Macht maakt geil. Zo simpel is het

Lust, gulzigheid, hebzucht: ‘goede’ leiders gaan net zo hard voor de bijl, zegt Jaap van Ginneken.

Hij schreef een boek over de psychologie van de macht. „Het doet iets met je aan de top.”

Het maakt niet uit hoe slim de leider is. Hoe rationeel of hoe ervaren. Of hij politicus is of bankier. Hij is aan de top gekomen en verandert, of hij nou wil of niet.

Dat schrijftmedia- en massapsycholoog Jaap van Ginneken in zijn boek Verleidingen aan de top – de psychologie van de macht, dat deze week uitkomt. Uiteindelijk vallen alle mensen die een hoge positie bereiken voor ten minste één van de zeven (door de schrijver ietwat aangepaste) zonden: lust, gulzigheid, hebzucht, gramschap, trots, gekte en ontkenning van sterven. Dat wil niet zeggen dat ze een beetje gek of hebberig zijn, nee, ze zijn extreem verslaafd of zeer corrupt.

Van Ginneken komt tot die conclusie nadat hij de vijftien bekendste leiders van de grootste westerse landen die na 1960 regeerden onder de loep nam. „Ik dacht: stel dat ‘machtsdronkenheid’ bestaat, dan moet je dat in elk geval kunnen aantreffen bij, volgens objectieve criteria, de allermachtigsten.”

Het gaat om onder anderen de presidenten Kennedy, Nixon en Mitterrand, premier Blair en bondskanselier Kohl. Zonder uitzondering omringden zij zich met ja-zeggers en probeerden tegensprekers op een zijspoor te rangeren, schrijft Van Ginneken. Ze begonnen te geloven in hun eigen bijzondere kwaliteiten en voorbestemming en weigerden in te zien dat ze geleidelijk steeds meer toegaven aan verleidingen.

Het is nogal wat, wat u beweert.

„Niet beweert, bewijst.”

Goed, wat u bewijst. Topmensen hebben een grote kans om te ontsporen, ze raken vaak verslaafd, ze kunnen zich meestal niet beheersen als het bijvoorbeeld om seks gaat, en zijn niet zelden geobsedeerd door jonge vrouwen.

„Ik begon met sprokkelen om te kijken welk percentage van de leiders voor een van de zonden was gevallen. Tot mijn grote verbazing stelde ik vast dat zij allemaal gezwicht waren. Het meest onthutst was ik over Kennedy, mijn held toen ik student was. De ideale man, mooie vrouw, leuke kindertjes, gebruind, een visionair. Bij de grote leiders komen de echte verhalen, de waarheid, pas jaren na hun aftreden of overlijden naar buiten. Ook bij Kennedy. Uit twee alternatieve biografieën, van onderzoeksjournalisten die veel mensen hebben gesproken, blijkt dat Kennedy drugsverslaafd en erg seksverslaafd was. Van alle voorbeelden van seksverslaafden die ik ken, is hij veruit de extreemste.”

U noemt dat het ‘Batseba-syndroom’.

„Ja, het komt erop neer dat zelfs de meest ideale leiders voor de bijl gaan. Het is gebaseerd op het verhaal van koning David uit het Oude Testament. Hij verenigde de stammen van Israël en was een wijze koning. Maar hij legde het aan met Batseba, de vrouw van een van zijn generaals, en stelde hem voor aan het front op. Ook David viel dus voor de verleiding.”

Hoe komt het dat juist mensen aan de top zwichten voor verleidingen?

„Macht maakt geil. Zo simpel is het. Het doet iets met je aan de top, die euforie die je voelt om boven iedereen te staan, niemand die je wat doet. Dat verhoogt de pure geilheid van politici op leuke jonge dames in hun omgeving. Dat geldt niet alleen voor politici, je kunt het fenomeen ook kopiëren naar de top van het bedrijfsleven. Velen denken: ons gebeurt dat niet. Maar zo simpel is het niet, psychologische krachten trekken aan je. Bovendien organiseren veel topbestuurders te weinig tegenspraak. Je moet echt iemand aanwijzen als advocaat van de duivel.”

Welke ‘psychologische krachten’ trekken aan je?

„Het winnaarseffect is al langer bekend: de dieren die een gevecht winnen, hebben een grotere kans om de volgende strijd weer te winnen. Ze krijgen zelfvertrouwen, overmatig zelfvertrouwen, zelfoverschatting, overmoed en dan hybris: grootheidswaanzin. Bij mensen geldt hetzelfde, kijk naar de topsport en beursvloer. Het effect wordt mede aangejaagd door testosteron, maar voorheen was onduidelijk hoe het relatief vluchtige hormoon kon beklijven. Inmiddels is ontdekt dat testosteronrushes androgeenreceptoren bijmaken in de hersenen. Daardoor wordt de gevoeligheid voor testosteron groter en ontstaat, wat ik noem, een testosteronverslaving. De drang naar competitie en risico’s blijft en groeit zelfs, ook als de persoon in kwestie de top heeft bereikt.”

Welke gevolgen heeft dat?

„Het kan grote gevolgen hebben. Zo wilden meerdere presidenten niet toegeven dat ze op een gegeven moment handelingsonbekwaam werden. Mitterrand is bijna in functie gestorven. Hij had al dertien jaar kanker en wilde niet zien dat zijn capaciteiten verminderden. Zo was Frankrijk erg besluiteloos tijdens de genocide in Rwanda. Mitterrand zat helemaal onder de morfine, volgens zijn omgeving bemoeide hij zich in die tijd nauwelijks meer met de dagelijkse politiek. Zijn ziekte zal niet de enige reden van de besluiteloosheid geweest zijn, maar het speelde wel mee.

Het doel van mijn exercitie was om te kijken of het mechaniek werkt: dat mensen aan de top risico’s nemen die volstrekt onnodig zijn, dat ze, hard gezegd ontoerekeningsvatbaar worden. Het antwoord daarop is ja. Zoveel jaar na hun vertrek kun je met alle informatie een nieuwe puzzel leggen. Bij alle vijftien onderzochte leiders is er een patroon te zien van uiterst riskant gedrag, wat grote gevolgen had kunnen hebben als het bekend was geweest tijdens hun bewind.”

U stelt dat mensen aan de top veranderen. Is dat blijvend of veranderen ze ook weer ‘terug’?

„Dat kan, denk ik, maar ik heb er geen onderzoek over gezien. Het zal een tijdje duren voor het is weggesleten. Dat verklaart waarom elder statesmen zo veel milder zijn.”

U heeft het trouwens alleen over mannen.

„Dat klopt. De onderzoeken die ik heb geraadpleegd, gaan vooral over mannen. Bij vrouwen is het complexer, daar zijn de sociale mechanismen ook anders. Bij topvrouwen zal het minder snel geaccepteerd worden dat ze bij een zakenborrel veel drinken. Maar ik moet toegeven dat ik er weinig van afweet.”

Kunt u zich voorstellen dat het middelengebruik bij leiders van kwaad tot erger gaat?

„Zeker. Ik heb zelf bijvoorbeeld elke ochtend drie doppio’s nodig, dan ben ik goed wakker en kan ik, paf, meteen aan de slag. En aan het einde van de middag komt er een biertje, wijntje of whisky’tje. Als je een druk leven leidt, probeer je je leven te versnellen en af te bouwen met uppers en downers. Nu ik een week in Amsterdam verblijf, slaap ik slecht. Dan neem ik een pilletje, weet ik in elk geval zeker dat ik niet lig te woelen. Maar voor je het weet, wordt het een patroon. Dan is opeens die fles wijn bij het zakendiner vanzelfsprekend geworden en ga je het thuis ook doen. Alcoholisme ligt bijvoorbeeld voor de hand.”

Heeft u eigenlijk zelf aan machtsmisbruik gedaan op de universiteit?

„Tijdschrift Opzij vroeg me hetzelfde. ‘Nee’, zei ik toen. De universiteit was een platte organisatie. Maar later bedacht ik me dat ik ernaast zat. Tussen docent en student bestaat wel degelijk een ongelijke relatie. Een aspect van erotisering van statusverschil zit in die relatie. En de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik ook getrouwd ben met een ex-leerling. Ze was 22 jaar en 20 jaar jonger dan ik. We zijn nog steeds getrouwd.”

Jaap van Ginneken:Verleidingen aan de top – de psychologie van de macht. Uitgeverij Business Contact, 19,95 euro