Geen groot optimisme in kabinet over goede afloop

Realiteitszin en lichte somberte. En de bewuste behoefte geen hoge verwachtingen te wekken voor volgende week, als het kabinet gaat onderhandelen met oppositiepartijen over de begroting van 2014.

Zo kon vrijdagavond het beste de stemming in de coalitie worden samengevat.

De day after de algemene politieke beschouwingen, waarin premier Rutte donderdag een algemene bereidheid tot overleg uitsprak, bevestigde enkele betrokkenen in hun vrees dat het kabinet geen geweldige kansen heeft om volgende week een akkoord met de oppositie te sluiten.

De ministerraad stond uitvoerig stil bij de nieuwe situatie. Een essentiële handicap, vertelde vrijdag een betrokkene, is dat het CDA, de grootste oppositiepartij in de Eerste Kamer, op alle mogelijke manieren, ook via de binnenlijn, laat blijken dat de partij niet in is voor een deal.

In het kabinet wordt er daarom al vanuit gegaan dat de enige mogelijke oplossing een akkoord met is D66, ChristenUnie en SGP. Het probleem van die mogelijkheid is dat dit vrijwel zeker een fors gat slaat in het pakket van zes miljard euro extra bezuinigingen dat het kabinet voor het komende begrotingsjaar is overeengekomen.

Daarbij komt dat in de coalitie innige tevredenheid over dit pakket bestaat. Bewindslieden hebben er de afgelopen maanden in nauw overleg met de fractievoorzitters Samsom (PvdA) en Zijlstra (VVD) tot in de kleinste details op gepuzzeld.

Het bevat bezuinigingen die de groei beperkt remmen, zeggen coalitiepolitici, en bovendien zitten er in hun ogen talrijke slimme stimuleringsmaatregelen in, zoals een teruggave van 1,2 miljard euro WW-premies aan de werkgevers.

En als het aankomt op onderhandelen met D66 en ChristenUnie, ontstaat vrijwel zeker het probleem dat die beide partijen veel minder dan de zes miljard van het kabinet willen bezuinigen: de ChristenUnie komt globaal uit op drie miljard euro, D66 op vier miljard. Beide partijen vragen bovendien extra uitgaven, zoals het bekende halve miljard voor onderwijs van D66.

In het kabinet bestaat weinig bereidwilligheid iets af te doen van de eigen zes miljard. Dijsselbloem zou dit niet in Europa willen verkopen, en ook de meeste PvdA-bewindslieden zijn van opvatting dat het verder oprekken van de 3-procentnorm onverstandig beleid zou zijn. De ruimte op dit terrein wordt in het kabinet „klein tot zeer klein” genoemd.

Een soortgelijk probleem is er met de eis van D66 dat het kabinet de arbeidsmarkt versneld hervormt. Deze ‘versnelling’ is niet van ironie ontbloot. De twee maatregelen waarop die hervorming is gebaseerd – verkorting van de WW-duur (naar twee jaar) en versoepeling van het ontslagrecht – stonden al in het regeerakkoord dat VVD en PvdA vorig jaar sloten.

De invoering werd vooruitgeschoven in het sociaal akkoord. Dit was een harde eis van FNV-voorzitter Heerts, die van zijn achterban anders vrijwel zeker geen toestemming voor ondertekening van het akkoord had gekregen.

Voormalig PvdA-Kamerlid Heerts, die persoonlijke risico’s nam met het sociaal akkoord, heeft daarmee ook de loyaliteit van PvdA-leider Samsom verdiend. De PvdA voelt er tegen deze achtergrond, toch al geconfronteerd met dalende peilingen en een kritische partij, weinig tot niets voor om deze eis van Pechtold in te willigen. Ook hier vormt het kabinet vooralsnog een gesloten front.

Al is het evengoed een feit dat VVD’er Zijlstra wel veel voelt voor de eis van Pechtold. Veelbetekenend wordt er in de VVD op gewezen dat Zijlstra in zijn tweede termijn bij de algemene beschouwingen zei dat hij bij het kabinet soms „een gevoel van urgentie’’ mist.

In feite, zeggen ze in de coalitie, ging het bij de algemene beschouwingen deze week vooral om verwachtingenmanagement. Het kabinet, Rutte voorop, wilde onder geen beding de indruk van onbuigzaamheid wekken. Ook omdat de meeste oppositiepartijen hetzelfde doel hadden. Zo genereerden coalitie én oppositie de beeldvorming die ze nodig dachten te hebben.

Tegelijk houdt het kabinet er terdege rekening mee dat de onderhandelingen op niets uitlopen. Daarbij speelt ook mee dat de coalitie op voorhand niet de indruk wil wekken dat de oppositie veel eisen ingewilligd kan krijgen. Pessimisme op dit moment is, behalve een reële inschatting, dus ook de beste voorwaarde om er nog iets van te maken.

Evengoed houdt men er in de coalitie al rekening mee dat, mochten de onderhandelingen volgende week inderdaad mislukken, het toch tot een confrontatie met de Eerste Kamer komt. Over de afloop daarvan bestaat in de coalitie op zijn best een gematigd optimisme.