Buma’s ster rijst, in elk geval bij achterban

Het CDA moet zich, met nog slechts dertien zetels, opnieuw uitvinden onder aanvoering van fractieleider Sybrand Buma. Na de Algemene Politieke Beschouwingen van deze week zijn de leden weer optimistisch.

CDA-fractieleider Sybrand Buma vlak voor de Algemene Politieke Beschouwingen deze week. Foto David van Dam

Sybrand van Haersma Buma moest hartelijk lachen toen Kees van der Staaij een grap over hem maakte woensdag tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. De fractievoorzitter van de SGP schetste mogelijke werkbezoeken van alle Tweede Kamerfracties. Aangekomen bij het CDA van Buma zei hij: „Iedereen is oprecht benieuwd waar het CDA nu eigenlijk naartoe wil … Geen idee!”

Het gegrinnik bij het kabinet, Tweede Kamerleden en het publiek dat daarop volgde, heeft te maken met de koers van het CDA. Die was het afgelopen jaar niet altijd te volgen. Onder leiding van Buma moet het CDA, met dertien zetels, zichzelf opnieuw uitvinden in de oppositie. En dat terwijl het in de Eerste Kamer door de minderheid van de coalitie doorslaggevend kan zijn. Wat is de beste manier om dat te doen? Keihard het kabinet-Rutte II dwarszitten, zoals de Tweede Kamerleden tot nu hebben gedaan? Of juist dat kabinet in het zadel houden om de zoveelste verkiezingen in korte tijd te voorkomen, waar de senatoren toe geneigd zijn?

„We hebben het afgelopen jaar vooral veel nee gezegd tegen het kabinet”, zegt Julius Terpstra, voorzitter van de jongerenclub CDJA. „De vraag was: waar staat het CDA nou voor?” Terpstra merkte onder de jonge achterban „het nodige ongeduld” over de koers van de partij. Het wachten is beloond, zegt hij. „Buma was de afgelopen dagen heel sterk.” Cecile Heemels, voorheen politiek adviseur van Maxime Verhagen, was zelfs „opgelucht en trots”.

Steekproef

In een weinig representatieve steekproef onder een tiental actieve CDA’ers klinkt alom lof voor hoe Sybrand Buma optrad tijdens en in de aanloop naar het belangrijke debat over het regeringsbeleid. En onder die leden heerst – anders dan de Haagse neerslachtigheid daarover – optimisme dat het CDA er met het kabinet wel uit kan komen in de onderhandelingen die minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) gaat voeren. „Als een succes behaald wordt, vooral wat betreft werkgelegenheid, kan het CDA zeggen: mensen, daar ging het ons om”, zegt partijwatcher Pieter Gerrit Kroeger.

Buma’s ster begon te rijzen door een interview in de Volkskrant vlak voor Prinsjesdag, waarin hij „een alternatief” voor het regeringsbeleid uiteenzette. Het werd handig geframed als ‘een handreiking’ van het CDA aan het kabinet, maar het bevatte voorstellen waar VVD en PvdA onmogelijk aan kunnen voldoen. Lastenvermindering in 2014 is niet te rijmen met de noodzakelijke bezuinigingen van zes miljard euro. Een nullijn in de zorg is volgens premier Mark Rutte zelfs wettelijk niet mogelijk.

In het debat deze week leek de boodschap van Buma aan het kabinet: wilt u blijven zitten? Voer dan het CDA beleid uit. Ook critici van Buma vinden dat hij zich daarmee goed geprofileerd heeft. „Buma is uit de loopgraven gekomen en doet weer mee aan het front”, zegt Geerten Boogaard, docent staatsrecht en oud-gemeenteraadslid in Leiden. Hij verbaasde zich wel over de inhoud van diens betoog. „Hij schopte de PvdA drie keer hard in het kruis met zijn verhaal tegen nivellering, lastenverzwaring en voor een nullijn in de zorg.” Boogaard zag „een soort rechts benzinepomp-populisme”, in plaats de middenpartij tussen de huidige coalitiepartners die het CDA traditioneel is.

Confrontatie

Martijn van Helvert, fractievoorzitter van het CDA in de provincie Limburg, genoot juist van de confrontatie die Buma had met PvdA-leider Diederik Samsom. Toen Samsom hem nergens tegemoet wilde komen, riep een verontwaardigde Buma „u zoekt het maar uit!”. „Ik hoop dat we dat felle vaker van hem zien”, zegt Van Helvert. Volgens hem kan het CDA in de oppositie „beter een keer een gele kaart krijgen, dan dat we de sportiviteitstrofee krijgen”. „Het was altijd zo, als je lang genoeg praat met het CDA kom je er wel uit. Dat eeuwige compromis, daar is de partij door de kiezers juist voor afgestraft.”

Toch denkt ook hij dat zijn partij wel tot een vergelijk komt met het kabinet. „Buma zet hoog in. Vroeger zou het CDA gedacht hebben: ‘we moeten straks ergens toegeven, dus laten we zelf maar vast het compromis formuleren’. Nu gaan we er hard in: ‘flats, dit is wat wij willen, geen lastenverzwaring!’ Nederlanders snappen heus wel dat we dat uiteindelijk misschien niet helemaal zullen binnenhalen.”

Oud-spindoctor Jack de Vries vindt het begrijpelijk dat in het debat de afgelopen dagen nog niet concreet zaken gedaan werd. „Op details onderhandelen doe je liever niet voor het oog van de camera’s.” De Vries prijst Buma, omdat die met zijn serieuze en doorgerekende tegenvoorstellen „het landsbelang boven het partijbelang stelt”. Dat is volgens hem ook „de constructieve houding die aansluit bij wat onze kiezers en leden van het CDA verwachten”. Hij hoopt dat samen wordt opgetrokken met D66, GroenLinks, ChristenUnie en SGP: hoe meer partijen het eens worden, hoe beter. „Alleen komt het CDA in een soort gedoogconstructie die je niet wilt”, zegt De Vries.

Anderen, zoals oud-minister Liesbeth Spies, zien meer in kleine deals „met wisselende meerderheden” waarbij geen partij zich echt aan het kabinet verbindt.

De CDA’ers willen niet dat de onderhandelingen ontsporen, want niemand zit te wachten op nieuwe verkiezingen. En, zegt de Leidse docent Boogaard, „als het CDA de gesprekken opblaast, krijgen wij sowieso de schuld.”