Gevulde koek en walnut melt

Het begrip reuring is opnieuw uitgevonden op de Nieuwe Binnenweg.

Terwijl Adri van Lieshout knipt, ziet hij via de grote kappersspiegel wie er over de Nieuwe Binnenweg loopt. Elke paar minuten steekt hij zijn hand op.

Christiaan Lifestyle Salon & Spa van Adri van Lieshout zit 22 jaar op de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam. Een Lifestyle Salon & Spa is hij sinds een paar jaar, daarvoor was hij Christiaan Kappers. De uitbreiding van de kapperszaak met schoonheidssalons en een shiatsuruimte past bij de ontwikkeling van de winkelstraat die de afgelopen jaren steeds meer allure kreeg. Hij heeft de Binnenweg door de grote glazen ramen van zijn zaak zien veranderen.

Adri van Lieshout is geen buurtkapper. Zijn klanten komen uit heel Rotterdam en daarbuiten. Zijn zaak staat symbool voor de Nieuwe Binnenweg, een van de langste winkelstraten van Nederland. Zeker voor het eerste deel, vanaf het centrum gezien. Daar zitten winkels die je nergens anders in de stad vindt.

Neem Koekela. De patisserie die afrekende met het slagroomgebak, de moorkop en de mokkaschnitt. Voor de worteltaart, citroenmeringue, walnut melts of caramel shortbread wordt kilometers omgefietst.

Maison d’Arabique heeft lampen en schalen met fijn mozaïek, uit het Verre Oosten. En Caland/Schoen verkoopt pumps en hooggehakte laarzen voor dames met grote voeten. Klanten van buiten Rotterdam kopen vaak in een keer drie paar. Knetter heeft maffe kleding. Drogisterij De Pil zit er sinds 1938 en verkoopt nu voedingssupplementen en natuurlijke geneesmiddelen. Voor bladmuziek gaan Rotterdammers naar Van der Heijde.

Je zou de Binnenweg ook kunnen typeren aan de hand van winkels die er níet zitten: Geen ketens als Blokker, Etos, Hunkemöller, Pearl, V&D of Hema. Winkels die in bijna elke winkelstraat zitten en die geen klant verrassen – al is er dan sinds kort een kleine Kruidvat tussen gepiept.

Niet alles is exclusief. De Birckenstock-schoenenzaak, de Witte Tandenwinkel en de moderne bakkerszaken met robuuste (zuurdesem)broden in de etalage als Het Vlaamsch Broodhuys en Jordy’s kun je elders ook vinden. Maar het zijn geen standaardzaken. En je kunt er ook koffiedrinken en lunchen op Franse terrasstoelen. Ze zorgen voor ‘reuring’, zegt Van Lieshout. „Mensen gaan naar de kapper en spreken daarna af met een vriendin.”

De Nieuwe Binnenweg was niet altijd een winkelstraat met reuring. Althans niet de reuring die de winkeliers wilden hebben. Nog niet zo lang geleden was het een achenebbisjstraat, een doorgangsweg met een trambaan en veel verkeer. Veel panden stonden leeg, verpauperden en verzakten. Er werd gedeald en getippeld. Tegen de schemer reden automobilisten langzaam door de straat, draaiden het raampje naar beneden en vroegen: ‘Héé jij! Hoeveel?’ „Je kon ook wel lachen met die meiden”, zegt Van Lieshout. Ze mochten bij hem binnen om te plassen. Maar klanten voor zijn zaak trokken ze niet.

Belwinkels

De tippelzone werd in 1994 verplaatst naar de Keileweg, de Nieuwe Binnenweg opgeknapt. De straat werd opnieuw ingericht, de winkelpanden gerenoveerd. Ondernemers die investeerden, kregen subsidie van de overheid. Niet investeren was overigens geen optie. Winkeleigenaren die niet meededen werden uiteindelijk onteigend. Coffeeshops, belwinkels en vage kapperszaakjes zitten nog steeds op de Binnenweg tussen traiteur en bloemenwinkel. Maar shabby zaakjes hebben niet meer de overhand.

In de net verschenen kroniek Binnenweg 1260-2013 is de straat door de eeuwen heen schitterend in beeld gebracht. Over de laatste jaren schrijven de samenstellers: „De Binnenweg is van probleemstraat langzaam maar zeker een trendy winkelstraat aan het worden.” Wel trendy op z’n Rotterdams trouwens. Überchic is het niet. De tweeverdieners met geld en de pas afgestudeerden op wie de winkeliers azen, mengen zich met bewoners uit de sociale huurhuizen uit de achterliggende wijken. Gothics die bier drinken voor de gothic-kledingzaak Black Widow, bakfietsmoeders, jongemannen die pakken bankbiljetten los in hun broekzak hebben.

Die mix geldt ook voor de winkels. Want Koekela heeft de traditionele banketbakkerij Van Dijk niet weggeconcurreerd. Sterker nog, Van Dijk profiteert ook van de opwaartse spiraal en trekt ook nog steeds klanten die een goede gevulde koek of een appelflap willen. Of een slagroomtaart. Of een gewoon boerenbruinbrood gesneden.

Culinaire feestwinkel

Juist omdat de Nieuwe Binnenweg niet alleen een draagkrachtig publiek trekt, heeft de eigenaar van de ‘culinaire feestwinkel’ Vermeijden wel even diep moeten nadenken of hij zijn winkel wel ingrijpend zou verbouwen. Zou hij het wel terugverdienen? Hij concurreert op kwaliteit en persoonlijke aandacht, niet op prijs. Hij nam de zaak die er al sinds mensenheugenis zat in 2006 met naam en al over van de familie Vermeijden. Hij verbouwde toch en sloopte het verlaagde plafond eruit. Nu doet zijn lichte zaak met vitrines met patés, hammen en worsten uit de hele wereld bijna on-Nederlands aan. Honderden kazen uit binnen en buitenland, mooie wijnen opgestapeld tot het plafond, jams en chutneys. De klanten kwamen en bleven komen. „Ik krijg echt alles binnen. Bij sommigen kun je je afvragen waar ze het geld vandaan halen, maar dat doe ik niet.”

En kapper Adri van Lieshout, heeft die last van de meer dan veertig andere kappers? De Turkse en Marokkaanse kappers, black hair kappers, dames en herensalons, Kinki Kappers. En Schorum, haarsnijder en barbier, waar zaterdag om acht uur al een rij hipsters met bakkebaarden voor de deur staat om door barbiers met armen vol tatoeages geknipt en geschoren te worden. Met het bier op de kapperstafel. Is dat een concurrent? Van Lieshout lacht. „Ik vind het knap hoe ze het doen, maar ik wíl die klanten niet eens binnen hebben.”

Sheila Kamerman