Brood, blubbersoep & bier

Wat aten kinderen in de Middeleeuwen? Nooit hagelslag en wel konijn en zwaan.

In de Middeleeuwen aten mensen ook mooie dieren als zwanen en pauwen.

Wat aten kinderen in de Middeleeuwen? Nou, geen chocopasta, hagelslag of gekleurde muisjes. „Middeleeuwers zagen kinderen als onvolmaakte volwassenen”, zegt professor Herman Pleij, die alles van de Middeleeuwen weet. „Kinderen aten dus hetzelfde als grote mensen. Alleen minder.”

Wat aten ze als ontbijt?

„Niks. Dat had ook met de kerk te maken. ’s Morgens moest je naar de mis, en ter communie: dan kreeg je in de kerk een hostie, een stukje van een soort eetpapier. Daarvoor moest je een lege maag hebben.”

Ze lunchten hopelijk wel?

„Ja, en dan aten ze heel veel. Middeleeuwers aten maar twee keer per dag: een lunch om elf uur en avondeten om vijf uur. Maar dan bunkerden ze. Ze aten vooral heel veel vis, vlees en gevogelte.”

Wat voor vlees?

„Dat hing ervan af. Rijke mensen aten hert en zwijn en ander wild. Ze aten ook mooie dieren zoals pauwen en zwanen, want ze dachten dat die extra lekker waren. Eenvoudiger mensen aten varken en konijn en kip. En op vrijdagen aten de mensen altijd vis, dat was weer zo’n voorschrift van de kerk.”

En groenten?

„Daar maakten ze een blubberige soep van. Die werd warmoes genoemd. Het was ook een echte mengelmoes, vaak met restjes vlees en vis er nog doorheen.”

Zouden kinderen van nu het lekker vinden?

„Nee. Vergeet niet: er waren toen nog geen ijskasten. De mensen moesten er dus op een andere manier voor zorgen dat het eten niet bedierf. Of in elk geval maar een klein beetje.

„Daarom kookten of droogden ze vlees en vis meteen, en deden ze er daarna veel zout bij, en kruiden. Zo bleef het eten langer goed. Voor kinderen van nu zou die smaak veel te sterk zijn.”

Wat dronken ze erbij?

„Bier. Schoon water was er niet, maar in bier zat gekookt water. Dat was veilig. Het was niet sterk: er zat veel minder alcohol in dan in het meeste bier nu, ongeveer 2 procent.

„Nog iets: ze aten heel veel brood. Zelfs hun bord was van brood. Het was een brood met een kuil erin. Daarin schepten ze de warmoes en het vlees. En als dat allemaal op was, aten ze als laatste hun bord op.”

Margriet van der Heijden