Bandleden van Doe Maar zijn ontwapenend eerlijk over toen

Openhartig vertellen de bandleden in Doe Maar: Dit is alles over hun glorietijd. Zaterdagavond gaat de film in première op het Nederlands Film Festival.

Ernst Jansz, van de liefdesliedjes, enHenny Vrienten, van de cynische teksten, vertellen met humor over Doe Maar. Lex van Rossen

Of Henny Vrienten, Ernst Jansz en Jan Hendriks zaterdagavond de première van Doe Maar: Dit is Alles op het Nederlands Film Festival met hun aanwezigheid zullen opluisteren, is de vraag. Als ze thuisblijven is dat niet vanwege meningsverschillen met de filmmakers, onder wie BNN-presentator Patrick Lodiers, maar omdat ze de Glad IJs-tournee van dit voorjaar als dé afsluiting van hun loopbaan zien. En al dat mediagedoe hadden ze nu juist vaarwel gezegd in 1984.

De bandleden van Doe Maar geven na 29 jaar zwijgen voor het eerst hun medewerking aan een documentaire over hun carrière. In Doe Maar: Dit is Alles blikken zij op openhartige wijze en met veel humor terug op de roerige jaren waarin ze jeugdig Nederland in de ban hielden en talloze hits scoorden. Doe Maar was al snel gewend aan gillende meisjes, maar toen eind 1983 verliefde fans bij het huis van Jansz opdoken, was dat het begin van het einde. Dichter bij massahysterie kon een band niet komen.

In de documentaire zien we de kernleden van Doe Maar onder meer terugkeren naar Tilburg, de plek waar alles begon, de Telstar-geluidsstudio, waar ze hun vier succesvolle platen maakten, en wat andere plaatsen die onlosmakelijk met de geschiedenis van de band zijn verbonden. Ook laten ze horen hoe hun aanstekelijke, op reggae en ska gebaseerde rifjes muzikaal in elkaar steken. Zo demonstreert gitarist Jan Hendriks dat hij tegelijkertijd zowel slag- als leadgitaar speelt. Lodiers interviewt ook oud-bandleden en gastmusici, zoals Joost Belinfante die de hit Nederwiet componeerde.

De film is lekker puntig gemonteerd en heeft een mixage die de baslijnen van Vrienten prominent in het geluidsbeeld plaatst, waardoor de muziek na dertig jaar onverminderd krachtig en swingend overkomt. Het is moeilijk om stil in je bioscoopstoel te blijven zitten.

Maar het is vooral de ontwapenende eerlijkheid van de bandleden die Doe Maar: Dit is Alles uniek maakt. Vrienten en Jansz hadden een stormachtige relatie à la Lennon & McCartney en kunnen smakelijk vertellen over deze dynamiek, waarbij Jansz de zoetsappige liefdesliedjes schreef en Vrienten de wat meer cynische teksten. Ook onthult Vrienten in het bijzijn van een verbaasde Jansz waarom hij er begin 1984 de brui aan gaf: „Ik leverde geen ideeën meer aan. Daar had ik gewoon geen zin meer in.”

Drummer René van Collem vertelt een tikje beschaamd dat hij op een fanclubdag geld stal van zijn jeugdige fans die hun jassen hadden opgehangen in de kleedkamer, om zijn drugsverslaving te kunnen bekostigen. Alles wordt doorspekt met prachtig archiefmateriaal: van de deprimerende, dichtgetimmerde Amsterdamse Zeedijk waar Van Collem zijn heroïne scoorde, de massale antikernwapendemonstraties tot de steeds jonger wordende, gillende meisjes met groen-roze buttons. Of Jansz en Vrienten groupies hadden is gek genoeg een vraag die niet aan de orde komt.