De echte Gouden Eeuw

Bernard Hulsman grasduint in de stapel met binnengekomen boeken en geeft zijn eerste indrukken.

‘Heel veel Vughtenaren wisten niet eens dat er een concentratiekamp was’, zei een gids van het het Nationaal Monument Vught in 2010. Dit citaat duikt een paar keer op in Leven naast het kamp [1] van de historicus Boyd van Dijk. Zijn boek over het Duitse concentratiekamp Vught is dan ook één grote correctie op deze uitspraak. Mede op basis van gesprekken met bewoners van Vught die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt, trekt hij de conclusie dat het onmogelijk was niets te weten van het enige concentratiekamp in Nederland dat door de SS werd beheerd.

Het leven in het dorp bij Den Bosch was in de jaren 1943-1944 nauw verweven met het kamp. Maar of de Vughtenaren nu schuldige of machteloze omstanders waren – het onderwerp van een fel debat na de verschijning van Wij weten niets van hun lot van Bart van der Boom in 2012 – daar geeft Van Dijk bij eerste lezing geen uitsluitsel over. Toen de eerste gevangenen begin 1943 in kamp Vught aankwamen, reageerden ze ontzet, schrijft hij. Maar het kamp wende en gewenning ging bij velen over in onverschilligheid.

Ad van Liempt, ex-hoofdredacteur van NOVA, schreef het voorwoord van Leven naast het kamp. Zelf publiceerde hij De drogist [2], het nieuwste van de reeks boeken over aspecten van de Duitse bezetting die hij de laatste jaren in hoog tempo uitbrengt.

De drogist gaat over verzetsman Gerard Reeskamp, die betrokken was bij de legendarische overval van het Friese verzet op het huis van bewaring in Leeuwarden in 1944. Hierbij werden, zonder dat er één schot werd gelost, 51 gevangenen bevrijd.

Maar na de oorlog werd Reeskamp gearresteerd wegens een mislukte ondergrondse actie in januari 1945 waarbij een boer om het leven kwam. Reeskamp was er zelf niet bij betrokken, maar de verzetsheld werd toch veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf.

Reeskamps val heeft te maken met zijn bravoure en grootspraak die algemene ergernis opriep. Ook een buitenechtelijke verhouding met een jonge vrouw speelde hem parten.

Na zijn vrijlating in 1950 leefde Reeskamp nog twintig jaar als een verbitterd man, schrijft Van Liempt. De echte Gouden Eeuw, zoals de historicus Han van der Horst de jaren 1950-2000 noemt in zijn De mooiste jaren van Nederland [3] , leverde hem weinig vreugde.

Han van der Horst beschrijft niet alleen de sociaal-economische en politieke ontwikkelingen, maar ook de veranderingen in het dagelijkse leven en de populaire cultuur in de echte Gouden Eeuw. Vooral als hij over popmuziek en hippies schrijft, is zijn toon storend oubollig. Zo schrijft hij over Levi’s en Wrangler die broeken voor het ‘linkse spijkerbroekenvolk’ fabriceerden: ‘zij lieten modieuze modellen ontwerpen, die dames hielpen hun dijen en hun achterste voordelig tot hun recht te laten komen’.

Aan het einde van de echte Gouden Eeuw nam de segregatie in het onderwijs toe en ontstonden zowel in basis- en middelbaar onderwijs volledig witte en zwarte scholen. Onderwijsjournalist Anja Vink schreef er in 2010 Witte zwanen, zwarte zwanen over. Voor haar nieuwste boek, Van deze kinderen ga je houden [4], volgde ze een jaar klas 1D van de GHK, een zwarte vmbo-school in Rotterdam. Het resultaat is een levendig verslag, vol dialogen en anekdotes.

Vink besluit haar boek met een beschouwing over de toekomst van het vmbo. Er worden twee grote fouten met het vmbo gemaakt, vindt ze. De eerste en grootste is dat kinderen al op twaalfjarige leeftijd het stempel ‘dom’ krijgen. De tweede fout is ze het idee krijgen opgedrongen ‘dat ze liever met hun handen werken en daarom een beroep willen leren: we koppelen dom aan een beroep en daarmee devalueren we de waarde van het beroep’.

David Endt schreef Route 32 [5] voor hij onlangs zijn baan als teammanager van Ajax verloor. In zijn voorwoord schrijft hij dat dit ‘totaal onverwacht’ was: ‘Ik stond perplex en het zette mijn wereld op zijn kop.’

Maar in zijn verslagen van alle wedstrijden die Ajax speelde in het seizoen 2012/2013, dat werd bekroond met het 32ste kampioenschap van Nederland, staat zijn wereld nog recht overeind.

Endt is een insider die niet alleen hartstochtelijk over de wedstrijden maar ook over andere dingen schrijft. Zo dwaalt hij voorafgaande aan de wedstrijd Steaua Boekarest door de Roemeense hoofdstad. En op weg naar Waalwijk leest hij Het Geuzenboek van Louis Paul Boon.