‘Douchen is een fijne verslaving’

Ze leek voorbestemd om bij een maatschap-pelijke organisatie de wereld te gaan verbeteren. Maar ze promoveerde op duurzaamheidsmanagement en koos voor een multinational.

foto ANP

Haar dochter van zes bleef maar gillen. „Mama, mama, dat is toch slecht voor de ijsberen!” Tijdens hun kampeervakantie, afgelopen zomer, stormde haar dochtertje de douchegebouwen op de camping binnen om de gasten erop te wijzen dat ze te lang aan het douchen waren. „Die mevrouw heeft al meer dan tien keer op het knopje gedrukt, schreeuwde ze verongelijkt. En ik? Ik hield wijselijk mijn mond.”

Anniek Mauser (44) schiet in de lach als ze eraan terugdenkt, maar op het moment zelf voelde ze zich vooral ongemakkelijk.

Er zullen weinig zesjarigen zijn met zo veel duurzaamheidsbesef. Dat Mausers dochter zowat droomt over ijsberen op smeltende ijsschotsen komt wel ergens vandaan: haar moeder is directeur duurzaamheid bij levensmiddelenconcern Unilever. ‘Sustainability Director Unilever Benelux’, staat op haar visitekaartje.

Unilever is een voorloper op duurzaamheidsgebied. Onder leiding van bestuursvoorzitter Paul Polman heeft de producent van onder meer Magnum, Lipton, Knorr en Dove zich drie jaar geleden ten doel gesteld zijn effect op het milieu te halveren – terwijl het zijn omzet wil verdubbelen. Mauser is, naast Polman, het ‘duurzaamheidsgezicht’ van Unilever in Nederland.

Nooit overwogen de politiek in te gaan?

„Nee, nooit”, zegt ze stellig. „Dat is geen match.” Dan aarzelt Mauser even. „Ik moet oppassen hoe ik me uitdruk. Laten we het erop houden dat ik te ongeduldig en te weinig diplomatiek ben.”

Zijn bij Unilever geen geduld en tact nodig?

„Ik ben in die twaalf jaar dat ik hier werk tegen genoeg muren aangeknald. Dat hoort erbij als je systemen wilt doorbreken. Als iets niet lukt, is het de kunst om het niet persoonlijk op te vatten. Je moet leren dingen op een plankje te leggen. Soms moet je diep ademhalen en denken: oké, nu lukt het niet, maar misschien is de tijd hier over twee jaar wel rijp voor.”

Dus u bent tóch geduldig?

„Ik ben vooral wijzer geworden. In mijn beginjaren kon ik als een naïeve jonge hond ergens zó induiken, dat mensen gek van me werden. Dan dachten ze: ‘Daar heb je háár weer met haar waterhyacintenproject’. Ik heb leren doseren. Ik weet nu wanneer ik moet stoppen. Passie kan ook een valkuil zijn.”

Hoe bent u bij Unilever terechtgekomen?

„Ik heb ooit een proefschrift geschreven over duurzaamheidsmanagement in bedrijven. Toen heette duurzaamheid overigens nog gewoon milieu. Daarna zag ik mezelf wel bij een ngo [maatschappelijke organisatie, red.] gaan werken, of bij een adviesbureautje. Maar door dat proefschrift kreeg ik een baan bij Unilever aangeboden. Mijn omgeving keek wel even vreemd op: ‘Onze idealist? Naar Unilever?!’ Maar het was een bewuste keuze: als ik echt verschil wil maken, kan ik beter voor een multinational werken met een enorme schaalgrootte.”

U wordt wel de ‘ngo binnen het bedrijf’ genoemd. Is dat een compliment?

„Ja, zo zie ik dat wel. Ik moet mensen confronteren, een spiegel voorhouden. Uiteindelijk wordt dat gewaardeerd, op het moment zelf niet altijd. Dat is logisch. Als ik geen wrijving en spanning oproep, doe ik mijn werk niet goed.”

Ngo’s hebben regelmatig kritiek op Unilever. Vorige week leverde Milieudefensie oerwoudvrij ijs af bij het Unilever-kantoor omdat de koeien die de melk leveren voor de Magnum-ijsjes Zuid-Amerikaanse soja te eten krijgen.

„Wat Milieudefensie doet is de consument een schijnoplossing voorhouden: ‘Als je regenwoudvrije Magnums eist, dan komt alles goed’. Nou, was het maar zo simpel. Wij kiezen voor soja uit Zuid-Amerika, omdat wij op basis van feiten – en niet op basis van sentimenten – beoordelen, dat soja uit Europa op dit moment een grotere negatief effect op het milieu heeft. Tegelijkertijd werken we aan een oplossing op wereldschaal. Ik heb meerdere keren bij Milieudefensie aan tafel gezeten. Ze wéten dat wat ze eisen onhaalbaar is, maar dat ons hogere doel hetzelfde is. Dat ze ons dan toch zo aanvallen, dat steekt wel.”

Bent u het ook weleens – stiekem – met een organisatie eens?

„Qua inhoud zitten we bij Unilever redelijk op één lijn met de ngo’s. Maar soms moet je concluderen dat je het niet eens bent over de weg ernaartoe. Je moet compromissen sluiten, je kunt niet alles tegelijk verbeteren. Wat me frustreert is dat partijen per se tegen ons aan willen trappen om hun eigen bestaansrecht te bewijzen. Daarmee stompen ze geëngageerde consumenten af. Dat kunnen we ons met zijn allen helemaal niet permitteren.”

Veelgehoorde kritiek is dat multinationals als Unilever zelf de veroorzakers zijn van het probleem waaraan ze nu een eind willen maken.

„Ik wil niet pedant klinken, maar dat is wat naïef. Bedrijven als Unilever kunnen door hun omvang een uiterst efficiënte productieketen organiseren, waardoor basisproducten voor een zo laag mogelijke prijs voor zo veel mogelijk mensen ter wereld beschikbaar zijn. Het blind ageren tegen multinationals gebeurde vroeger meer dan nu, maar het komt nog steeds voor. Veel mensen hebben vooroordelen over ons. Volgens mij getuigt dat van een gebrek aan kennis van hoe het echt in elkaar steekt.”

Consumenten lijken zich steeds bewuster te worden van wat er in hun voeding zit. Wat merkt u daarvan?

„Soms zit ik op een verjaardag en betoogt iemand dat bewerkt voedsel per definitie slecht is. Want: vol met E-nummers en dus chemisch en ongezond. Nou, dan ga ik die discussie wel aan. Dan probeer ik uit te leggen hoe conserveringsmethodes werken en hoe je vitamines kunt vasthouden. Wat bij consumenten blijft hangen is een eenzijdig, oppervlakkig beeld. De werkelijkheid is niet zo zwart-wit.”

Er is een groeiende vraag naar biologisch voedsel. Dat is voor Unilever een stap te ver?

„Dat is voor ons geen optie. Vanaf het moment dat we begonnen met ons programma ‘duurzame landbouw’, in 1997, was dat duidelijk. Daarmee kun je de wereld niet voeden. We hebben wel biologische soepen, bijvoorbeeld, maar het is niet ons streven om volledig op biologisch over te gaan. We kunnen er wel veel van leren. Bij ons gaat het niet over het volledig uitbannen van pesticiden, maar we kijken wel waar we met natuurlijke pestbestrijdingsmiddelen kunnen werken. Het gaat constant om het zoeken van de balans. Een hele oogst verliezen als gevolg van een pestinvasie is namelijk ook niet duurzaam.”

Wat is het lastigste onderdeel van Unilevers duurzaamheidsplan?

„Het veranderen van het consumentengedrag. Ga er maar aanstaan. Met een opgeheven vingertje vertellen ‘gij zult korter douchen’, is geen populaire boodschap. Douchen is een aantrekkelijke verslaving. Mensen hebben altijd een reden om zichzelf een lange warme douche te gunnen. Bovendien zien zij de negatieve effecten op het klimaat en op de energierekening niet direct. Gedragsverandering is hard nodig. Want bij wasmiddelen en verzorgingsproducten ligt 85 procent van de CO2-uitstoot bij de consument: zij verwarmen water om de producten te gebruiken. Daar hebben wij geen invloed op, het is aan de consument om korter te douchen.”

Een shampooproducent die zegt dat je korter moet douchen – dat klinkt nogal betuttelend.

„Daar zijn we ook huiverig voor. Maar het gaat om de boodschap. Afgelopen week is WaterSpaarders, van start gegaan, het initiatief dat wij met het Wereld Natuur Fonds en de Missing Chapter Foundation [van prinses Laurentien, red.] hebben opgezet. WaterSpaarders is een lesprogramma voor basisscholen over het klimaatprobleem. Het is de bedoeling dat kinderen hun ouders en broertjes en zusjes gaan vertellen dat ze korter moeten douchen, en waarom. Ze maken bijvoorbeeld een eigen etiket voor op een shampoofles, met die boodschap erop. Nederlanders douchen gemiddeld acht minuten; dat moet naar vijf. Te vaak denken mensen ‘wat ik doe, doet er niet toe’. Maar al die kleine veranderingen maken samen een groot verschil.”

Waarom laat u kinderen de boodschap overbrengen?

„Zij zijn de toekomst. Voor hen is het zó logisch dat we zuinig moeten zijn op de aarde. We hebben het programma opgesteld met een groep 9- tot 12-jarigen. Een van hen, een meisje van tien zei letterlijk: ‘Waarom laat je het ons niet vertellen? Grote mensen geloven ons wel’. Briljant.”