Goede bio behoeft geen label

Harold Hamersma zit aan zijn werktafel met een Nieuw-Zeelandse wijnpionier.

Rood, wit en soms rosé, Annick Schreuder, 19,99 euro . De Bezige Bij.

Als ik Gordon Russell, de senior winemaker van het Nieuw-Zeelandse Esk Valley, aan mijn werktafel ontvang, valt zijn oog allereerst op een fles van een andere wijnmaker: Le Mont van Alexandre Jouveaux. „Fascinerend”, mompelt hij, terwijl hij de witte Vin de France tegen het licht houdt. „Moet een natuurwijnproducent zijn. Ongefilterd. En wat een prachtige presentatie ook. Die serene fles. Dat kleine witte lakcapsuletje. En wow, ook dat minimalistisch getypografeerde etiket is handwerk. Bovendien lijkt het wel origami. Zo kunstzinnig gevouwen. Is die wijnmaker trouwens goed?”

Ik kan hem geruststellen. Over Jouveaux ben ik enthousiast. Inderdaad is hij een natuurwijnenproducent. En in zijn vroegere leven was hij de fotograaf van Chanel. Sluitertijden maakten echter plaats voor slow wines. Donkere kamer werd duistere kelder. De catwalk een wandeling door zijn wijngaarden in Uchizy, Bourgogne. Zijn ‘Préty’, de wijn die ik eerder proefde, is een prachtige, onverwachte, atypische Chardonnay. In niets het wit dat een Bourgogne-drinker zou verwachten als hij een blanc uit de Mâcon opentrekt. Vandaar waarschijnlijk ook dat Jouveaux ’m als Vin de France afficheert. „Good story”, zegt Russell.

Ook zijn carrièrepad is onalledaags. Russell begon ooit aan een studie stadsplanologie, raakte eind jaren zeventig in de ban van de punkbeweging en vertrok naar Londen. „In 1981 heb ik de Kerst nog in Amsterdam doorgebracht. Maar daar kan ik mij vanwege de hasjcake en joints niet veel meer van herinneren.” Om in zijn levensonderhoud in Londen te voorzien werkte Russell in de kelder van een pub. „Biervaten naar binnen rollen, wijnen in ontvangst nemen, en proeven natuurlijk. Daar volgde ik een dieet van Franse wijnen.” Toen hij halverwege de jaren tachtig in Nieuw-Zeeland terugkwam, was hij dus geen groentje meer. „Met mijn studie was ik gestopt en daarom solliciteerde ik maar als kelderknecht bij een onbekende winery. Toen Nieuw-Zeeland als wijnland overigens nog niks voorstelde.” Het pionieren beviel Russell. In 1988 begon hij het piepkleine Villa Maria, nu het grootste wijnbedrijf in familiebezit met 350 medewerkers. In 1990 werd hij assistent-wijnmaker bij Esk Valley, een van de oudste wineries van het land, die in 1986 door Villa Maria was gekocht. „Sinds 1993 ben ik daar de wijnbaas, en ik zit er nog steeds.”

Herproeven

We besluiten maar eens wat te gaan proeven. Of beter gezegd: te gaan herproeven. De meeste van zijn wijnen heb ik al eerder dit jaar aangereikt gekregen en beoordeeld. Goed beoordeeld. Ik onderstreep nogmaals de frisheid en sappigheid van Esk Valley Pinot Noir 2012 uit Marlborough (circa 14,50 euro). Neem met plezier zijn Sauvignon Blanc uit hetzelfde oogstjaar (circa 14 euro) nog eens door. Zo ook zijn verrassende Chenin Blanc uit Hawke’s Bay (circa 13 euro).

Op de vraag hoe het gesteld is met zijn biologische ambities begin ’ie wat te gniffelen. „Kijk naar de fles van Jouveaux. Daar zit geen bio-logo op. Dat vindt ’ie klaarblijkelijk niet nodig. Ik ook niet. Zo’n beetje alle wijnen van Esk Valley zouden vanwege onze werkwijze in aanmerking komen, maar als ouwe punker ben ik niet zo van de officiële instanties.”

We nemen afscheid. Nu heeft hij nog een vraag voor mij: „Ik ben morgen in Parijs. Welk restaurant en welke winkel moet ik daar hebben voor de beste natuurwijnen?” Ik stuur hem naar Augé, een biologische wijnwinkel aan Boulevard Hausmann (cavesauge.com) en naar Le Boudoir, een bistrot vlakbij de Champs-Élysées (boudoirparis.fr). Ik vrees alleen dat ze daar geen Nieuw-Zeelandse natuurwijnen op de kaart hebben staan.