Een hybride zonder concurrentie

De premiddelbare carrièreman wil een BMW 3, vermoedt Bas van Putten. Maar de Lexus IS is veruit superieur.

Foto Lars van den Brink

Ik rekende op degelijk vervoer dat mensen met talent voor leven saaie kost vinden. Lexus heeft die reputatie nu eenmaal, perfect en geen barst aan. Deze keer hoef ik me niet te excuseren voor mijn duffe smaak. De nieuwe Lexus IS300h is een overdonderend geraffineerde auto, de eerste viercilinder hybride met de X-factor.

Moedermerk Toyota heeft met de Prius als hybridepionier een voorsprong op de concurrentie opgebouwd die het vergroot door steeds meer modellen in hybride versies aan te bieden. Over de zin van hybride Lexussen kon je tot nu toe twisten. De kleine Lexus CT200h was als Prius in een luxe jas even spatzuinig als het origineel, maar de grotere GS en LS-modellen onderscheidden zich niet met spectaculaire verbruikscijfers. In de IS zijn de hybride techniek en een meevallende instapprijs van 37.000 euro voor het eerst onweerlegbare verkoopargumenten in de hogere klasse. De auto loopt gemakkelijk 1 op 16, als je je best doet 1 op 18. Dat is op een spaardersmarkt in theorie het halve werk, half in die zin dat een BMW 320i EDE voor ongeveer dezelfde prijs hetzelfde verbruikt met een gewone benzinemotor. Anderzijds biedt de hybride Lexus zo’n uitzonderlijk comfort dat je hem niet met BMW’s mag vergelijken. Terecht heeft de importeur ervan afgezien de zescilinder- en dieselversies van de IS in Nederland op de markt te brengen. Als hybride heeft hij geen hinder van concurrentie, die is er op dit niveau nog niet of nauwelijks.

De IS wordt aangedreven door een 2,5 liter benzinemotor met 181 pk en een elektromotor met 143 pk. Die cijfers mag je bij hybrides niet klakkeloos bij elkaar optellen, maar door de manier waarop ze samenwerken zijn de motoren samen goed voor een inzetbaar vermogen van 223 pk. In combinatie met de CVT-transmissie is de tandem sterk genoeg om de auto zonder enige inspanning en in serene rust te verplaatsen. Of dat voldoende is hem in Europa tot een succes te maken?

Dan moet hij mooi gevonden worden. Of hij dat is, weet ik niet. Hij heeft een hoog schots-en-scheefgehalte met zijn zandlopervormige grille en de dorpellijn die voor de achterwielen schuin omhoog wijst naar de achterlichten waarvan de uiteinden diep in de flanken priemen. Er zou een reden achter kunnen zitten. De Japanse designbaas van Toyota/Lexus heeft me eens uitgelegd dat hij soms bewust disharmonie creëerde om het oog op scherp te zetten. Als dat de inzet was, is het gelukt; de blik blijft aan de auto kleven. Binnen is hij prachtig. Daar wachten heerlijke stoelen en een sublieme geluidsinstallatie die strijkkwartetten en pianosonates niet over een hoge geluidsdrempel hoeft te tillen; hij is doodstil.

Tussenauto

Zijn probleem is de doelgroep. Dit is een auto in het D-segment van grotere sedans. Dat is een moeilijke klasse waar vertoon van zuinigheid gevoelig ligt. Kort door de bocht is hij bedoeld voor premiddelbare mannen halverwege de carrièreladder die de Golf ontstegen zijn en onderweg naar een BMW 5-serie in de markt zijn voor een extraverte, competitieve tussenauto. Daar is het lastig oogsten voor een merk dat niet kan bogen op het prestige van de Duitsers, die hun waar verkopen op imago. De koper wil een BMW 3-serie of een Audi A4, een grommend lifestyle-instrument met veel rubber en lichtmetaal. Goed, dan doet hij een BMW. Maar die heeft voor deze prijs geen 223 pk en niet de onbetaalbare rustgevendheid die ik in deze prijsklasse niet eerder proefde. De IS is zo uitgebalanceerd dat hij langzamer en luier aanvoelt dan hij is. Zijn grootste verdienste is dat zijn kwaliteiten zich niet in cijfers laten uitdrukken. Rijden, echt rijden, kan hij net als de vorige IS trouwens heel goed. Ik ben geen 35-jarige carrièrehaan met een racelicentie, maar naar mijn overtuiging stuurt hij even superieur als een BMW. Ik zou er hard mee durven rijden – maar ik heb Beethoven aan boord, mijn waarde leasecoureurs.

Alles is goed aan deze auto, op twee details na. Kritiekpunt één is de bediening van de temperatuurregelaars, staafvormige touchpads waar je met je vinger overheen moet swipen. Daar lonken de Japanners naar een smartphonegeneratie die de IS toch geen blik waardig keurt, dus ik raad Lexus aan voor duffe draaiknoppen te kiezen. Hetzelfde geldt voor de muis voor het multimediasysteem, een gruwelijk wiebelding waar je aan zit te morrelen als aan een dolle kraan. Niettemin: de fijnste cruiser in zijn klasse.