V-raad eens over resolutie chemische wapens Syrië

In de Veiligheidsraad vond gisteren een doorbraak plaats. Maar ingrijpen in Syrië vergt nog wel een nieuwe resolutie.

In de marge van de VN-top in New York hebben zich gisteravond twee belangrijke diplomatieke ontwikkelingen voltrokken.

De vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad (de VS, Rusland, China, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk) werden het eens over een resolutie die vastlegt dat Syrië zijn chemische wapens moet opgeven.

En overleg tussen de vijf permanente leden plus Duitsland met Iran, over het omstreden nucleaire programma van dat land, verliep volgens betrokkenen positief.

De resolutie over Syrië zal mogelijk vanavond al in stemming gebracht worden in de voltallige Veiligheidsraad. Die zal er naar verwachting mee instemmen, nu alle vijf leden met vetorecht er achter staan.

De resolutie is volgens de Britse ambassadeur bij de VN „bindend en afdwingbaar”. Als de Syrische president zijn chemische wapens niet opgeeft, zal de raad „maatregelen nemen onder hoofdstuk 7” – wat betekent dat een militaire interventie mogelijk is. De ontwerptekst van de resolutie bepaalt wel dat voor een gewapend ingrijpen nog een aparte resolutie nodig is.

Rusland en China hebben zich in de Veiligheidsraad de afgelopen tweeënhalf jaar steeds verzet tegen alles wat ook maar kon leiden tot een gewapende interventie. Als de resolutie wordt aangenomen is het voor het eerst sinds het begin van het Syrische conflict dat de Veiligheidsraad Syrië iets oplegt. Volgens de Amerikaanse ambassadeur bij de VN, Samantha Power, vestigt de resolutie een nieuwe norm tegen het gebruik van chemische wapens.

Maar voor de raad over de resolutie kan stemmen, moet eerst de in Den Haag gevestigde organisatie voor het verbod op chemische wapens (OPCW) overeenstemming bereiken over een tekst waarin precies staat wat zij moet doen. De OPWC moet de opsporing en vernietiging van het gifgas gaan uitvoeren. Die tekst moet vervolgens opgenomen worden in de resolutie van de Veiligheidsraad.

Het overleg over het nucleaire programma van Iran ging ook onverwacht voorspoedig. De ministers van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten en Iran, landen die al 34 jaar geen diplomatieke betrekkingen onderhouden, zaten tijdens het overleg naast elkaar. Na afloop trokken de twee, John Kerry en Mohammad Zarif, zich terug voor een tweegesprek van een half uur.

Op 15 en 16 oktober zullen de onderhandelingen over de Iraanse nucleaire kwestie in Genève beginnen. Iran zegt te streven binnen drie maanden een akkoord te hebben. Het land heeft haast, omdat het hoopt dat een akkoord een eind zal maken aan de economische sancties van de VS, de EU en de VN, die hard aankomen.