De goochelaars van justitie

Het is een wonder dat er niet nog meer rechterlijke dwalingen zijn. Officieren hebben soms dertig zaken tegelijk, ruimte voor het lezen van jurisprudentie is er niet. We eisen kwaliteit, maar betalen er niet voor.

Het strafrechtbedrijf is overbelast, onderbemand en overspannen. Het staat onder zware druk van politiek en publieke opinie – er zijn onderling grote spanningen. Het is een wonder dat er niet meer fouten gemaakt worden.

Het is geen vrolijk beeld dat de lezer tegemoet komt uit Opwaaiende toga’s, het journalistieke onderzoek in boekvorm dat Jelle van der Meer en Hella Rottenberg in 2012 hebben verricht bij Justitie in Haarlem. Daar staat een middelgrote rechtbank waar 27 strafrechters werken en, op het parket, dertig officieren. In totaal zijn er ongeveer 816 officieren van Justitie en 450 strafrechters in Nederland. Een vrij bescheiden apparaat dus.

De interessantste bevindingen gaan over de drugskoeriers op Schiphol, dat juridisch onder ‘Haarlem’ valt. Dat is journalistiek onontgonnen gebied. Terwijl de repressie van drugssmokkel precies laat zien wat het effect van politieke dynamiek op het strafrecht is. De rechtsorde op Schiphol blijkt van totaal andere orde dan die in de rest van Nederland. Drugssmokkel via de luchthaven leidt tot consequent hogere straffen dan voor drugssmokkel via zeehavens. Maar ook tot hogere straffen vergeleken met ernstiger feiten als inbraak. Jarenlange pogingen van de Haarlemse rechtbank om de hoge Schiphol-strafmaat consequent te matigen, accepteerde het OM niet. Het parket ontketende een lawine van hoger beroepen, waarin het Gerechtshof Amsterdam mee ging. De Haarlemse strafrechters hebben toen ingebonden. Het OM won deze slag overtuigend.

Intussen bevestigen alle betrokkenen dat de afschrikkende waarde van de hoge straffen nul is. De koeriers zijn over het algemeen ongeïnformeerde sloebers en paupers uit de hele wereld, die nooit hun opdrachtgever verraden. Of je ze dertig maanden, drie dagen of niks geeft – het maakt niets uit. Ze komen toch. Ten minste één rechter en één officier vinden dat de strijd tegen drugs verloren is en een verspilling van tijd en geld. „Het halve OM kan naar huis als cocaïne zou worden gereguleerd”, zegt een van hen.

De auteurs maken aannemelijk dat de gepakte koeriers niet meer dan 10 procent van alle cocaïne die via Schiphol binnenkomt, bij zich hebben. Op de veertig ton die jaarlijks in Nederland wordt ingevoerd is de 1.400 kilo die vorig jaar bij (of in) Schiphol-koeriers werd gevonden niks. Het is dus vooral symbolische arbeid die rechters en officieren verrichten. Over de zin ervan heeft niemand illusies. Er is maar één rechter die zegt dat er inderdaad ‘geen gram’ drugs Nederland binnen mag komen. De rest doet gewoon wat Den Haag wenst en wacht tot het vanzelf ophoudt.

Opwaaiende toga’s laat alle bekende breuklijnen en pijnpunten in het strafrechtbedrijf zien. De enorme complexiteit, de foutgevoeligheid en ondoelmatigheid van het strafproces, zowel ambtelijk als juridisch. Op iedere zitting is met de helft van de dossiers wel iets mis is, waardoor zaken aangehouden worden. Wie verdacht wordt, maar op vrije voeten mag blijven, zit makkelijk een jaar of meer in de wachtkamer van het OM.

Politie en Justitie werken echter per definitie ‘met de Franse slag’. En dat zou onvermijdelijk zijn, want als het parket echt netjes zou werken, vlogen de wachttijden nog verder omhoog. Het Almeerse echtpaar dat recent 32 dagen per abuis werd opgesloten na een vals-positieve cocaïne test op Schiphol, past naadloos in dit beeld van liever snel dan goed.

Officieren komen naar voren als Chinese goochelaars die vele bordjes op bamboestokken draaiende houden. Zij blijken soms dertig zaken tegelijk te regisseren en permanent aan de telefoon te hangen om procedure beslissingen te nemen. Over de prioriteiten in de vervolging is het cynisme vrij groot. Er blijken 96 aanwijzingen en 61 richtlijnen uit Den Haag van kracht. Volgens een officier is dat gevolg van de politieke wens ‘om alles te doen tegen minimale kosten’. „Dit loopt een keer volkomen spaak. Het OM wacht op iemand met ballen die zegt – dit doen we niet.” Die komt er natuurlijk niet, want het beeld van het parket als een hiërarchische, gehoorzame en vrij gesloten organisatie wordt ruimschoots bevestigd.

Er wordt trouwens veel gemopperd, om niet te zeggen gekankerd op rechters die hen onwelgevallige beslissingen nemen. Er blijkt zelfs een politiecommissaris te zijn die het tot zijn taak rekent de rechters ‘wat meer realisme’ bij te brengen. Als burger hoop je dan dat zo iemand neutraal wordt aangehoord, waarna de rechter het zijne blijft denken.

Strafrechters blijken inderdaad hun dossiers ’s avonds en in het weekend te lezen om hun zittingsroosters bij te benen. Belangrijk werk als jurisprudentie lezen en kennisnemen van de ‘stroom’ nieuwe wetgeving – daar is geen tijd voor. De samenleving eist kwaliteit, maar betaalt er niet voor.

Wie Opwaaiende toga’s uitheeft, hoeft nooit meer verbaasd te zijn over dwalingen, wachttijden, zoekgeraakte dossiers of andere kinken in de kabel. Deze togadragers zijn loyaal, rolvast en gezagsbewust. Maar de druk loopt op. Het wachten is op de eerste werkonderbreking of staking.

Opwaaiende toga’s is goed geschreven, en een mild verbaasd boek dat wel wat scherper had gemogen. Het is ook erg didactisch en uitleggerig.

De moord op een tiener

Van geheel andere koek is het boek Marianne Vaatstra, het verhaal van haar moord door journalist Simon Vuyk. Was Opwaaiende Toga’s vrij ambitieus – dit boek beperkt zich tot één zaak, de moord op een tiener in 1999, in het Friese Zwaagwesteinde. Het is nogal sentimenteel, geschreven in een matige, wat larmoyante stijl, maar verder totaal fascinerend. Dat komt door de uitzonderlijke duur van de kwestie, de onverwachte dader, de beslissende rol van nieuw DNA-onderzoek, het diepe wantrouwen tegen Justitie en Politie en de subagenda van vreemdelingenhaat in Friesland.

Achteraf lijkt mij de Vaatstra-zaak een keerpunt bij het OM. Zie het verschil tussen de dienstbare wijze waarop het OM in Amsterdam in de recente zaak-Robert M. slachtoffers en hun omgeving snel en met voorrang inlichtte en bij alles betrok. En de geheimzinnige, vaak autoritaire manier waarop destijds in Friesland de familie Vaatstra nog werd behandeld.

De zaak viel op een breuklijn in de geschiedenis. Precies in de jaren waarin de Paarse vrede verdampte, populisme opkwam, de ‘kloof’ met de burger zich opende en de weerzin tegen moslims door 9/11 en de moord op Van Gogh groeide. Vader Vaatstra zat in een draaikolk van verdriet en wanhoop en kwam er verbitterd, wraaklustig en verbeten uit. Jarenlang joeg hij op spoken van ‘niet-westerse’ daders, aangemoedigd door media, tipgevers, paragnosten en aandachtzoekers als Hilbrand Nawijn en Micha Kat.

De auteur vergeeft hem alles – wie zou dat niet doen. Maar sympathiek komt Vaatstra er niet echt uit. Vuyk laat de zaak chronologisch en volledig zien, maar vrijwel alleen vanuit het bekende slachtofferperspectief. Hoe justitie en politie terugkeken, zowel op hun eigen handelen als op dat van familie en media, blijft onbekend. Meer evenwicht had het boek relevanter gemaakt.