95 procent zekerheid over opwarming aarde is genoeg

De aarde warmt op en menselijke activiteit is daarvan de belangrijkste oorzaak. Ondanks een moeilijk verklaarbaar hiaat in de temperatuurstijging sinds de eeuwwisseling is het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, daarvan meer dan ooit overtuigd. En er is geen reden meer om te twijfelen aan die boodschap in het nieuwste IPCC-rapport, het vijfde sinds het klimaatpanel een kwart eeuw geleden werd opgericht.

Een paar duizend klimaatwetenschappers van over de hele wereld hebben aan het rapport meegewerkt. Zo’n 9.000 wetenschappelijke artikelen zijn ervoor beoordeeld en in de tekst verwerkt. Meer dan 200 auteurs hebben het geschreven, het is ten minste twee keer door anderen nagelezen en aangevuld op basis van 50.000 commentaren.

Dat het klimaat door menselijk toedoen verandert, is nu extremely likely – extreem waarschijnlijk. In het jargon van het IPCC betekent dat een kans van meer dan 95 procent. In het vorige rapport, in 2007, was het nog ‘zeer waarschijnlijk’. Het klimaatpanel kent alleen nog ‘zo goed als zeker’ (virtually certain, meer dan 99 procent kans) als een overtreffende trap.

Dat de nieuwste bevindingen van het IPCC slechts in details afwijken van die uit 2007, is een verdienste van de klimaatwetenschap. De organisatie werd een kwart eeuw geleden opgericht omdat er veel onzekerheid bestond over het klimaat. Die heeft het IPCC in grote lijnen weggenomen.

In grote lijnen – want zo gauw het IPCC zijn blik richt op lokale verschillen of op een kleinere tijdschaal, nemen de onzekerheden toe. De weersgesteldheid zal volgens het IPCC op veel plaatsen op aarde veranderen – maar wordt het natter of juist droger? Het weer wordt minder voorspelbaar, maar gebeurt dat overal, en hoe dan precies? De extremen nemen toe en misschien worden tropische stormen zwaarder, maar op welke termijn?

Dit zijn de toekomstige vragen voor het VN-panel, dat zich in de toekomst meer op deelgebieden zou moeten richten. Nu de grote lijnen min of meer duidelijk zijn, heeft het nauwelijks nog zin om over een jaar of vijf opnieuw zo’n uitgebreid netwerk van wetenschappers aan het werk te zetten voor een zesde analyse. 95 procent zekerheid zou genoeg moeten zijn.

Of politici die 95 procent ook echt genoeg vinden, moet nog blijken. De analyses van het IPCC moeten ‘beleidsrelevant’ zijn – vandaar dat beleidsmakers zich in de afgelopen week met de samenvatting van de klimaatkennis hebben bemoeid. Zo wordt wetenschap vertaald in voor politici begrijpelijke taal en ligt er nu een tekst waar alle landen van de Verenigde Naties het officieel over eens zijn.

Dat schept voor beleidsmakers een grote verantwoordelijkheid. Zoals de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry, in reactie op het IPCC-rapport zei: „Klimaatverandering bestaat, is nu gaande, wordt veroorzaakt door de mens, en alleen de mens kan de aarde redden van de ergste gevolgen.”

Maar dat zeiden politici ook na het vorige rapport. De economische crisis die daarna uitbrak heeft de belangstelling voor het klimaat naar de achtergrond geschoven. Regeringen belijden hun goede bedoelingen met het klimaat sindsdien meer met de mond dan met concrete daden. Het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, de enige manier om klimaatverandering serieus te bestrijden, blijkt duur en raakt alle facetten van de economie. Rijke landen zijn rijk geworden door het ongebreidelde gebruik van fossiele brandstoffen. Nu arme landen hetzelfde willen is het moeilijk om hun dat te verbieden. Zo is klimaatverandering, zoals de Britse econoom Nicholas Stern in zijn vermaarde Review on the Economics of Climate Change (2006) al schreef, ook een ontwikkelingsvraagstuk.

Zelfs als we nu zouden stoppen met de uitstoot van CO2, zullen de gevolgen voor het klimaat nog eeuwen voelbaar zijn, schrijft het IPCC. Ook als de wereld nu nog weinig merkt van de opwarming, kan het probleem niet op de lange baan geschoven worden.