Kop kop kop

‘Het vermeerderingsbedrijf had ik zelf opgericht, in 1980. De eieren van onze kippen verkocht ik aan een kuikenbroederij. Daar gingen ze drie weken in de broedmachine, waarna er vleeskuikens uitkwamen. Ik had 25.000 moederdieren en 2.000 hanen.

„De vogelpestuitbraak heeft grote gevolgen gehad. Ik leverde twee keer per week aan een broederij op de Veluwe. Maar zij mochten na de uitbraak de eieren niet ophalen. Ik heb drie maanden lang geen eieren kunnen leveren – terwijl mijn kippen er 20.000 per dag produceerden. Een broedei moet na maximaal zeven tot tien dagen worden ingelegd in een broedmachine, anders komt er geen kuiken uit. Opslaan kon ik niet, daar had ik de capaciteit niet voor. Ik had drie maanden geen inkomsten, maar uiteindelijk is dat na een lange rechtszaak gecompenseerd.

„Mijn bedrijf hoefde niet geruimd te worden, maar ik schrok van de uitbraak. Het werd me erg duidelijk dat een vermeerderingsbedrijf nogal risicovol is. Om die reden ben ik na de vogelpest overgestapt naar de productie van scharreleieren. Maar dat lag me slecht: je hebt veel meer eieren en de bedrijfsvoering is totaal anders. In 2006 ben ik teruggegaan naar de broedeieren. Twee jaar later heb ik het bedrijf verkocht. Ik heb altijd gezegd: ik ga door tot mijn tachtigste. Maar midden in de vogelpestuitbraak had ik er eigenlijk geen zin meer in.”