Britse pub is atelier voor Liu

Een van China’s bekendste kunstenaars, Liu Xiaodong, verplaatste zijn werkplek naar Londen. Een reportage uit de pub.

Foto Lisson gallery

De eigenaresse van de pub The Perseverance, in een weinig charmant achterafstraatje in Noord-Londen, begroet Liu Xiaodong als een oude bekende. Zonder dat hij erom hoeft te vragen, tapt ze een halve pint. De schilder glundert. Wijst: „Dit is mijn tafel. Hier stond het doek.” Wijst naar de jagergroene muur: „Dit is de kleur van Engeland.” Het is de kleur van kaplaarzen, van waxjassen. Een ingetogen kleur, zegt hij. „Als het weer: nat en donker.” China, zegt hij, heeft de kleur van „grijsbeige modder”.

Liu (1963) is een van de bekendste figuratieve schilders van China. Een moderne realist, voortkomend uit de traditie van het sociaal-realisme die hij op school leerde. Maar waar traditionele Chinese schilders de arbeiders op het land verheerlijken, met blozende wangen op glooiende akkers, is Liu’s „enige doel mensen te schilderen zoals ze zijn”: „Mijn stijl is het leven te volgen.”

Dat doet hij door zich, als een documentairemaker, onder te dompelen in een gemeenschap, vriendschap te sluiten met lokale bewoners, met hen te eten, hen thuis te bezoeken, en vooral door op locatie te schilderen. Xie sheng, in het Chinees. De afgelopen zes weken was hij in Londen, op uitnodiging van de Lisson Gallery, en vestigde hij zich, met zijn enorme doeken en verf, in verschillende pubs. Gisteren opende de eerste tentoonstelling van Liu in het Verenigd Koninkrijk.

Liu wordt in westerse media tegenwoordig overschaduwd door Ai Weiwei, de conceptuele kunstenaar met wie hij rond dezelfde tijd doorbrak. Maar al in 2007 werd zijn Three Gorges voor 2,7 miljoen dollar verkocht, toen een recordbedrag en symbolisch voor de status van Chinese moderne kunst.

In China is hij nog steeds een ster, getuige de twee Chinese kunststudentes, in hotpants en met kousen tot boven de knie, die via Facebook vernamen dat Liu in Londen was, een speurtocht langs pubs ondernamen tot ze hem vonden en nu optreden als tolk bij vragen die hij te ingewikkeld vindt voor zijn Engels. Vol bewondering aanschouwen ze hun idool. „Hij is het beste voorbeeld van moderne kunst. Thuis leert iedereen over Liu”, zegt Xinru Long, die aan de Royal College of Art studeert.

Liu, hoogleraar aan de Central Academy of Fine Arts in Beijing, is geen politiek activist zoals Ai Weiwei. Maar dat betekent niet dat Liu geen boodschap heeft met zijn kunst. Zijn tijdelijke studio’s zet hij neer op plekken van geografische en daarmee sociale verandering: de aardbeving in Sichuan, de bouw van de Drieklovendam in de Yangtze-rivier, en recentelijk de aanleg van een spoorlijn tussen Beijing en Tibet.

„Voor ik begin heb ik een idee. Maar als ik eenmaal creëer, schilder ik wat ik zie. Bij sommige kunstenaars gaat het idee boven de waarheid. Ik ben geen narcist. Het is belangrijker om de waarheid te laten zien.” Dat uit zich ook in zijn interesse voor film; Liu speelde in de film The Days (1993), werkte mee aan film Beijing Bastards, en was in 2006 onderwerp van de documentaire Dong, die in Venetië voor een Gouden Leeuw werd genomineerd.

In Londen koos hij ervoor zijn studio’s op te bouwen in pubs rond Edgware Road, een niet geliefd stukje stad, doorsneden door het laatste deel van de snelweg die Londen in het westen binnenkomt. „Binnen een straal van een halve straat is de wereld vertegenwoordigd”, zegt Liu. „Londen is het brandpunt van de wereld.”

Want de pubs zien er in eerste oogopslag misschien typisch Engels uit. Maar de eigenaresse van The Perseverance, Finn, is Amerikaanse. En The Chapel, waar hij net zo enthousiast wordt begroet, wordt gerund door een Fransman en een Poolse. Liu zegt: „Het Oost-Europese politieke systeem is net als het Chinese. In haar gezicht zie ik hoe ze over het Westen denkt, de opwinding je te kunnen laven in de cultuur van Londen.”

In elke pub zat hij een week lang, tussen de drinkende klanten. „Ik word er blij van. In mijn studio ben ik maar alleen. De mensen om me heen, het lawaai, het is als een toneelstuk.” De pubeigenaren vonden het geweldig. Sebastien van The Chapel zegt: „Ik moest hem wel eerst googelen. Maar het zou stom zijn geweest om ‘nee’ te zeggen. Wie wil er niet worden vereeuwigd?” Finn van The Perseverance zegt: „Ik schrok wel even van de grootte van het doek, maar hij bracht zo’n goeie vibe met zich mee.”

Niet alle pubs waren geschikt. Een pub naast de Lisson Gallery viel af omdat het binnen te donker is. Een tweede, met typisch Engelse aankleding van foto’s, snuisterijen en servies met de leden van het koninklijk huis, omdat het er te klein was.

In de galerie, waar hij de laatste details invult, laat Liu het resultaat zien. Op een van de schilderijen, van een Egyptische pub, staan geen mensen, een zeldzaamheid voor Liu. Tijdens de tocht langs ‘zijn’ pubs vertelt hij later: „In eerste instantie waren ze blij. Maar de chef had een vies jasje aan, en de imam wilde dat ik dat niet schilderde. Maar ik schilder wat ik zie. Dus hij verbood het project.”

Wat vond men van zijn kunst? Liu lacht. „Dat ik ouderwets ben, denk ik. De schilderkunst domineert niet meer: de kunstwereld wordt nu gedefinieerd door fotografie, videokunst en installaties.”

Liu Xiaodong, Lisson Gallery, 52-54 Bell St, NW1 5DA, Londen, 27 sept t/m 2 nov.