Opgescheept zitten met twee bruten

Het is 1979: de ‘loden jaren’ van het linkse terrorisme en verbeten contra-terrorisme van de staat zijn in Italië op hun hoogtepunt. Tegen die achtergrond laat Francesca Melandri in haar roman Hoger dan de zee twee mensen een bezoek brengen aan een zwaar bewaakte gevangenis op een eilandje voor de Italiaanse kust. Zij, Luisa, is boerin; haar man zit langdurig vast wegens meervoudige moord. Hij, Paolo, is een voormalig docent geschiedenis en filosofie; zijn zoon heeft als lid van een terroristische organisatie een handvol doden en een reeks roofovervallen op zijn geweten.

Als gevolg van een plots opgestoken mistral blijven Luisa en Paolo een nacht lang vastzitten op het gevangeniseiland. Tussen beiden ontstaat een voorzichtige genegenheid, waarin zij elkaar hun levenslot toevertrouwen. Een echtgenoot die steeds gewelddadiger wordt, tot het misloopt. Een zoon die iets te radicale consequenties trekt uit de leer van ‘de filosoof uit Trier’ die zijn vader hem uit de doeken had gedaan.

Hoe kun je blijven houden van iemand die zich in zijn gewelddadigheid tot in het onherkenbare toe van je heeft vervreemd? Dat is de vraag die Melandri in Hoger dan de zee probeert tracht te beantwoorden. Dat haar belangstelling daarbij vooral uitgaat naar het dilemma van Paolo en zijn zoon ligt in de lijn van haar succesvolle debuutroman Eva slaapt , die twee jaar geleden in het Nederlands uitkwam (Boeken, 27/1/2012) . Ook daarin ging het om de verwevenheid van het persoonlijke leven met de politieke geschiedenis van Italië en vooral methet Duitstalige Zuid-Tirol.

Maar wat in Eva slaapt een prachtige roman opleverde, mislukt in Hoger dan de zee. Hoewel Melandri haar hoofdpersonen redelijk overtuigend weet te portretteren, schiet zij te kort wanneer het op hun cruciale emoties aankomt. ‘Luisa huilde zoals ze heel haar leven nog nooit had gedaan,’ schrijft ze. En ook al lees je vervolgens dat dat is ‘om de herenschoenen die ze al jaren poetste, om haar kinderen die op het schoolplein moesten horen (‘Je vader is een moordenaar’), om haar angst als jonge bruid’ etcetera – als lezer word je er niet warm of koud van.

Net zo min als wanneer het in de roman allemaal min of meer goed afloopt, Luisa een nieuwe liefde vindt en Paolo zich verzoent met zijn zoon, die zich is gaan inzetten voor de herintegratie van ex-gedetineerden. Het staat er op de slotpagina van de roman plompverloren en het zal best waar zijn – maar enig begrip heeft Melandri haar lezers niet bijgebracht.

Ger Groot