De gevaarlijke grens van een ‘rotsport’

Claudia Werkhoven

De trainster van Turning Spirit Amsterdam wil onderzoek naar de misstanden in de turnsport. „Ik kan hier niet mee leven. Dit mag de bond niet laten lopen.”

Tekst Henk Stouwdam, foto Robin Utrecht

Bij Turning Spirit Amsterdam mogen turnsters hun emoties tonen. Foto Robin Utrecht

Claudia Werkhoven is boos, zeg maar gerust woedend. Op de turnbond, die een streep wil zetten onder de kwesties Gerrit Beltman en Frank Louter, trainers die door oud-turnsters worden beschuldigd van ernstige misdragingen: vernedering, mentale onderdrukking, manipulatie, intimidatie, uithongering en fysiek geweld. De trainster van Turning Spirit Amsterdam verlangt van de KNGU een waarheidscommissie die de gemelde misstanden onderzoekt. „Ik kan hier niet mee leven.”

Werkhoven wil dat vuil uit het verleden wordt opgeruimd, anders blijft de turnsport stinken. Dat raakt haar als trainster van een club die alles in het werk stelt om kinderen een veilig sportklimaat te bieden. Maar het raakt vooral de slachtoffers, van wie velen nog met ernstige psychische problemen kampen. „Dit mag de bond niet laten lopen, want de helft is nog niet bekend”, waarschuwt Werkhoven. „En het doet geen recht aan alle misstanden uit het verleden. Neem het vorig jaar verschenen boek waarin de voormalige turnster Stasja Köhler en Simone Heitinga trainer Beltman aanklagen; dat had een keer zo dik kunnen zijn, wat blijkt uit de dagboeken die ze hebben bijgehouden.”

Ja, de turnbond heeft tegenover getroffen turnsters excuses aangeboden. Maar dat vindt Werkhoven onvoldoende. Dat een juridische aanpak vrijwel ondoenlijk is, zoals de door Louter gewonnen rechtszaak tegen de KNGU onlangs heeft bewezen, kan haar niet schelen. „Ik wil de waarheid boven tafel hebben. Onbegrijpelijk dat de bond niets meer wil doen met beschadigde turnsters. Zo kun je van hun geen afscheid nemen? Beltman en Louter moeten door een onafhankelijke commissie over hun fouten bevraagd worden. Hoe kijk je er nu naar? Waarom is het gebeurd? Hoe had je het kunnen voorkomen? Hoe heb je je erbij gevoeld? En vervolgens moeten er maatregelen getroffen worden. Pas dan kunnen de slachtoffers verder.”

Vrij van smetten?

Als misstanden in de turnsport wijdverbreid zijn, garandeert Werkhoven dat Amsterdam vrij is van smetten? Daar streven we elke dag naar, zegt de 50-jarige trainster die samen met collega Wolther Kooistra – tevens haar echtgenoot – Turning Spirit 25 jaar geleden heeft opgericht en nu de belangrijkste leverancier van de nationale vrouwenselectie is – op de WK, komende week in Antwerpen, komen Noël van Klaveren, Vera van Pol in actie; de geselecteerde Wyomi Masela heeft wegens een blessure moet afzeggen.

In het Amsterdamse sportcentrum Ookmeer wordt volgens Werkhoven nooit één op één maar groepsgewijs getraind – om controle te garanderen, mogen turnsters altijd hun emoties tonen – en daar wordt ook wat mee gedaan, wordt er zo intensief mogelijk met de ouders samengewerkt en staat de deur van de zaal altijd open. In Amsterdam wordt streng over een veilig sportklimaat gewaakt. Zoals recentelijk bleek, toen trainsters van een andere club met een tiental turnsters de overstap naar Amsterdam hadden gemaakt. Na acht maanden werd van één van die trainsters afscheid genomen vanwege verschil van opvatting over omgangsvormen.

De Amsterdamse vereniging heeft niets te verbergen. Daar is bondsvoorzitter Jos Geukers van harte welkom en zal hij niet worden beschuldigd van huisvredebreuk, zoals Louter heeft gedaan. Die nam het Geukers zeer kwalijk dat hij in het kader van diens onderzoek naar misstanden onaangekondigd zijn zaal was binnengekomen. „Ik zou Geukers een erestoel hebben aangeboden en hem koffie hebben gegeven, zo vereerd zou ik met zijn bezoek zijn geweest”, zegt Werkhoven. „Maar van Louter krijgt hij een rechtszaak aan zijn broek. Ik zie dat als een afleidingsmanoeuvre. Het ging na Geukers’ bezoek niet meer om de inhoud. Ik neem het de bond kwalijk dat ze dat hebben laten gebeuren. Dat heb ik Geukers ook verteld.”

Maar toch heeft ook Werkhoven iets uit te leggen. Waarom maakt Turning Spirit Amsterdam gebruik van de diensten van Liesbeth Lim, die de KNGU als bondsarts terzijde heeft geschoven? Lim was een vertrouwenspersoon voor veel turnsters die onder Beltman en Louter hebben geleden. Over Lims verleden kan Werkhoven weinig zeggen, maar wel dat zij signalen heeft afgegeven waar de bond weinig mee gedaan heeft. ‘Amsterdam’ werkt al geruime tijd naar tevredenheid met de sportarts samen. Voor Werkhoven is er geen enkele reden met Lim te breken.

De golf aan publiciteit ten spijt zijn volgens Werkhoven niet alle misstanden uit de turnsport verdwenen. Absoluut niet, zegt de Amsterdamse trainster. „Er komen nog steeds turnsters van ander verenigingen naar Amsterdam met de vreselijkste verhalen. Zo erg dat ik denk: hoe is het in godsnaam mogelijk. Nee, ik zeg niet om welke clubs het gaat. Dat is niet aan mij. Ik vind eigenlijk dat wij als coaches ook gecoacht moeten worden. Wij balanceren op de grens, die je soms ook overgaat. Iemand moet dat corrigeren. Wolther en ik hebben het voordeel dat we getrouwd zijn en elkaar altijd op fouten aanspreken. Je hebt nu eenmaal mensen om je heen nodig om je scherp te houden. Ik zou graag eens met Frank Louter willen praten, over zijn kwetsbaarheid, over zijn angsten. Ik ken hem al jaren, heb met hem aan de ALO gestudeerd. Maar je komt moeilijk met hem in contact.”

De keerzijde van turnen heeft Werkhoven doen twijfelen over haar sport. Hoezeer ze ook van turnen houdt, de trainster heeft meerdere keren op het punt gestaan te stoppen. Omdat ze niet langer met ongewenste praktijken vereenzelvigd wilde worden. Werkhoven zag trainers meisjes drillen en turnsters met angst in hun ogen. Ze voelt dan dat er iets fout zit, zonder de vinger op de zere plek te kunnen leggen.

Werkhoven: „Je signaleert een scheve machtsverhouding en je signaleert dat heel jonge turnster al vroeg heel goed zijn; turnster bij wie een programma er in een hoog tempo is ingeramd. Dat doet me verdriet, daar wil ik niet bijhoren. Je ziet het, maar hebt niet de macht er iets aan te doen. Ja, aankaarten bij de bond. Dat heb ik ook menigmaal gedaan. Maar het duurt soms lang voor er iets met een klacht wordt gedaan. Ik heb de situatie van Stasja Köhler onder Beltman ooit bij de bond gemeld. Maar er gebeurde vervolgens niets. Je ziet bij wedstrijden in de zaal ook wel coaches van wie je denkt: als hij zo doorgaat zeg ik er iets van. Ik heb er altijd te lang mee gewacht. Ook vraag ik me af: wat voor actie had ik echt kunnen ondernemen? Voor mezelf heb ik besloten door te gaan met dit werk. Zelf het klimaat proberen te veranderen, te laten zien dat je turnsters wel verantwoord kunt trainen, dat is het enige machtsmiddel dat je als trainer hebt.”

Vaak twijfelde Werkhoven aan zichzelf, als ze weer zag hoe goed een turnster op heel jonge leeftijd al was. Tess Moonen, oud-pupil van Louter, was zo iemand – zij heeft intussen ook haar beklag over Louters werkwijze gedaan.

Werkhoven vroeg zich vaak af of zij wel de goede aanpak had gekozen. Om jaren later vast te stellen dat zij turnsters niet onnodig zwaar heeft belast. „Het lichaam van met name een puber heeft tijd nodig om te volgroeien. Voor mij is het belangrijk dat turnster op hun zestiende, als ze senior worden, een volwaardig programma aankunnen. Turnen is nu eenmaal een ‘rotsport’, omdat kinderen al heel jong ongelooflijke prestaties moeten leveren. Dat kan verantwoord gedaan worden, als je maar geduld hebt. Bij ons moet ook niks. Als een turnster het niet meer ziet zitten om 30 uur per week te trainen, moet ze dat vooral niet doen. Dat kan ze op een lager niveau met evenveel plezier verder. Ze zal alleen wel moeten accepteren dat de top dan voor haar onbereikbaar is geworden.”

Werkhoven zou willen dat meer trainers de weg van de voorzichtigheid volgen. Maar ze kan die wens moeilijk bespreekbaar maken, omdat er onderling veel argwaan bestaat. Ze denkt de oorzaak te kennen: „Het ontbreekt veel Nederlandse turntrainers aan zelfreflectie.”