Stephen King neemt wraak op Kubrick

Toen Stanley Kubrick in 1980 The Shining van Stephen King verfilmde sneed hij het hoofdthema – alcoholisme – eruit. In Kings recente vervolg, Dr. Sleep, is dat thema weer helemaal terug.

Volgens Simon Carmiggelt toonde The Shining aan dat ook rotzooi prachtige kunst kan inspireren. Met rotzooi bedoelde hij het ‘flutboekje’ van Stephen King uit 1977 en met kunst de verfilming ervan, in 1980, door regisseur Stanley Kubrick. Met Dr. Sleep schreef King na ruim zesendertig jaar een vervolg over het volwassen leven van de kleuter uit The Shining, Danny Torrance. Het boek lijkt vooral een afrekening met de door King openlijk gehate Kubrick-verfilming.

Bij het herzien van The Shining blijkt de film nog steeds een grand guignol meesterwerk. En bij het herlezen van The Shining blijkt het allesbehalve een flutboekje maar valt op hoezeer de film, die het boek in de populaire cultuur volledig overschaduwt, verschilt van het origineel. In Dr. Sleep sleurt King het grote thema van deel één, dat door Kubrick vrijwel geheel werd weggesneden, uit het door hemzelf en Diane Johnson geschreven filmscript, met een ferme ruk terug in de schijnwerpers. De boeken The Shining en Dr. Sleep gaan over een onderwerp dat de bioscoopganger ontging: alcoholisme.

In The Shining ontmoetten we de familie Torrance. Vader Jack is een gesjeesde schrijver en een droogstaande alcoholist, moeder Wendy een lieve maar overvleugelde huisvrouw en zoontje Danny een pienter jochie dat begiftigd – of belast – is met wat Dick Hallorann, de chef-kok van het Overlook hotel, ‘het schijnsel’ noemt: een combinatie van helderziendheid, telepathie en telekinese.

Jack Torrance wordt winteropzichter van een immens en afgelegen luxe-hotel in de Rocky Mountains dat elke winter door sneeuwval geïsoleerd raakt. Het Overlook hotel heeft een rijke en kwalijke geschiedenis die zich, naarmate de winter vordert, via beelden en geesten steeds meer opdringt aan Danny. Vader Jack wordt door een onduidelijke combinatie van drankzucht en diezelfde spoken steeds geschifter en vormt een toenemend gevaar voor zijn gezin, dat hulpeloos door de gangen en zalen van het lege hotel dwaalt, terwijl de rijk gevulde drankkasten van de hotelbars staan te fonkelen in de winterzon.

Jack en zijn gezin zijn volledig in de ban van het inken en van de herinneringen aan Jacks gewelddadigheid toen hij nog wél dronk. Alcoholisme is het grootste spook dat in The Shining rondwaart. Kubrick koos voor de thema’s hutkoorts, waanzin en gezinsdynamiek en liet alcoholisme goeddeels liggen. Voor King, zelf een droogstaande alcoholist, was dat onverteerbaar. Ook in het nawoord van Dr. Sleep haalt hij weer uit naar de film.

In Dr. Sleep speelt alcoholisme nog meer dan in The Shining een hoofdrol, alsof King dit keer het laatste woord wil hebben. Danny Torrance is volwassen en gigantisch aan de drank, deels om wat hij heeft meegemaakt in deel één en deels om het schijnsel te verzwakken, want Danny ervaart zijn gave als een vloek.

Een traumatische, drank-gerelateerde ervaring in het begin van het boek dwingt hem richting Alcoholics Anonymous. Het droogstaan bevalt Danny vervolgens zeer; hij krijgt een baantje als verzorger in een hospice, maakt nieuwe vrienden en krijgt, doordat het schijnsel niet meer wordt onderdrukt, telepathisch contact met het meisje Abra. Zij en Danny hebben al contact als Abra twee is, maar als ze dertien is ontmoetten ze elkaar pas fysiek om samen het gevecht aan te gaan met De Ware Knoop, een groep in campers rondreizende vampiers die geen bloed drinken maar het schijnsel wegzuigen uit kinderen als Abra en Danny.

Hoewel dit verhaal extreem onwaarschijnlijk lijkt (en is) slaagt King erin om de figuur Abra net zo gedenkwaardig te maken als Danny was in The Shining. De manier waarop King de vrij kleine vertelling in ruim 500 bladzijden ontrolt en boeiend houdt, is knap. Tijdens het lezen doet het er daardoor steeds minder toe dat Dr. Sleep eigenlijk niet zozeer een vervolg is op The Shining, maar een op zichzelf staand boek dat ook over alcoholisme en helderziendheid gaat, maar niet over het Overlook hotel.

In The Shining was het telepathisch contact tussen Danny en chef-kok Dick een bijzaak, in Dr. Sleep is het contact tussen Abra en Danny de hoofdzaak. Dat doet King mooi, maar net als Kubrick heeft King zich eerder door The Shining laten inspireren dan dat Dr. Sleep leest als een letterlijk vervolg. Hoewel de apotheose zich afspeelt op de plek waarop ooit het Overlook hotel stond, is Dr. Sleep vooral een op zichzelf staande, redelijk goede, bovennatuurlijke thriller, waarvan de onvermijdelijke verfilming niet zo’n klassieker zal worden als The Shining.