Spaanse zonneschade

Spanje was wereldwijd koploper bij de ontwikkeling van zonne-energie.

Duizenden investeerders lijden nu verlies en dreigen hun zonnepanelen kwijt te raken.

De zon werpt lange schaduwen op het grindpad tussen de lange rijen zonnepanelen. Het is zeven uur ’s avonds. Over minder dan een uur zal de zon achter de horizon van Alicante zakken. Maar de machines die de opgevangen zonne-energie omzetten in wisselstroom piepen en zoemen nog intensief. Zoals ze al sinds acht uur vanochtend doen.

Alleen al op deze dag, eind september, heeft dit veld van 60.000 panelen genoeg stroom opgewekt om ruim te voorzien in de totale energiebehoefte van de huishoudens in het nabijgelegen stadje Crevillente (28.000 inwoners). Op jaarbasis levert het veld 21 gigawattuur.

In Spanje zijn de afgelopen jaren duizenden huertos solares (letterlijk: ‘zonnetuinen’) aangelegd. Ze zijn het resultaat van een ambitieuze groene-energiepolitiek, die de rechtse regering-Aznar in 2004 lanceerde. Eigenaren van zonneparken werd tot in 2033 een minimumprijs gegarandeerd voor stroom die ze aan het nationale elektriciteitssysteem leverden. Zeker toen de prijs van zonnepanelen steeds verder daalde, werd investeren in panelen zeer aantrekkelijk. De maatregel leidde tot een ongekende boom. Er was gerekend op ongeveer 400 megawatt productievermogen. Het werden er 3.500.

Drastische versobering

Spanje vervulde wereldwijd een voortrekkersrol bij de ontwikkeling van zonne-energie. De sector bloeide. „Het is Duitse technologie, maar om het park aan te leggen, hadden destijds plaatselijk vijftig mensen twee jaar lang werk”, vertelt Isabel Mas, de ingenieur van het zonnepark. „Gepensioneerde boeren konden van hun grond afkomen. Iedereen profiteerde mee.” Maar het uitbreken van de eurocrisis en een regeringswisseling hebben geleid tot een abrupte koerswijziging.

In 2010 versoberde de regering-Zapatero de zogeheten terugleververgoeding, die zonneboeren ontvingen voor geleverde stroom. Deze premie werd betaald door het nationale energiesysteem, ofwel de grote energiebedrijven. Maar met steeds goedkopere panelen leek de regering een lagere vergoeding redelijk. Ook zouden de groene premies de systeemkosten opdrijven, al wijten de zonneboeren dit eerder aan prijsmanipulatie door de grote energiebedrijven.

Vervolgens trad eind 2011 een nieuwe rechtse regering aan, die nog drastischer het mes in de regelingen zette. Via verschillende decreten werden de regelingen voor de zonne-energiesector met terugwerkende kracht sterk versoberd. Investeerders van al aangelegde parken dreigen hierdoor grote verliezen te lijden. Geplande projecten zijn nagenoeg allemaal afgeblazen.

Een van de ruim 50.000 gedupeerde investeerders is de Nederlander Govert Dijkstra. Dijkstra, die vijftien jaar in Spanje woont, stak drie ton in zonnepanelen. Van die investering was 20 procent cash. Voor de overige 80 procent sloot hij een lening af: een looptijd van 14 jaar tegen een rente van 6,6 procent.

Hij stapte in panelen als langetermijninvestering, legt hij uit in een cafeetje nabij het zonnepark in Crevillent. Onder het oude premieregime kreeg hij voor zijn stroom ongeveer 48.000 euro per jaar. Het aflossen van de lening en onderhoud kostten per jaar ongeveer 46.000. „Tweeduizend euro winst per jaar. Dat kan je moeilijk speculeren noemen. Andere investeerders en ik zijn hier voor langere tijd ingestapt.” Was de bankschuld eenmaal afgelost, dan zou de hele opbrengst voor hen zijn. Met een langlopende prijsgarantie van de staat.

Onder het nieuwe regime vallen Dijkstra’s jaarinkomsten ineens terug tot 30.000 per jaar. Zijn bescheiden winst van 2.000 euro is omgeslagen in een verlies van 16.000. Hij moet nu lenen bij vrienden en familie om de bank te kunnen blijven betalen. „Ik sta persoonlijk garant, dus ook met mijn auto en huis. En voor mijn hypotheek staat mijn schoonmoeder weer borg, die zou ook mee gesleurd worden.”

Dijkstra dacht dat het een veilige investering was. „Men zei: er is een wettelijk decreet, de staat geeft een garantie. Spanje wil graag Europees zijn, het wilde aan het Kyoto-protocol [afspraken voor lagere CO2-uitstoot, red.] voldoen, onafhankelijk worden van buitenlands gas.” Het park waarin hij investeerde was bij de opening, zomer 2008, een van de grootste van Europa. De regiopresident kwam het feestelijk openen. „Dit zit wel goed, dacht ik. Niet dus. Ik ben enorm geschrokken van de juridische onveiligheid.”

Het nieuwe energiebeleid is grotendeels gevormd naar de wensen van de grote energiebedrijven. Iberdrola, Endesa, Gas Natural, HC en E.ON domineren met zijn vijven de Spaanse markt. „Aanvankelijk tolereerden zij de komst van groene energie, totdat de crisis uitbrak”, vertelt Miguel Ángel Aroca, voorzitter van de landelijke vereniging van zonne-energieproducenten en investeerders (Anpier). Maar de energieconsumptie van huishoudens en bedrijven kelderde door de recessie. „En die multinationals wilden wel hun oude winsten blijven draaien. Toen hebben ze massaal oud-politici aangenomen om politieke invloed te verwerven.” Oud-premiers en -ministers kregen goedbetaalde banen aangeboden. Zo verdient de rechtse ex-premier José María Aznar jaarlijks minstens twee ton als ‘adviseur’ voor Endesa.

De regering-Rajoy heeft de uitgeklede teruglevergarantie dit jaar helemaal afgeschaft. Ervoor in de plaats komt een vergoeding op basis van de rentabiliteit van de installaties. Zonneboeren klagen dat die vergoeding nog nadeliger uitpakt en dat de vaststelling ervan arbitrair is. Ook zullen particulieren met zonnepanelen op hun dak of in hun tuin tol gaan betalen over deze gratis stroom. Deze wordt betaald ter ‘ondersteuning’ van de oude energiebedrijven. Spanje is hiermee het eerste land ter wereld dat de zon belast, schertsen tegenstanders.

De energiebedrijven echter klagen al jaren over het oplopende, zogenoemde ‘tarieftekort’. Om de elektriciteitsprijzen niet te snel te laten stijgen, kregen de afgelopen jaren burgers een korting op de energierekening. De energiesector werd hiervoor tegemoetgekomen door de staat via de uitgifte van obligaties. Deze schuld is in 12 jaar opgelopen tot 28 miljard euro.

Maar critici wijten deze situatie vooral aan een gebrek aan concurrentie op de energiemarkt. En ontoereikende controle hierop van mededingingsautoriteiten. Zo behoren de prijzen in Spanje tot de hoogste van Europa: alleen Ieren en Cyprioten betalen meer. In de winter zijn er drie miljoen huishoudens die niet genoeg geld hebben om hun woning warm te stoken.

Tegelijkertijd maakten de vijf grote marktpartijen vorig jaar tezamen 6 miljard euro winst, na belastingen. Anpier-voorzitter Aroca spreekt dan ook boos over een oligopolie. „We hebben door vraaguitval een productieoverschot aan energie, maar de prijzen blijven oplopen. Hoe kan dat?”

Kerncentrale heropenen

Dit zou het moment zijn om de behoefte aan oude energie af te bouwen, vindt hij. „Maar terwijl bijvoorbeeld Duitsland stopt met kernenergie en inzet op groene stroom, doen wij precies het omgekeerde. We heropenen een kerncentrale.”

Het nieuwe regeringsbeleid wordt inmiddels op verschillende fronten aangevochten door de investeerders. Internationale groene beleggingsfondsen, waaronder het Ampere Equity Fund van de Nederlandse ‘ethische’ bank Triodos, hebben 13 miljard euro in Spaanse projecten. Zij klagen Spanje aan via arbitragerechtspraak. Daarmee kan alleen een schadeloosstelling worden afgedwongen; de wetgeving zelf wordt er niet mee neergehaald. Dat kan alleen via de Spaanse en Europese rechtspraak.

Panelen dumpen

„De grote spelers gaan bijna zeker hun gelijk krijgen via die arbitrageroute”, zegt de in Barcelona gevestigde advocaat Piet Holtrop, die namens duizenden particuliere gedupeerden collectieve rechtszaken heeft aangespannen. Ook zijn er meerdere klachten ingediend bij de Europese Commissie, die er serieus werk van lijkt te willen gaan maken.

„Ook de kleinere investeerders kunnen winnen”, zet Holtrop. „Maar dat zou een strop opleveren voor het energiesysteem. Dus wat doet de regering dan waarschijnlijk? Meer van hetzelfde: regelingen terugdraaien, toch weer een noodwet invoeren met een beroep op de slechte conjunctuur. En dan moeten we daar weer tegen procederen.”

Govert Dijkstra weet niet of hij zin heeft in eindeloze rechtszaken. „Ik zie om me heen verschillende investeerders die zeggen: ‘Ik wil best al het belegde geld kwijt zijn. Als ik maar van die lening af ben.’ Maar de bank legt natuurlijk liever beslag op mijn huis dan met zonnepanelen te komen zitten.”

Miguel Ángel Aroca van belangenvereniging Anpier wil blijven vechten. Hij voorziet anders dat banken de aan hen toegevallen panelen tegen bodemprijzen dumpen bij de grote energiebedrijven. „Al gaan investeerders failliet, de panelen blijven gewoon stroom leveren. Maar de banken hebben geen zin die dingen te beheren. En wie zijn dan geschiktere kopers dan de energiebedrijven?”

Hij slaat boos met zijn hand op tafel. „Wij particulieren zijn relatief vroeg ingestapt, toen de panelen nog relatief duur waren. De hele wereld profiteert nu van het feit dat prijzen van zonnepanelen gedaald zijn. En de families die dit mogelijk gemaakt hebben, dreigen geruïneerd achter te blijven.” Het was geen vooropgezet meesterplan, denkt hij. „Maar nu deze situatie ontstaan is, grijpen de grote bedrijven hun kans.”