Obama ontnuchterd

De nieuwigheid is er inmiddels behoorlijk vanaf, maar de toespraken van Obama blijven de moeite waard. Niet zozeer vanwege veel geprezen retorische kwaliteiten, want daar valt wel wat op af te dingen. Steeds dezelfde stembuigingen, de belerende toon, op den duur gaat dat irriteren.

En dat is jammer, want de inhoud verdient het meestal om gehoord te worden. Ook deze week weer bij de Verenigde Naties. Niet alleen gaf Obama daar een aanzet voor onderhandelingen met Iran en verdedigde hij zijn Syrië-beleid. Hij schetste ook hoe hij, ontnuchterd door meer dan vier jaar in het Witte Huis, Amerika’s rol in de wereld ziet.

De website van het blad Foreign Policy vatte dat samen in de kop: ‘Obama to World: The American Empire Is Dead’. En daaronder: ‘And you’re going to miss it’.

Nu deed Obama het idee van een ‘Amerikaans imperium’ juist af als propaganda. Maar hij zei wel dat de Verenigde Staten een bescheidener rol in de wereld gaan spelen. Wat hem betreft moet dat niet te ver gaan, moet Amerika wel bij de wereld betrokken blijven en in uiterste gevallen ook militair ingrijpen. Maar de Amerikaanse publieke opinie is na twaalf jaar oorlog nogal naar binnen gekeerd – en met reden, zei Obama. Hij waarschuwde daarom voor „het gevaar van een Amerika dat zich afwendt en een leiderschapsvacuüm creëert dat geen ander land bereid is op te vullen”.

Ondertussen is hij al begonnen Amerika’s internationale ambities naar beneden bij te stellen. In het Midden-Oosten hebben de VS volgens Obama nog vier ‘kernbelangen’: aanvallen tegen bondgenoten het hoofd bieden; zorgen dat de olie blijft stromen; terreurnetwerken die ons bedreigen ontmantelen; en niet dulden dat massavernietigingswapens worden ontwikkeld of gebruikt.

Alleen om díe doelen te verdedigen is Amerika nog bereid alles uit de kast te halen, desnoods met een militaire interventie. Andere mooie ambities – als bevordering van vrede, welvaart, democratie en mensenrechten – mogen ook Amerikaanse belangen zijn, maar die zullen op andere manieren verwezenlijkt moeten worden. Bij voorkeur in internationaal verband.

Opstandelingen en vrijheidstrijders aller landen, wees dus gewaarschuwd. Reken niet meer op Amerika als interventiemacht in je burgeroorlog. De rebellen in Syrië hebben die les al geleerd: Obama wilde nadrukkelijk alléén ingrijpen om het gebruik van chemische wapens te bestraffen, niet om in de burgeroorlog te gaan meedoen. En zelfs voor een beperkte militaire interventie, bedoeld om te laten zien dat de wereld niet lijdzaam toeziet hoe het verbod op chemische wapens wordt geschonden, kreeg hij amper steun.

Zonder met zoveel woorden over ‘isolationisme’ te spreken, zei Obama dat de publieke opinie in de VS daartoe neigt – en dat de wereld zich daar zorgen over zou moet maken. Hoe kan je ook verwachten dat de Amerikanen zich bij de wereld betrokken blijven voelen, als andere landen, al dan niet in VN-verband, zelf géén verantwoordelijkheid willen nemen voor het oplossen van de grote problemen in de wereld?

Ook als de Amerikaanse ‘kernbelangen’ niet direct in het geding zijn, zei Obama, willen we nog wel in actie komen, bijvoorbeeld om massaslachtingen te voorkomen. „Maar die last kunnen en moeten we niet alleen dragen.” Dat was een boodschap aan de Veiligheidsraad, en ook aan Amerika’s bondgenoten.