Onderzoek naar drie andere gevallen gebruik chemische wapens Syrië

Archieffoto van 31 augustus: medewerkers van de OPCW nemen op het vliegveld Rotterdam The Hague Airport monsters in ontvangst die VN-inspecteurs nabij Damascus hebben genomen. Foto AP via OPCW / Henry Arvidsson

Het VN-team dat onderzoek doet naar het gebruik van chemische wapens door Syrië, gaat nog drie andere gevallen onderzoeken. Het gaat om aanvallen die zouden hebben plaatsgevonden na de aanval van 21 augustus in de omgeving van Damascus. Dat meldt persbureau Reuters.

In totaal onderzoekt het team de komende tijd zeven gevallen, het rapport moet eind oktober klaar zijn.

Gifgasaanval 21 augustus

Op 21 augustus vond er in Damascus een grote gifgasaanval plaats. In het begin was het onduidelijk of en zo ja door wie een gifgasaanval was gepleegd. Een week na de aanval zei de Amerikaanse president Obama er zeker van te zijn dat er een aanval had plaatsgevonden en dat deze was gepleegd door het regime van Assad. Ook zei hij bereid te zijn het land aan te vallen als vergeldingsactie. Het bleef daarna onzeker of de VS inderdaad ging invallen, mede omdat Obama steun wilde hebben van het Amerikaanse congres, wat erg onzeker was.

Chemische wapens onder toezicht

Op 9 september bleek dat er ook nog een andere uitweg was. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, John Kerry, zei dat als Syrië zijn wapens onder toezicht zou stellen, een aanval niet nodig was. Rusland omarmde deze suggestie en gaf aan Syrië hier toe aan te sporen. Obama reageerde positief op de reactie van Rusland, maar gaf wel aan een aanvalsplan achter de hand te houden. Vervolgens liet ook Syrië weten hiermee akkoord te gaan. Uiteindelijk werd vorige week de eerste stap voor het toezicht stellen gezet. Een mogelijke door Amerika geïnitieerde aanval lijkt hiermee voorlopig van de baan.