond”, schrijft de publicist Marcel ten Hooven, auteur van een boek over leiderschap na de revolte van Pim Fortuyn. Tussen 1913 en 1918 kon Cort als premier verwijzen naar de revolutionaire situatie in Rusland en de oorlog over de grenzen woedde. Dat kalmeerde gereformeerde, socialistische en liberale heethoofden op eigen bodem, die de vaderlandse politiek decennialang ernstig hadden verdeeld. In 1917 bleek de tijd rijp voor een doorbraak over de splijtende issues van het kiesrecht en de vrijheid van onderwijs.

Enkele decennia later trad een politicus aan die zijn tijd niet alleen begreep, maar er ook mee samenviel. Trouw-journalist Lex Oomkes schrijft over de sociaal-democraat Willem Drees: „Wat karakter en uitstraling betreft was hij de perfecte premier voor de wederopbouw.” Tijdens de zware, armoedige jaren direct na de oorlog maakte zijn ingetogen levensstijl aan de Haagse Beeklaan niet alleen indruk op zijn kiezers. De Amerikanen raakten ervan overtuigd dat hun Marshall-fondsen goed aan deze sobere leider waren besteed.

De waardering van de geënquêteerden voor premiers die intelligent omgaan met hun tijd, sluit aan bij de laatste inzichten in de politieke wetenschap, zegt bestuurskundige Paul ’t Hart. Hij begeleidde de expertenquête en publiceerde een boek over premiers in Angelsaksische landen. Succesvolle premiers ontwikkelen smart power, zegt ’t Hart. „Hard power, zoals het gebruik van formele bevoegdheden en ‘doorzettingsmacht’, of soft power – inspireren en overtuigen – zijn natuurlijk belangrijk. Maar het verschil maak je door slimheid, het vermogen om de tijd en context waarin je opereert te snappen, en je invloed selectief te benutten.”

Vrij Nederland-journalist Thijs Broer schrijft in dit verband vol bewondering over het ‘meeverend’ leiderschap van zijn favoriete premier, Piet de Jong, in de roerige jaren zestig: „Terwijl de studentenrevolte in de andere Europese hoofdsteden tot chaos leidde, wist De Jong in Nederland de harmonie te bewaren. Zo gaat het verhaal dat De Jong een bezetting door studenten van een overheidsgebouw niet verbood, maar wél vooraf de stoelen liet weghalen. Lang duurde de bezetting niet.”

IIEen goede premier beheerst zijn vak Premier-zijn vereist politieke en bestuurlijke vaardigheden die verder gaan dan een toespraak uit het hoofd kunnen voordragen. Perfecte timing, grote kennis van dossiers, invoelingsvermogen en behendigheid, ze kunnen succes en geluk afdwingen. „Onbekwamen hebben zelden geluk”, schrijft hoogleraar bestuurskunde Rinus van Schendelen. Cort van der Linden beschikte volgens hem over de „politieke vakbekwaamheid” om liefst drie splijtzwammen, naast kiesrecht en onderwijs ook de ‘sociale quaestie’, op te lossen.

Andere deelnemers roemen vooral de vaardigheden van Ruud Lubbers. De grote kennis van Lubbers van lopende dossiers, diens tomeloze energie en werklust, zijn vermogen om onderhandelingspartners te laten verdwalen in een rookgordijn van redeneringen; ze worden in diverse bijdragen gememoreerd. Historicus Henk te Velde stelt dat Lubbers mede daardoor „de nieuwe rollen van de premier het eerst werkelijk heeft vormgegeven”.

Als leider durfde Lubbers zijn volk soms ook de waarheid te zeggen; ‘teaching reality’ zoals dat volgens bestuurskundige Paul ’t Hart in internationaal jargon heet. „Nederland is ziek”, zei Lubbers bijvoorbeeld in 1990. Het bleek de aftrap van een lange periode van aanpassingen van de rechten van WAO’ers. De journalist Leonard Ornstein, die werkt aan een biografie van Pim Fortuyn, noemt zijn favoriete premier Lubbers dan ook een „effectief communicator”, een vaardigheid die Ornstein het belangrijkste vindt voor het premierschap.

IIIEen goede premier heeft zijn eigen partij in de hand en staat boven de partijen Bij de start van zijn tweede kabinet, eind vorig jaar, kon premier Mark Rutte ternauwernood een opstand in zijn eigen partij over de zorgpremie bedwingen.

Gezag in eigen kring is een belangrijke voorwaarde om te kunnen uitgroeien tot een minister-president van historische proporties, zo menen veel experts. Met name Drees en Lubbers worden in dit verband genoemd. Ideologische herkenbaarheid, een paar verkiezingsoverwinningen en het vermogen tegenstanders in eigen kring de mond te snoeren, zijn daarbij belangrijke hulpstukken. Pas wiens autoriteit in eigen kring onweersproken is, kan zijn partij ‘meenemen’ in grote historische compromissen. Dat lukte Drees met zijn rooms-rode coalities en leverde Nederland de veelgeprezen sociale wetgeving op.

De historicus Peter Bootsma schrijft hoe Drees partijgenoten als Marinus van der Goes van Naters en Jaap Burger wist te trotseren. Een latere premier, Dries van Agt, kon dat juist niet. Bootsma: „In de biografie die ik over Van Agt schreef, gaf hij toe dat hij Lubbers (destijds CDA-fractievoorzitter, red.) niet durfde te trotseren in de kwestie van het aftreden van minister Andriessen van Financiën”.

Maar gezag in eigen kring is niet genoeg. De echt groten weten ook veel gezag bij andere partijen en hun achterban te verwerven. Groot invoelingsvermogen voor coalitiepartners en hun achterban is essentieel. Dat kan een positie boven de partijen opleveren, en het aureool van staatsman. Drees lukte dat wel, maar Den Uyl niet. Diens tweede kabinet kwam er nooit omdat hij de christen-democraten van zich had vervreemd. Wat betreft Lubbers zeggen veel deelnemers – ook in de publieksenquête – dat ze de CDA-politicus aanvankelijk wantrouwden, of het gedachtengoed van het CDA niet zijn toegedaan, maar hem achteraf wel krediet geven. „De kracht van Lubbers was dat hij zijn tegenstanders respecteerde en bereid was compromissen te sluiten. Ook onder kiezers van andere partijen genoot hij daarom veel vertrouwen”, schrijft de Amsterdamse hoogleraar politicologie Philip van Praag over Lubbers.

IVEen goede premier is over tien jaar nog steeds een goede premier Duurzame prestaties, een robuuste beleidserfenis waar de tand des tijds geen vat op krijgt; het zijn de daden van een premier die in de expertenquête hoog worden aangeslagen. Soms zijn die prestaties hun tijdgenoten van meet af aan duidelijk, zoals bij Cort van der Linden, Drees en Lubbers. Soms blijken ze pas na het verstrijken van de tijd. Zo is de wetgevingserfenis van Piet de Jong (minimumloon, hervorming hoger onderwijs, homorechten) en diens subtiel tegemoet treden van de turbulentie eind jaren zestig pas recent herontdekt en gewaardeerd. De KVP-premier krijgt in de expertenquête veel lof, zelfs van uitdagers van ‘het gezag’ uit die tijd zoals NRC-journalisten Henk Hofland en Hubert Smeets.

Wat betreft de duurzaamheid van zijn reputatie staat Drees steviger dan Lubbers. Mede-ontwerper van de enquête Paul ’t Hart sluit niet uit dat de laatste geprofiteerd heeft van de toevalligheid dat hij premier was toen veel deelnemers politiek bewust werden. „Bovendien reflecteert de waardering voor Lubbers als crisismanager waarschijnlijk ook de zorgen over de huidige crisis.”

Willem Drees kreeg van experts de meeste stemmen en verloor bij het publiek nipt van Lubbers. Uit de motivaties blijkt dat ‘Vadertje Drees’ waarden als solidariteit en gemeenschapszin verpersoonlijkt. Deze idealen hebben blijkbaar hun relevantie niet verloren in een steeds vaker als ‘verweesd’ omschreven samenleving.