The Voice klinkt van Libanon tot Vietnam

The Voice is een hit in vele landen. Spanjaarden huilen en praten veel, de Afghaanse vrouw blijft thuis.

Foto Talpa, beeldbewerking NRC Fotodienst

In Afghanistan begon The Voice zonder huisband. Omdat het oude regime muziek verbood, waren er niet genoeg musici te vinden. In China mogen kijkers niet stemmen op kandidaten. In Spanje duren de uitzendingen tot diep in de nacht, omdat de Spanjaarden niet uitgepraat en uitgehuild raken.

John de Mol en zijn productiebedrijf Talpa wonnen zondag in Los Angeles een Primetime Emmy Award voor de Amerikaanse versie van The Voice. De Emmy’s zijn de belangrijkste Amerikaanse tv-prijzen, vergelijkbaar met de Oscars. De avond erna begon het vijfde seizoen met 15 miljoen kijkers. In de VS is The Voice een grote hit.

En niet alleen daar. De Nederlandse show, door De Mol zelf bedacht, heeft inmiddels maar liefs 55 verschillende edities, die in 150 landen te zien zijn. In China werd de finale van de show bekeken door 250 miljoen Chinezen. „Een tweede Big Brother” noemde John de Mol de show eerder in Elsevier, verwijzend naar zijn eerste internationale hit. De Mol zei met The Voice ‘honderden miljoenen’ omzet te maken.

Om deze ongekend succesrijke export in gang te zetten, hoefde Talpa niet eens zo gek veel te doen, vertelt Maarten Meijs, managing director van Talpa International: „Eén dag nadat de allereerste uitzending van The Voice of Holland zo uitzonderlijk piekte, stonden de buitenlandse inkopers al op de stoep. Tijdens de eerste reeks keken tientallen inkopers uit het buitenland mee vanuit een aparte ruimte. Tv-producenten houden alle kijkcijfers in de grote televisielanden scherp in de gaten. Nederland is een belangrijk tv-land omdat we veel innovatieve concepten bedenken. Talpa en John de Mol zijn in de tv-wereld bekend door Big Brother en I Love My Country, dat hier Ik hou van Holland heet.”

Polen en Oekraïne waren de eerste landen die The Voice overnamen. Maar de VS waren er ook vroeg bij. Twee grote Amerikaanse tv-netwerken, NBC en CBS, wilden allebei The Voice kopen. „Heel snel, zes maanden na de eerste uitzending in Nederland, is de Amerikaanse versie al op zender gegaan. En als je eenmaal een succes in Amerika bent, komt de rest vanzelf naar je toe.” De show is in twee landen mislukt: Portugal en Zweden. Maar, zo verzekerd Meijs, daar wordt gewerkt aan een herstart.

Het succes van The Voice ligt niet voor de hand. Big Brother, De Mols realityshow die de internationale televisie heeft veranderd, was een duidelijk, vernieuwend concept. The Voice moet het meer hebben van de precieuze uitwerking. Talentenshows zijn er genoeg. Hoe kan het dat toch iedereen The Voice wil kopen, in plaats van een eigen talentenshow in elkaar te timmeren? Meijs: „Dat komt door de vernieuwende filosofie van het programma. Toen The Voice begon, was de talentenmarkt op zijn retour. The Voice heeft die trend doorbroken. In veel tv-programma’s heeft de expert alle macht, hij kan doen met de kandidaten wat hij wil. Kijk maar naar kookprogramma’s. Wij noemen dat bashing tv. In The Voice kiest de kandidaat de coach. Niet andersom. Coach en kandidaat zijn gelijkwaardig. Samen maken ze er wat van. Dat geeft een positieve toon, en dat slaat aan.” Daarom vindt Talpa het ook belangrijk dat tijdens de liveshows coach en kandidaten samen optreden. Meijs: „Daar hebben we wel eens onenigheid over in het buitenland: sterren die weigeren om met kandidaten op te treden. Maar wij staan erop.”

Talpa blijft nauw betrokken bij de ontwikkeling van al die 55 versies. Negen Talpa-medewerkers reizen continu de wereld over om de verschillende versies te begeleiden. Talpa blijft bij een gedeelte van de shows ook co-producent.

Het bedrijf waakt erover dat The Voice overal de herkenbare vorm heeft. Die is vastgelegd in een tweehonderd pagina’s dikke Voice-bijbel. Alle edities moeten hetzelfde rode decor hebben, hetzelfde logo, de draaistoelen, de leader, het bijzondere lichtplan en de camerastanden. Ook het verloop ligt vast: eerst het meest vernieuwende onderdeel, de ‘blind auditions’: coaches beoordelen de stem in omgedraaide stoelen, en draaien die om als ze het mooi vinden. Dan de battles: de strijd tussen de zangers. En dan de liveshows.

Dat ook de samenstelling van de groep coaches is vastgelegd – één autoriteit, één volkszanger, één bij de jongeren populaire zanger, één vrouw – is volgens Meijs niet waar, maar het groeit vaak zo in de praktijk: „We zoeken wel altijd naar een evenwichtig team. Belangrijk voor ons is dat de coaches toonaangevende artiesten zijn die zelf nog midden in hun carrière staan.”

Verder is het interactieve concept belangrijk voor de show: kijkers worden verleid per sms mee te stemmen, op de website extra’s te halen, een app te downloaden, en de liedjes te kopen. Daarom is het belangrijk dat de lokale producenten samenwerken met een muziekpartner en een telecompartner naar keuze. Met reclamespotjes, de sms’en en downloads wordt het geld verdiend.

Ziet Meijs ondanks de gelijkschakeling verschillen tussen de shows? „Ik was verbaasd dat ook kleinere tv-landen The Voice namen. Bij Afghanistan dachten we: kunnen ze zo’n groot project wel aan? Een land in oorlog, de besprekingen waren op een compound. Maar het is gelukt. Alleen de begeleidingsband konden we dus niet op tijd voor het eerste seizoen bij elkaar krijgen. Daar staat de muziek dus op band. Ook bijzonder daar: bij de audities kwam maar één vrouw opdagen. Verder waren het alleen mannen. We vroegen: waar zijn de vrouwen? Nu hebben we wel één vrouwelijke coach.”

En de eindeloos uitlopende Spaanse editie? Meijs: „In Spanje, maar bijvoorbeeld ook in Argentinië, duren de shows inderdaad al snel tweeënhalf tot drie uur. Ik was bij een halve finale die tot half twee ’s nachts duurde. En de golden minute (de kijkcijferpiek) lag op twee minuten na middernacht. Die shows zijn heel emotioneel, veel tranen. En ze praten inderdaad verschrikkelijk veel. Het bekendmaken van de winnaar kan zo tien minuten duren. De winnaar is vervolgens een nationale held.”