De leegte achter Geert die zelden wordt gezien

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen?

Deze week: Wilders en Joram, de nieuwe tweede man

Ofwel: mogelijke opstand als carrièremove in de PVV

Tekst Tom-Jan Meeus, illustratie Ruben L. Oppenheimer

Goed, dat grote debat van deze week had dus amper impact. Veel gezegd, weinig gebeurd. Kabinet en oppositie die willen praten – als dat al nieuws moet zijn. Rutte II blijft een gammel kabinet: niet gevallen en niet gered.

Het machtspolitieke tussenstandje na donderdag is dat Pechtold op winst staat, terwijl Samsom de komende weken hard moet vechten om te beletten dat hij in alleen maar een defensieve positie terechtkomt.

Want nu Buma vrijwel zeker afhaakt voor substantiële steun aan het kabinet, zullen compromissen over grote thema’s (bezuinigingsomvang, inkomensverdeling, lasten, sociaal akkoord) vrijwel altijd afhankelijk zijn van de steun van D66.

Onder Pechtold is die partij in economisch opzicht de erflater van Jan Terlouw, niet Van Mierlo. Terlouw: de man die in 1982 met Den Uyl brak, waarmee hij de werkgelegenheidspolitiek van de PvdA en toenmalig FNV-voorzitter Wim Kok torpedeerde. De eerste breuk van D66 met PvdA en vakbeweging: een manoeuvre die onder Van Mierlo ondenkbaar zou zijn geweest.

Nu dringt ook Pechtold een PvdA-leider keuzes op die hoogst pijnlijk voor de PvdA en zijn zielsverwanten zouden uitpakken: breken met de lage inkomens en/of de vakbeweging. Of breken met het kabinet.

Tegelijk kunnen we nu veilig vaststellen dat Samsom in de formatie, vlak na zijn schitterende zege, dure missers beging. Han Noten, de oud-voorzitter van de PvdA-senaatfractie, beschreef zijn eigen ‘ijzeren wet van Noten’ in deze krant van 26 september vorig jaar: dat een senaatfractie een kabinet nooit aan een meerderheid zal helpen als partijgenoten in de Tweede Kamer tegen een wetsvoorstel stemden.

Niet waar, reageerden ze destijds in de PvdA: overschatting van de senaat, ontkenning van de wil van de kiezer. Noten vertelde me later dat hij de eerste weken van de formatie Dijsselbloem, Martijn van Dam én Samsom waarschuwde. En pas afgelopen donderdag, exact een jaar na Notens NRC-stuk, volgde de erkenning van Samsom (en Rutte) dat Noten dus gewoon gelijk had: anders hadden ze niet zoveel ontvankelijkheid voor praten met de oppositie hoeven tonen.

Een klassiek misverstand is dat leiderschap alleen wordt getest in crises; een vaardige leider kan ook zijn overwinningen uitspelen. Samsom deed dit vorig jaar niet, een ideële keuze: hij was zozeer overtuigd van het belang van oprecht onderhandelen, zonder CDA-achterommetjes, dat hij meteen voor Rutte koos. Wat een opluchting: coalitie op basis van geven in plaats van nemen.

Zo verbond hij zich aan het lot van de premier. En met de stand van de peilingen, en de druk van een diepe buiging voor Pechtold in het vooruitzicht, is duidelijk dat hij nu de gevangene van Rutte is. Een falen van de premier is Samsoms falen. En de coalitie is nu zo zwak dat zelfs het minste dualisme al riskant is: zo klein zijn de kansen voor het eigen PvdA-geluid.

Intussen konden we, nog een veeg teken, de terugkeer van de angst voor Wilders registreren. Als machtsfactor is de PVV-leider uitgeschakeld sinds zijn vertrek, vorig jaar, uit het Catshuis. Maar als agitator maakte hij deze week zijn rentree. En hoe.

Een jaar hanteerden alle partijen in grote debatten hetzelfde tactiekje: negeren die man, laat hem maar schreeuwen, we zeggen lekker niets terug. Binnen de PVV kunnen ze smakelijk vertellen hoe vreselijk hun leider dit vond: een nicotineverslaafde langdurig opgesloten in een rookvrije ruimte.

Dat negeren had een aanvullend voordeel voor de andere partijen. Wilders’ aanhang wantrouwt de traditionele politiek, en felle kritiek uit die hoek bevestigt zijn kiezers in dit wantrouwen. Vandaar dat Rutte tijdens zijn eerste kabinet het debat met Wilders tot het uiterste wilde vermijden. Na de vorming van Rutte II nam iedereen dit over.

Maar nu is Wilders in de peilingen weer structureel de grootste geworden, en dat verandert ook hem. In zijn omgeving beamen ze dat hij Samsom vorig jaar in de campagne niet durfde te attaqueren. Nu wel. En iemand als Buma ziet dat Wilders hem groeikansen in de peilingen ontneemt, dus ook hij voelt de noodzaak het debat met de PVV-leider te openen.

Het droevigste aspect hieraan is het doelgroependenken dat zich ook van het versnipperde partijenlandschap meester heeft gemaakt. De kans dat D66-kiezers op de PVV overstappen is nu eenmaal miniem, en vice versa. Dus als de tv-stations de algemene beschouwingen afdoen met Wilders die Pechtold voor miezerig mannetje uitmaakt, calculeren ze in beide partijen dat dit voor de eigen electorale positie gunstig is. Zo cynisch kan het zijn.

Gelijktijdig is het bijzondere dat media nagenoeg geen energie steken in de gang van zaken binnen de PVV. Wie in die kringen een beetje gaat buurten, komt er al gauw achter dat die partij nog altijd veel gammeler is dan het hele kabinet bij elkaar. Maar bijna niemand die dit weet.

Weinig in Wilders’ openbare optredens is toeval, vertellen zijn intimi: teksten voor een groot debat worden weken tevoren gemaakt, zijn medewerkers denken uit hoe hij zo’n Pechtold zal pareren, hij oefent op alle interrupties. En one-liners schrijft hij in steekwoorden op een wit Kamerbriefje – zodat Bosma en anderen ze kunnen aanscherpen.

De interne paranoia is nooit verdwenen. Met argusogen letten (oud-)volksvertegenwoordigers op de commissie die de kandidatenlijst voor de Europese verkiezingen samenstelt. Onjuiste oude CV’s van mogelijk concurrerende kandidaten gaan verlekkerd rond. En tot frustratie van sommige kandidaten heeft Wilders zich ook in deze commissie gezet, naast de impopulaire Europarlementariër Laurence Stassen en het Tweede Kamerlid Joram van Klaveren.

De laatste is een verhaal op zich. Een kale man (34), hard rechts, oud-VVD’er, oud-leraar, die intern weinig vijanden maakt. Maar ook iemand die na de nederlaag van 2012 met PVV’ers een mogelijke opstand tegen Wilders besprak, vooral omdat hij zich ergerde aan de volgens hem veel te linkse koers van Wilders inzake zorg en uitkeringen.

Zodra Wilders er lucht van kreeg drukte hij Van Klaveren aan de borst, angstig voor een nieuwe afvallige, en sindsdien suggereert hij intern dat hij in Van Klaveren zijn opvolger ziet. Hij betrekt Van Klaveren bij zijn moeilijkste beslissingen en neemt hem, met Bosma, mee naar gevoelige debatten.

Het is, dit zeggen ze intern letterlijk, typerend voor de leegte van Geert en de partij. Mensen die er instappen zitten voor altijd gevangen; niet tijdelijk, zoals Samsom bij Rutte: voor altijd. Ze zien dat oud-Kamerleden worden afgewezen voor de onaanzienlijkste baantjes, ze ploeteren maar voort, in de hoop politiek aanzien te verwerven, in de vrees dat ze altijd paria blijven.

En zo beamen PVV’ers volmondig dat het nog altijd godsonmogelijk is dat deze partij kan regeren: het zou tot dezelfde toestanden leiden als onder Rutte I. Het verbaast hen dat media hier zo weinig aandacht voor hebben.

Maar ze weten ook waarom het er zo zelden van komt: omdat de PVV een eenmanspartij is gebleven, leidt een onthulling van interne affaires nooit tot de beloning die journalisten van andere partijen gewend zijn: er is nooit een bestuur dat ingrijpt, nooit een congres dat bijeen wordt geroepen, nooit een commissie die onderzoek doet. Het enige lid, de politieke zzp’er Wilders, doet gewoon alsof er niets aan de hand is: geen commentaar, einde verhaal.

Dus wat de in de partij gehate Hero Brinkman met zijn democratisering van de PVV voorstond, dat vinden sommigen nog steeds zo gek nog niet. En het is een kwestie van tijd, zeggen ze, of een nieuwe Joram staat op die over een opstand gaat praten, dan wel een nieuwe Brinkman die eist dat er een echte partij ontstaat. Zolang dit niet gebeurt, zeggen ze intern, dient die hele PVV één doel: de continuering van de loopbaan van de leider.

Dus de wederopstanding van Wilders komt niet alleen voort uit de onmacht van de traditionele politiek, maar ook uit die van de journalistiek, die inzake de PVV vooral nog bestaat uit niet-journalistiek: de kale doorgifte van sweeping statements en tweets van de leider.

Vergelijk dit met de gedetailleerdheid waarmee andere partijen en politici worden gevolgd, zoals het huidige kabinet, en je ziet: de eenmanspartij is een gevaarlijk effectief mechanisme om het eigen onvermogen te maskeren.

Dus met de PVV gaat het geweldig. Behalve dat het niet waar is.