Ik los problemen vaak net iets anders op dan anderen

Hij financierde de succesvolle musical De Soldaat van Oranje en het bezinningscentrum De Nieuwe Liefde. Een vraaggesprek met ondernemer Alex Mulder, die het liefst vanuit de luwte opereert.

Ondernemer Alex Mulder (1946) is een man van lijfspreuken. Hij doorspekt een gesprek met zinnen als: „Je moet niet naar je toe rekenen, maar van je af.” Of: „Als je een ander niet ziet staan, loop je ook jezelf voorbij.”

Zijn levensmotto’s hebben Mulder veel gebracht. Unique, het uitzendbureau dat hij in 1972 begon, groeide uit tot USG People, een beursgenoteerd uitzendconcern met, op het hoogtepunt, 120.000 werknemers en een omzet van 4 miljard euro. Met een geschat vermogen van bijna een half miljard euro hoort Mulder bij de vijftig rijkste Nederlanders.

Omdat de aandacht bij mensen zoals hij zich vaak richt op hun rijkdom heeft Mulder de publiciteit altijd gemeden. „Het leven gaat niet om geld, maar om vriendschappen”, zegt hij. Als bestuursvoorzitter stond hij nog weleens een financieel verslaggever te woord. Maar sinds hij in 2006 aftrad als CEO van USG People en investeringsmaatschappij Amerborgh oprichtte, verdween hij nagenoeg uit de openbaarheid.

Met Amerborgh boekte Mulder recentelijk een aantal opmerkelijke successen. De door hem gefinancierde musical Soldaat van Oranje is met al meer dan één miljoen bezoekers hard op weg de meest succesvolle Nederlandse theaterproductie ooit te worden. Een andere investering, het softwarebedrijf Ohpen dat de automatisering bij banken op een volledig nieuwe manier inricht, is door Robeco omarmd en is volgens Amazon-technologiebaas Werner Vogels een van de interessantste digitale vernieuwingen. Trotser is Mulder misschien wel op De Nieuwe Liefde, het culturele bezinningscentrum in Amsterdam, dat hij ter beschikking stelde aan priester en dichter Huub Oosterhuis.

Waarom richtte u zeven jaar geleden Amerborgh op?

„In de 35 jaar dat ik USG People leidde, was ik steeds meer bestuurder geworden. Ik wilde weer ondernemen, dingen doen die ik echt leuk vind. Toen er een nieuwe bestuursvoorzitter kwam, heb ik 15 procent van mijn aandelen verkocht om een eigen investeringsmaatschappij te beginnen.

„Ik had nog geen vastomlijnd plan op welke terreinen ik me met Amerborgh zou begeven. Wel wist ik dat ik jonge, bevlogen mensen wilde helpen met het waarmaken van een droom. Als bestuursvoorzitter van USG kreeg ik al heel wat aanvragen van beginnende ondernemers: om te coachen, of commissaris te worden. Maar bij een beursgenoteerde onderneming mag je dat zonder toestemming van de raad van commissarissen niet zelf bepalen. Toen nam ik me al voor: als ik straks zakelijk weer zelf kan beslissen wat ik doe, dan samen met jonge ondernemers. En ik geloof in kunst, een passie van me.”

Amerborgh is dus geen investeringsmaatschappij van…

Gehaast: „...spreadsheets en rekenmodellen. Nee, wij gaan meer uit van het enthousiasme van de ondernemer. Niet dat we blind ergens instappen; ik ben een vangnet, geen hangmat. Maar als wij van een idee en de ondernemer overtuigd raken, stappen we ergens volledig in. En dan denken we niet in cycli, stellen geen rendementseisen en stoppen een onderneming niet vol met geleend geld. En ik mag graag hier en daar wat sturen, omdat ik toch wel enige ervaring heb over hoe de dingen gaan.

„Wij kunnen ons wat meer permitteren. Geen normaal investeringsbedrijf zou ingestapt zijn bij Soldaat van Oranje. Een musical gemaakt door veel niet-musicalmensen met een duur technisch concept, in een theater op een afgelegen vliegveld. Een krankzinnig plan. Maar ik kan mijn eigen geld besteden, zoals ik denk dat het besteed moet worden. En als ik daarmee ook nog kan bijdragen aan een ontwikkeling in de maatschappij waar ik me plezierig bij voel, dan is het mooi.”

Wat is die bijdrage bij Soldaat van Oranje?

„Het verhaal. Hier op kantoor heb ik uitgebreid gesproken met Erik Hazelhoff Roelfzema, de schrijver van het boek. De man was negentig en vertelde vol vuur waarom hij in de oorlog in het verzet was gegaan. Wat zou jij doen: kiezen voor je eigen belang of voor het algemeen belang? Zo belangrijk om dat morele dilemma aan de jeugd aan te reiken, op een andere manier dan via boekjes.”

Veel kenners verklaarden u voor gek: een investering van 9 miljoen euro.

„Ook met een fiasco had ik rekening gehouden. Dat zou triest zijn geweest voor degenen die dan hun baan waren kwijtgeraakt. Maar voor mij niet. Als je zo’n risico niet durft te nemen, moet je er niet aan beginnen. Zo’n project zonder direct winstoogmerk noem ik hier in huis altijd ‘van je af rekenen’. Een ander koopt een Bugatti van een miljoen, ik zet een musical op.”

Van de winst van Soldaat van Oranje kunt u inmiddels wel een paar Bugatti’s kopen.

„Het is gek: als je van je af durf te rekenen, komt het geld soms tóch naar je toe. Toen ik met Unique begon, was een uitzendbureau iets waar mensen tijdelijk voor werkten. Vanaf de eerste dag pakte ik de zaken anders aan. Bij ons was de eerste vraag aan een werkzoekende niet: ‘Wat kan je, wat voor diploma’s heb je?’. Maar: ‘Wat zou je graag willen?’ Als je in mensen investeert, gaan ze niet meer voor een paar dubbeltjes meer ergens anders naar toe.

„De werknemers met wie we begonnen, hielpen ’s avonds voor niks mee met het verbouwen van onze vestigingen. Zo betrokken voelden ze zich bij onze organisatie. Mensen willen nodig zijn, meedoen, ergens bij horen. En dan blijkt dat ze vaak veel meer kunnen dan ze zelf denken.”

Betrokkenheid kweken, met elkaar een doel nastreven, het is iets wat hij van huis uit heeft meegekregen, zegt Mulder. Hij komt uit een gereformeerd vrijgemaakt gezin met vijf kinderen, allemaal jongens. Zijn vader was inkoper van huishoudelijke artikelen. In de Vrolikstraat in Amsterdam-Oost, waar hij een kwartier voor zijn tweelingbroer Henri werd geboren, ging alleen het gezin Mulder op zondag naar de kerk.

Hij had een fantastische jeugd, zegt Mulder: „Mijn ouders waren streng in de leer. Het was gebod en verbod. Maar met de andere kinderen van de Gereformeerde Kerk Amsterdam Centrum vormden we een waanzinnig hechte club. We voelden ons natuurlijk ook uitverkoren, zo waren we opgevoed. Ik had meelij met de niet-gelovige vriendjes uit de straat. Zij gingen naar de hel, wij niet.”

Mulder doorliep de mulo en de hbs en volgde daarnaast, uit eigener beweging, allerlei economische cursussen. Een paar maal probeerde hij onder een baas te werken. Pogingen die steeds strandden op zijn karakter. „Ik was een eigenwijze man. Ik wist hoe het leven in elkaar zat, vond ik zelf. Ik zag altijd mogelijkheden. Als ik ergens veertien dagen aan het werk was, schreef ik een rapport hoe het bedrijf beter georganiseerd kon worden. Ik los graag problemen op. En vaak net iets anders dan anderen.”

Zijn laatste werkgever was een ingenieursbureau. Als 24-jarige directie-assistent schreef hij kort na binnenkomst een plan hoe het bureau succes zou kunnen boeken met detacheren. Collega’s reageerden enthousiast op zijn voorstel. Maar toen Mulder de volgende dag vol verwachting de kamer van de directeur betrad, verscheurde die voor zijn ogen zijn rapport met de woorden: ‘Even voor alle duidelijkheid. Ik ben er voor de grote lijnen, en jij voor de details.’

Mulder: „Als dat zo is, dacht ik toen, dan begin ik met dat plan mijn eigen bedrijf. Een technisch uitzendbedrijf, en daar is Unique uit ontstaan.”

Als zich nu een snotneus aan uw bureau meldt met een rapport waarin staat dat alles anders moet bij uw bedrijf, hoe zou u dan reageren?

„Dat zou ik herkennen. Die zou ik onmiddellijk aannemen. Sterker: bij Amerborgh hebben wij ‘ja’ gezegd tegen wijsneuzen met heel tegendraadse ideeën. Die bijvoorbeeld zeiden: zoals banken hun zaken digitaal hebben geregeld, dat moet anders. Zo ben ik zelf ook: een probleem net iets anders oplossen dan anderen dat doen.”

Welk probleem hoopt u op te lossen met het bezinningscentrum De Nieuwe Liefde?

„Ik hoop dat dat centrum een bijdrage kan leveren aan het maatschappelijk debat. Ik maak me zorgen over de individualisering van de samenleving. Ik las eens: ‘Als iedereen aan zichzelf denkt, wordt niemand vergeten.’ Dat is de politieke realiteit van vandaag: iedereen moet voor zichzelf opkomen. Maar veel zwakkeren kunnen dat helemaal niet.

„Huub Oosterhuis heeft een pamflet geschreven, Red hen die geen verweer hebben. Dat beschouw ik als een opdracht; je moet er zijn voor anderen. En iedereen kan op zijn manier bijdragen aan een betere wereld.”

Dat zegt de man die honderden malen miljonair is, zullen veel mensen nu denken.

„Ja, dat snap ik. Maar ik heb nooit de behoefte gehad om rijk te worden, ook niet toen ik jong was. Soms vraag ik aan jongeren wat ze willen worden. Miljonair. Wat is dat voor raar verlangen?”

Waar ergert u zich aan als u de krant leest of naar het Journaal kijkt?

„Cabaretier Herman Finkers zei het zo mooi: ‘Die buitenlanders zijn te lui om te werken en nu komen ze onze banen inpikken.’ Twee tegenovergestelde beweringen die vaak worden geroepen. In tijden van crisis is voor zulke nare kreten een voedingsbodem.

„Als we praten over buitenlanders valt ook snel het woord ‘tolerantie’. ‘Ik tolereer dat jij anders mag zijn dan ik.’ Dat is arrogant, toch? Wie ben ik om iets goed te vinden? Gelijkwaardigheid, daarover moet het gaan.”

Geert Wilders wilde niet in De Nieuwe Liefde komen debatteren. Bent u niet bang dat het centrum vooral bezocht wordt door gelijkgestemden?

„Het is een druppel op een gloeiende plaat, dat besef ik. Maar dat ontslaat me niet van de plicht om het te doen.”

Tonen politici genoeg leiderschap om aan valse sentimenten weerstand te bieden?

„Dat denk ik niet. Al is het echte antwoord veel ingewikkelder. Politiek is een kwestie van korte termijn. Politici kunnen het zich nauwelijks permitteren om vergezichten te laten zien. Voor nuances is daarom nauwelijks ruimte. Het gaat bijna altijd over heel praktische zaken en over partijbelangen. Dan kun je dus niet de stappen nemen die eigenlijk nodig zijn.”

Toen Dirk Scheringa nog succesvol bankier was, liet hij Den Haag weten beschikbaar te zijn als minister. U houdt van problemen oplossen. Zou u niet willen helpen de crisis op te lossen?

„Dat is een utopie. Als je in de politiek ronduit zegt wat je vindt, word je gekielhaald. Als een oplossing voor een probleem politiek onhaalbaar is, dan gebeurt het niet. In het verleden zijn wel zakenmensen de politiek in gegaan. Maar die verdwenen meestal weer snel. Ik vermoed omdat ze niet de dingen konden doen die ze graag wilden doen.”

U komt tegemoet aan de wens van de overheid om als subsidieverstrekker in de kunstensector actief te zijn. Zo nam u het Compagnietheater in Amsterdam over toen ’t zijn subsidie verloor.

„Op zich ben ik er niet op tegen particulieren te stimuleren meer geld en tijd te besteden aan de culturele sector. Maar wat heeft de overheid gedaan? Met de botte bijl bezuinigd. Er was absoluut geen sprake van een geleidelijk proces. En zo breng je deze belangrijke sector om zeep.”

Op de website van Amerborgh staat al jaren een plan voor een museum, The Next.

„Toen ik in 2006 vertrok bij USG wilde ik Amsterdam een cadeau geven: een museum voor aankomend talent, een cultureel centrum dat 24 uur per dag open zou zijn. Tienduizend vierkante meter op de Zuidas, architect Wiel Arets had er al een indrukwekkend gebouw voor ontworpen. Om het museum een inkomstenbron te geven, hadden we in het plan ook ateliers en winkels opgenomen. Die creatieve bedrijvigheid leverde jarenlange gevechten op over de prijs van de grond. Betwijfeld werd of het gebouw wel recht had op de lagere grondprijs voor culturele bestemmingen. Onbegrijpelijk. Het cadeau is aangeboden, maar het is nooit uitgepakt.”

U houdt zich in, is mijn indruk.

„Het ergert me mateloos. Dat museum had er allang kunnen staan. In 2006 mochten we in het Van Gogh Museum laten zien wat voor jonge kunstenaars we in The Next wilden tonen. Dat werd een expositie met twintig toen nog redelijk onbekende jonge kunstenaars. Zestien van hen hangen nu in musea over de hele wereld.”

U ondersteunt jonge kunstenaars, u maakt zich sterk voor kunst van kunstenaars met een verstandelijke beperking, u geeft uw medewerkers jaarlijks kunst cadeau. Waarom?

„Dat zal de zendeling in mij zijn. Kunst kan je alleen maar leren waarderen als je ermee geconfronteerd wordt. In alle vestigingen van Unique hangt hedendaagse kunst. Hoe vaak ik niet heb meegemaakt dat een nieuwe medewerker zegt: ‘Moet ik daar tegen aan kijken?’ Dan zeg ik altijd: ‘Als het je over drie maanden nog ergert, halen we het weg.’ Al een paar keer vroegen diezelfde mensen me later of ze dat werk mochten kopen. Door te kijken, ga je van kunst houden.”

Komt u nog weleens in de Vrolikstraat?

„Toen ik hoorde dat ons ouderlijk huis werd gesloopt, ben ik erheen gereden. Ik heb toen een paar tegeltjes uit het portiek meegenomen. Die heb ik op een sokkel laten monteren. Met een gedicht over de gastvrijheid in ons ouderlijk huis heb ik die aan mijn broers gegeven.”

Is uw tweelingbroer ook zo’n ondernemer?

„De Unique-werknemers van het eerste uur en ook mijn familie hebben opties van me gekregen. Bij de beursgang hebben zij deze verzilverd. Mijn tweelingbroer is toen gestopt met werken. Maar hij is wel een echte aanpakker en doorzetter, doet veel ontwikkelingswerk. Dus wel ondernemend, maar geen ondernemer. In dat opzicht verschillen we. We zijn dan ook een twee-eiige tweeling.”

Wat als u morgen uw vermogen kwijt raakt?

„Die vraag stel ik mezelf wel eens. Het is makkelijk om te zeggen: ‘Neuhoor, helemaal niet erg.’ Ik ben natuurlijk een bepaalde manier van leven gewend. Maar of ik er echt ongelukkig van zou worden? Ik denk het niet. Ik woon in een prachtig kasteel in België. De meeste tijd breng ik door in het torenkamertje, het kleinste kamertje van het huis. Daar ben ik heel gelukkig. In mijn eentje lees ik daar boeken en drink ik een glas wijn. Dat zou in een klein appartement ook kunnen.”