Anachronisme

De WK wielrennen in Florence is onnoemelijk zwaar, hoor je van renners en volgers. Allicht: het parcours is uitgetekend door de gewezen Italiaanse tempobeul Andrea Tafi. Man van Parijs-Roubaix. De twee hellingen (Fiesole en Via Salviati) zijn behoorlijk steil, de afdalingen snel en technisch. Sprinters komen er niet aan te pas. Het parcours is toegesneden naar de benen van klimmers, tijdrijders of punchers. Zelfs Tourwinnaar Chris Froome rekent zich tot de kanshebbers.

Kom kom, Chris.

Het zal wel in een prestigestrijd eindigen tussen Philippe Gilbert, Peter Sagan, Vincenzo Nibali en Fabian Cancellara. Met niet Bauke Mollema, maar eerder Pieter Weening als outsider. En met een kleine kans dat Robert Gesink zijn seizoen in Florence gaat redden. Gesink heeft de vorm te pakken, zo liet hij twee weken geleden in de GP Québec zien. Alleen: vorm is bij hem even vluchtig als een atoom.

Nederland heeft het mooiste al gehad: de wereldtitel tijdrijden van Ellen van Dijk. Veertien jaar na Leontien van Moorsel vereeuwigde de Amsterdamse zich in het heilige landschap van Toscane. Haar suprematie in de rit tegen de chrono was verbluffend. Terwijl ze minder machine is dan Marianne Vos. Meer vrouw. Meer talent voor ontroering bij de val van mooi avondlicht.

Ellen kan nog huilen.

Tijdrijders zijn de aristocraten van het peloton. Dat zie je aan alles bij de mannen en de vrouwen. Ze kunnen dieper gaan dan de hel en blijven toch estheten op de fiets. Ook buiten de koers ademen ze een waas van noblesse. De nieuwe chronokeizer, Tony Martin, geldt binnen de ploeg van Patrick Lefevere als leermeester wellevendheid. Jammer dat Bram Tankink het niet meer heeft mogen meemaken. Hij wou zo nodig naar Rabo, naar een varkensstal dus.

Door de jaren heen heeft de wereldtitel op de weg aan prestige ingeboet. Eéndagsrenners beroeren nog kort en hevig in klassiekers, maar het epos is nu vooral toegespitst op het rondewerk. Daar is nog heroïek, daar wordt historisch sentiment nog echt verlies en verdriet.

Uittredend wereldkampioen Gilbert heeft in de regenboogtrui welgeteld één etappe in de Vuelta gewonnen. Hoeveel kampioen ben je dan? Voorgangers Alessandro Ballan en Cadel Evans waren ook een heel jaar bijna onzichtbaar. In de volksmond heet het dat er een vloek op de regenboogtrui rust. De gouden strepen geslepen door de duivel.

D e WK worden verreden met landenploegen: een anachronisme. Er is altijd iets van politiek terug te vinden in nationale selecties. En van willekeur. Commerciële belangen worden ontzien. Sponsors hijgen in de nek van de bondscoach. En de laatste stelt niets voor in het wielrennen.

Zondagsschilder.

Ploegleiders met een krachtige persoonlijkheid worden geen bondscoach. Zij lenen zich niet voor een bloempotfunctie.

De UCI heeft gisteren een nieuwe voorzitter gekozen. Pat McQuaid legde het af tegen de Brit Brian Cookson. Er is een vuile oorlog aan voorafgegaan. Met roddels, tackles, dolksteken, intimidatie en insinuaties. De meest gebruikte begrippen: omkoping en corruptie. Het congres had de keuze tussen de pest en de cholera. Conform hun eigen miserabilisme maakten de bobo’s er een wanvertoning van.

Over McQuaid is alles gezegd. Deze buikspreker van Hein Verbruggen had geen spat geloofwaardigheid meer. In Brian Cookson ligt de bodemloosheid van onbenulligheid.

Ook met hem kan je eigenlijk niet buitenkomen.

Met de UCI komt het niet meer goed. Als zondag de nieuwe wereldkampioen door Cookson een medaille wordt omgehangen, kijk ik de andere kant uit. Alleen al uit respect voor de schoonheid van Florence.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.