‘Ik ben door verleden rationeler en harder’

Laamia Elyounoussi

(33) is oprichter en eigenaar van schoonmaakbedrijf Schone Zaak!

Foto Maurice Boyer

Bagage

„Ik heb nooit antwoord gekregen op de vraag waarom ik bij mijn opa en oma in Tanger moest gaan wonen. Ik was twee jaar. Mijn ouders bleven in Nederland, mijn vader werkte als gastarbeider. Waarschijnlijk waren ze van plan terug te keren en wilden ze mij alvast de Marokkaanse normen en waarden meegeven. Ik had de tijd van mijn leven. De school was competitief, ik ook, dat vond ik heel motiverend. Mijn opa was imam en veel van huis, mijn oma huisvrouw en analfabeet. Zodra ik kon tellen, deed ik boodschappen, zorgde dat ze niet werd belazerd. Ik was brutaal, werd gezegd, maar ik denk dat ik vooral jong zelfstandig was.”

Contrast

„Mijn opa en oma overleden een jaar na elkaar, ik werd overgevlogen. Nederland was bevreemdend, een cultuurshock. Als veertienjarige begon ik bij de kleuters in groep 3, ik moest ‘boom’ leren en ‘appel’. Het was december, Sinterklaas kwam langs, en ik kon niet eens vragen: ‘Wat is dit voor onzin?’ Thuis was ik Marokkaanser dan mijn ouders. Ik bad, zij niet meer. De cultuur die ze mij wilden meegeven, hadden ze zelf intussen losgelaten. Soms voel ik het verschil in mentaliteit nog. Als ik zie hoe mijn broertjes en zusjes worden gepamperd, hoe hun brood voor ze wordt gesmeerd, dan denk ik: waar ging het mis?”

Aansporing

„De eerste jaren had ik het moeilijk. Mijn ouders gingen scheiden, het beetje vaste grond onder mijn voeten viel weg. Ik ging bij de politie vanwege de houvast, de kost en inwoning, maar zonder ambitie. Mijn tante, eigenaar van een schoonmaakbedrijf, zei: ‘Je hebt veel capaciteiten, vergooi ze niet. Kom bij mij werken.’ Tijdens een gesprek met een van de schoonmaaksters viel bij mij het kwartje. Ze had lef, was intelligent, maar worstelde met het Nederlands en had daardoor geen enkel perspectief om meer te bereiken. Toen zag ik: al die schoonmakers, dat was ik, Laamia. Ik had mijn doel gevonden.”

Wapenfeit

„Mijn medewerkers krijgen een contract voor drie jaar, het eerste jaar volgen ze naast het werk een taalcursus, daarna meestal een mbo-opleiding. Wij garanderen hun daarna een baan buiten de schoonmaak, bij een van onze klanten, bijvoorbeeld als receptionist. De opleidingskosten verdienen zichzelf terug. Ik heb gemotiveerd en loyaal personeel, dat zorgt voor tevreden klanten. In 2014 zullen 45 mensen hun diploma halen en doorstromen naar een andere baan. Daar ben ik enorm trots op. Ik word soms neergezet als feminist of voorvechter van allochtonen, maar ik ben er voor iedereen die gelooft in zichzelf en keihard wil werken.”

Uitdaging

„Mijn eerste klant vinden was het lastigst. Als starter moet je het vertrouwen nog winnen, bedrijven zagen mij als risico. Ik wilde bovendien meer dan schoonmaakuren verkopen, ik zocht samenwerking, baangaranties. Toch is dat waar mijn klanten voor vallen: via mij kunnen ze een maatschappelijke bijdrage leveren. Ik had 4.000 euro startkapitaal. Het eerste jaar deed ik al het schoonmaakwerk zelf, tot ik zeker wist dat ik mijn personeel altijd kon betalen. Ik besteed veel tijd aan relaties, zit in besturen, houd lezingen. Ik geloof in de kracht van de ontmoeting: als iemand een schoonmaakbedrijf nodig heeft, belt hij een bekende.”

Onthechting

„Ik heb altijd van mensen gehouden. Als ik met gelakte nagels en op hakken van een netwerkbijeenkomst kom, ga ik rustig een uur op de grond met een zwerver zitten praten. Mensen begrijpen dat niet, dat geeft niet, als ik het maar begrijp. Ik ben niet zuur geworden door mijn verleden, wel rationeler en harder. Vrienden zeggen: ‘Je bent net een vent.’ Soms bagatelliseer ik dingen die voor anderen belangrijk zijn, dat is geen positieve eigenschap. Ik ben niet snel diep geraakt, door een ruzie, een verbroken vriendschap. Mensen komen en gaan in het leven, dat is een gegeven. Ik laat mijn geluk niet afhangen van een ander.”

Ambitie

„Mijn bedrijf is mijn leven. Ik sta op en ga naar bed met de mensen voor wie ik moet zorgen, het voelt als familie. Het liefst zou ik ze nog een hbo-opleiding aanbieden, maar ik moet hen loslaten. Ik droom ervan een Schone Zaak! Academie op te richten, zodat ook andere partijen hun werknemers volgens deze filosofie opleidingen kunnen aanbieden. Productiebedrijven, aannemers, het Havenbedrijf. Stel je voor dat ik over vijftien jaar duizend mensen per jaar kan omscholen. Laatst waarschuwde iemand me dat de contacten minder persoonlijk zullen worden als het bedrijf groeit. Dat zette me aan het denken. Hoe hou ik dat vast?”