... en de minister richtte zich in het bijzonder op de Randstad

Er is nog een reden voor de focus van minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) op de Randstad: er wordt al meer dan tien jaar gestudeerd, gediscussieerd en gerapporteerd over ‘versterking van het middenbestuur’ aldaar. Logisch dus, zegt Plasterk, om daar op voort te borduren. Zo was er de commissie-Geelhoed in 2002. Nederland moest zeven provincies tellen. Niet meer. Verander je niets, dan wordt de bestuurlijke inrichting steeds inadequater. „Bestuurlijk Nederland” is een „schot hagel” in Brussel, aldus Geelhoed. „Je raakt er mussen mee, geen groot wild.” Voeg de Randstadprovincies samen, en je betékent iets.

In 2005 lieten acht Randstadbestuurders van zich horen. Vier Commissarissen van de Koningin, en de burgemeesters van de vier grote steden. Ze noemden zich de Holland Acht, want ze waren zo gretig als een gouden roeiformatie. De Randstad was net uit de top-5 getuimeld van succesvolle, grootstedelijke regio’s in Europa. Beland op een beschamende 19de plek. Dit moest anders. Geen ‘bestuurlijke lappendeken’ meer van provincies, stadsregio’s en honderdveertig gemeenten. De Holland Acht riepen het kabinet op tot actie.

De aanmaning liep op niets uit, evenmin als die van Geelhoed. Een pessimistische minister van Binnenlandse Zaken zou zeggen: goede reden om dit dossier met rust te laten. Maar de minister heet Plasterk. Hij ziet dat eerdere papierwerk als een goede voorzet. Maar Zuid-Holland laat hij voorlopig met rust. Anders zou de Randstadprovincie te groot worden.