Tram

Even zeuren. Dat vroeger alles beter was. Nog maar enkele jaren geleden kon men op de ramen van onze trams deze, in krom Nederlands gestelde mededeling lezen: „Ziet u iemand staan voor wie dit bezwaarlijk is, bied dan uw zitplaats aan”. Er had natuurlijk moeten staan: „Ziet u iemand voor wie staan bezwaarlijk is.” Maar dat doet even niet ter zake. Het gaat mij hierom: het lijkt wel of dat vriendelijke verzoek destijds toch een klein beetje geholpen heeft, want sinds die tekst verdwenen is, zie je, wanneer je in bus of tram stapt, dat meestal jongeren zitten en ouderen staan.

Vroeger wilde het nog wel eens gebeuren dat iemand voor een oudere of invalide opstond. „Gaat u hier maar zitten, hoor”, maar die gewoonte is volkomen verdwenen. Niemand durft er iets van te zeggen, want die jongeren kijken vaak vervaarlijk uit hun ogen. „Ik zit, ja, en jij moet staan. Nou... en?” Ook plaatsen ze vaak hun benen breeduit in het gangpad, zodat je er voorzichtig overheen moet stappen en wee je gebeente als je ze per ongeluk even aanraakt.

Bij de haltes bevinden zich ijzeren zitbankjes met ruimte voor drie personen. Onlangs passeerde ik zo’n bankje, ik wilde graag zitten, was vermoeid, maar er zat een meisje van ongeveer zestien jaar op, die me met stuurse blik aankeek. Ze had al haar boodschappen naast zich op het bankje gezet.

Ik overwoog even om te vragen: „Gut, zijn die tasjes ook moe?” Maar ik zag er vanaf, ik hield me in en gedroeg me als de bedeesde bejaarde die ik nu zo zoetjesaan geworden ben.