De gekte rond de megaprovincie Het fusieplan van Plasterk begon met het regeerakkoord...

Minister Plasterk wil Noord-Holland, Flevoland en Utrecht laten samengaan in een ‘megaprovincie’. Maar dat plan is vanaf het begin omstreden. De komende weken zullen de provincies er opnieuw over oordelen. Het verloop van de fusiepoging in zes keer twee minuten.

Kabinet-Rutte II op het bordes met koningin Beatrix, november vorig jaar. Foto ANP

Het idee voor een ‘megaprovincie’ begon met het regeerakkoord. ‘Bruggen slaan’ was het motto, maar voor drie provincies had het kabinet meer in petto. Fuseren. Op pagina 46 van het regeerakkoord staat: ‘In deze kabinetsperiode worden Noord-Holland, Utrecht en (delen van) Flevoland samengevoegd.’ In maart 2015 moest de nieuwe Randstadprovincie een feit zijn. Vóór de Provinciale Statenverkiezingen: dan konden de burgers meteen de volksvertegenwoordigers van hun nieuwe provincie kiezen.

Ook de andere provincies moesten eraan geloven: in 2025 zou Nederland bestaan uit vijf ‘landsdelen’. Opschaling is nodig, zei het kabinet, want ook gemeenten worden steeds groter. Sterker, gemeenten moesten op ‘de lange termijn’ meer dan honderdduizend inwoners gaan tellen.

Wat is dan het probleem? Als je de twaalf provincies in stand houdt, zo is de gedachte, gaan de lagere overheden onherroepelijk in elkaars vaarwater zitten. En bestuurlijke drukte willen we liever niet. Grotere provincies zouden ook goed zijn voor de economie. Beter vijf aanspreekpunten voor bedrijven dan twaalf. De fusies tot vijf landsdelen zouden blijvend een besparing opleveren van 75 miljoen euro op het Provinciefonds.

Noord-Holland, Utrecht en Flevoland waren als eerste aan de beurt. Want, zei het kabinet, Amsterdam, Almere en Utrecht vormen een ‘economisch kerngebied’ dat zich nu over drie provincies uitstrekt. En in die provincies liggen ook veel grote steden. Die hebben een ‘krachtige’ provincie nodig.