Al over zestien jaar versmelt de mens met zijn computer

Een brein nabouwen in een computer is lastig, maar niet onmogelijk, denkt uitvinder en futuroloog Ray Kurzweil. „Meer intelligentie is de enige oplossing voor de grote uitdagingen van de mensheid.”

Een uitvinder met popsterstatus. Dat is de Amerikaanse futurist Ray Kurzweil. Een gelauwerd genie met talloze uitvindingen die we allemaal gebruiken. Een gewiekst zakenman, en een bestsellerauteur bovendien. Volgens Microsoft-oprichter Bill Gates is hij de beste toekomstvoorspeller. Veel van de voorspellingen die hij doet in zijn boeken blijken tot nu toe correct. Kurzweil wordt bewonderd als een visionair of weggezet als fantast. En wat tegenstanders pas echt in razernij doet ontsteken is zijn onwrikbare optimisme.

Wie met Kurzweil praat, via een Skype- videoverbinding, bekruipt soms het gevoel dat een van zijn toekomstvisies nu al uitgekomen is. Dat er al machines zijn die zo levensecht reageren dat je niet meer kunt bepalen of het nu wel of geen mens is. Feiten, getallen, gegevens, verbanden, Kurzweil diept ze op alsof er een computer in zijn hoofd zit. Op interrupties reageert hij niet. De wereld zit volkomen logisch in elkaar, en gaat onvermijdelijk één richting op. Computers zullen slimmer worden dan mensen, en de dag dat dit gebeurt zullen gewone stervelingen niet meer kunnen bijbenen wat er allemaal gebeurt. De singulariteit noemt hij dat kantelpunt.

Zijn voorspellingen zijn gebaseerd op wat hij de ‘Wet van de toenemende meeropbrengsten’ noemt. Die drukt de exponentiële groei uit van de prestaties van informatietechnologie, nanotechnologie, genetica, en robotica. Die wet is geënt op de Wet van Moore, die beschrijft dat de rekenkracht van een computerchip elke twee jaar verdubbelt. De rekenkracht van computers neemt daardoor exponentieel toe. Doorgetrokken naar de toekomst ziet Kurzweil wanneer computerintelligentie die van een mens zal overstijgen (2029) en wanneer die de intelligentie van alle mensen samen heeft bereikt (2045).

In zijn laatste boek, How to create a mind, uit 2012, beschrijft hij hoe het brein is na te maken in software, en welke vérstrekkende gevolgen dat kan hebben. Vorige week verscheen de Nederlandse vertaling: Het bouwen van een brein – het geheim van het menselijk denken ontrafeld.

Een kunstbrein bouwen is niet eenvoudig, maar te doen, denkt Kurzweil. Hij zit ontspannen voor de Skype-camera in zijn werkkamer in San Francisco. Af en toe trekken tijdens het gesprek zijn neusspieren samen om zijn montuurloze bril een stukje omhoog te wippen. Je moet niet alle bomen stuk voor stuk namaken, legt hij uit, maar wel de functie van het bos. Hij richt zich daarom op de hersenschors, de millimeters dunne buitenste laag van de hersenen die verantwoordelijk is voor waarneming, geheugen en – bij mensen – kritisch denken.

„De hersenschors heeft een diepgaand vermogen om patronen te herkennen en is erg eenvormig”, vertelt hij. „Het gebied waarmee we eenvoudige visuele informatie registreren, zoals randen van objecten, ziet er hetzelfde uit als de voorhoofdsschors, waar we hogere concepten zoals poëzie, humor, liefde en ironie verwerken. Dezelfde zenuwcellen, dezelfde verbindingen.”

„Mijn theorie is dat de hersenschors uit patroonherkennende modules bestaat, pakweg 300 miljoen, elk met ongeveer 100 zenuwcellen. Ze zijn georganiseerd in een hiërarchie, en ze draaien allemaal ongeveer hetzelfde algoritme. Onze ervaringen, alle dingen die we leren, creëren vervolgens de biljoenen verbindingen tussen zenuwcellen. Die verbindingen bouwen we laag na laag op, in toenemende niveaus van abstractie. In de ontwikkeling van pasgeboren baby’s kun je dat goed zien. Ik heb mijn tweejarige kleinzoon verschillende lagen van abstractie zien toevoegen.”

Kort na het verschijnen van zijn boek trad hij aan bij zoekmachinegigant Google. Niet, zegt hij, om te werken aan het ambitieuze project ‘Google Brain’, een kunstmatig intelligent systeem dat zelf leert op de hiërarchische manier die hij ook beschrijft. „Mijn doel bij Google is om computers menselijke taal te laten begrijpen.”

De IBM-computer Watson laat zien dat dit al werkt. Watson versloeg in 2011 de twee menselijke kampioenen in het Amerikaanse televisiespel Jeopardy! In dat programma krijgen deelnemers een cryptisch antwoord voorgeschoteld, waarop zij de passende vraag moeten formuleren. „Wat niet iedereen even goed begrijpt is dat de kennis die Watson heeft, niet feit na feit was ingevoerd door de programmeurs. Hij had het zelf geleerd door 200 miljoen pagina’s documenten in natuurlijke taal te lezen, verschillende encyclopedieën en Wikipedia”, aldus Kurzweil. „Watson leest een pagina niet zo goed als jij of ik, maar compenseert dat door veel meer te lezen.”

Natuurlijk taalbegrip

Met dit systeem wil Kurzweil Googles zoekmachine de betekenis van woorden leren begrijpen. „Die wordt nu niet opgepikt. Je kunt Google, of Siri (de virtuele persoonlijke assistent in de iPhone) simpele vragen stellen. Waar is de dichtstbijzijnde pizzatent? Hoe hoog is de Eiffeltoren? Maar een rijke conversatie hebben die systemen niet. Dat vergt het natuurlijke taalbegrip dat ik aan het ontwikkelen ben.”

En als een machine eenmaal taal begrijpt, dan zullen we zeggen dat die bewustzijn heeft. „Ik denk dat in 2029 een mens met een computer zal praten en die niet meer zal kunnen onderscheiden van menselijke intelligentie. Als weldenkende mensen echt vinden dat het de diepgang en emotionele reacties van een mens heeft, dat je ermee kunt lachen en huilen... Ik zal het dan accepteren als een bewust wezen. En meer en meer mensen zullen dat doen.”

De kritiek op deze vergaande ideeën is scherp. Hij onderschat de complexiteit van het brein, zeggen hersenonderzoekers. De Wet van Moore loopt op zijn einde, zeggen natuurkundigen, omdat er grenzen zijn aan hoe klein een transistor kan zijn, aan grondstoffen, aan energie. En wetenschappers met een minder roze bril waarschuwen dat hij de gevaren van technologie zwaar onderschat.

Wat Kurzweil het meest stoort is dat die critici niet luisteren naar zijn antwoorden. „Een belangrijk punt is dat mijn wet van toenemende meeropbrengsten niet synoniem is met de Wet van Moore. De Wet van Moore is een onderdeel ervan. Lang voordat computerchips waren uitgevonden, bouwden we computers met vacuümbuizen. Die rekenkracht liet dezelfde exponentiële groei zien. Toen die afvlakte, gingen we transistors gebruiken en begon de Wet van Moore”, zegt Kurzweil, inmiddels duidelijk geïrriteerd. „Ik heb dit een miljoen keer gezegd, en een enorme hoeveelheid bewijs geleverd, maar critici blijven maar zeggen: ‘Maar de Wet van Moore loopt op zijn eind.’ Alsof ik nooit antwoord heb gegeven!” Het volgende systeem werkt al in de labs van Intel, vertelt hij: 3D-chips. „De komende jaren nemen we die in gebruik, lang voor de Wet van Moore afloopt rond 2020.”

De enige oplossing

Deze eeuw worden die circuits een triljoen keer krachtiger dan het brein, voorspelt hij. En dat is hard nodig. Kurzweil: „Een paar honderd jaar geleden was het leven kort, gewelddadig, arm, er was een grote kans op rampen en ziektes. De vooruitgang die we geboekt hebben is te danken aan onze intelligentie. Intelligentie kan kunst en wetenschap creëren, dingen die ons optillen en ons leven waard maken te leven. Als je armoede wilt bestrijden, milieuproblemen, de beschikbaarheid van voedsel en energie, dan hebben we meer intelligentie nodig. Dat is echt de enige oplossing voor de grote uitdagingen van de mensheid.”

Natuurlijk, de nieuwe technologieën hebben nadelen, beaamt hij. „De biotechnologie die we inzetten tegen ziektes als kanker en hartziekten, kan ook misbruikt worden door bioterroristen voor het maken van een dodelijk, besmettelijk virus.” Maar ook daar biedt de Wet van de toenemende meeropbrengsten redding. De volgorde van de bouwstenen van een nieuw virus kunnen we tegenwoordig in één dag bepalen. „Dat was vijf jaar geleden niet mogelijk, het kostte vijf jaar voor hiv, en voor sars 31 dagen. Er zijn dus keerzijdes, maar ik denk dat die beheersbaar zijn.”

Tegen 2029 zijn mensen versmolten met technologie. Ze staan in verbinding met elkaar en het internet via breinimplantaten. Dankzij de exponentieel doorontwikkelde nanotechnologie en biotechnologie kunnen mensen hun leven aanzienlijk verlengen. Of zelfs nooit meer sterven. Kurzweil, die zijn vader verloor aan een hartaanval op zijn 22ste, kijkt er naar uit. Hij leeft extreem gezond en slikt 150 pillen per dag, om zijn leven zo lang te rekken dat hij dat punt mee zal maken.

Dat hij als beroemde uitvinder en toekomstvoorspeller toch altijd zal voortleven in ieders gedachten, is niet genoeg. „De dood geeft het leven betekenis, zegt men. Ik vind het juist een grote rover van betekenis. Het vernietigt relaties, kennis, creativiteit, wijsheid. Juist de dingen die het leven betekenis geven.”