Maakt China de Afrikanen wit?

Chinezen betalen een prijs voor de exploitatie van Afrika. En Afrikanen worden in China gediscrimineerd. Een reisboek over de ‘menselijke’ maat van de globalisering.

Afrikaanse leeuw blijkt hond te zijn. Onder die kop kwam het nieuws de wereld in dat een Chinese dierentuin geld wilde verdienen aan een Tibetaanse langharige hond. Het beest zat, lekker woest opgekamd, in een kooi met een bordje ‘Dit is een Afrikaanse leeuw’ erop getimmerd. Maar helaas, de bezoekers trapten er niet in, ze wisten heus wel hoe een Afrikaanse leeuw eruit zag. Had de dierentuindirecteur deze truc tien jaar eerder uitgehaald, dan was zijn snode plannetje misschien wel geslaagd. Maar inmiddels zijn de banden tussen China en Afrika dusdanig sterk dat de kennis van het Afrikaanse continent bij de Chinezen flink is toegenomen.

Sinds 2000 roepen regeringsleiders dat China en Afrika broeders zijn. China is de grootste handelspartner van Afrika. Vooral met Nigeria, Zuid-Afrika en Zambia zijn de economische banden sterk. De verwachting is dat in 2015 de handel tussen China en Afrika zo’n 400 miljard dollar zal bedragen. Eerder dan het Westen, Brazilië en India hebben de Chinezen de potentie van het Afrikaanse continent gezien en daar plukken ze de vruchten van.

De toon waarop in Europa over die verhoudingen wordt geschreven, is niet vrij van vooroordelen: China eet Afrika op, China doet aan nieuw kolonialisme. Of met evenveel aplomb wordt een tegengestelde visie geponeerd: de westerlingen hebben Afrika als een puinhoop achtergelaten en helpen met al hun ontwikkelingsgeld het continent nog verder de vernieling in, terwijl de Chinezen de boel juist opbouwen met hun aanleg van wegen en andere megaprojecten om de economie op te stuwen, zonder lastige vragen te stellen.

Maar hoe zit het eigenlijk met de Chinezen zelf in bijvoorbeeld Congo of Zuid-Afrika? Of nog interessanter: hoe ziet het leven eruit van een Afrikaan die naar China gaat om daar zijn economisch gewin te halen? Reisschrijfster Lieve Joris zocht antwoorden op die vragen in haar nieuwe boek Op de vleugels van de draak. Het ging haar daarbij om inzicht in de ‘menselijke’ maat van de globalisering.

Om aan dat verhaal te komen, volgde ze enkele Afrikanen naar de Chinese stad Guangzhou, waar ze samenklonteren in de wijk met de omineuze naam Chocolate City. Het is een plek waar ook analfabeten flink geld kunnen verdienen met de handel in mobieltjes, nagemaakte merkkleding en schoenen met glimmende hakken. Die levendige uitwisseling kan niet voorkomen dat veel Chinezen er nogal wat vooroordelen op na houden.

Smog?

Zo staat Lieve Joris in de metro en ziet dat de Chinezen witte zakdoekjes voor hun neus doen. Is er smog? Nee er staat een zwarte man in de coupé en elke Chinees weet dat zwarte mensen stinken. Wie zich niet wast, wordt namelijk vanzelf zwart.

De regering doet intussen wat ze kan en organiseert vanuit universiteiten lezingen en exposities over Afrika, waarbij het accent overigens vooral ligt op het exotisme. Het baat niet. Vooroordelen zijn er om behouden te blijven. Zo krijgt een kennis van Lieve Joris uit Congo de vraag voorgelegd of de kans bestaat dat hij wat blanker zal worden nu hij in China woont. ‘Ja’, antwoordt de Congolees, ‘kijk maar, de binnenkant van mijn handen is al lichter geworden. Over een jaar of twaalf zal ik helemaal blank zijn.’ Dat is een blijmoedige reactie, maar makkelijk is het niet, voor Afrikanen: ‘Elke Afrikaan in China moet door een muur van blikken en opmerkingen heen’, schrijft Lieve Joris. Behalve het alledaagse racisme in de metro zijn er ook de kwaadaardigere reputaties: van ‘Afrikanen zijn zwarte luie klerelijers’ tot en met de Nigerianen die een belangrijke rol spelen binnen de drugsmaffia in China.

En hoe zit het met de Chinezen in Afrika? Ondergaan die een vergelijkbare behandeling of worden ze daar vooral beschouwd als geldschieters? Joris reist enkele Chinezen na die richting Afrika zijn gegaan. Ze hebben er een bestaan opgebouwd met kleine winkeltjes of werken hard in een fabriek, maar gaan er ook in opdracht van de regering heen om grote projecten rondom wegen en fabrieken neer te zetten.

Het zijn de kleine winkeliers die het beste beeld geven. Het grootste verschil tussen een Chinees en een Europeaan in Afrika is de manier van wonen, zoveel is wel duidelijk. Waar blanken vaak in een afgeschermde villa wonen en toeschouwer blijven, mengen de Chinezen zich in elke wijk. Op de opzichters van megaprojecten na, is er weinig standsverschil. Chinezen zijn vaak welkom omdat ze winkels hebben met goedkope spullen. Terwijl de Afrikanen in China zich terugtrekken in een wijk als Chocolate City, vind je in heel Afrika Chinezen, ook buiten de steden. Ze spreken de landstaal en verdiepen zich in de cultuur.

Mango’s

En ondanks dat aanpassingsvermogen blijkt na elke trip die Lieve Joris naar Afrika maakt – en dan vooral naar Congo – hoezeer Afrika ‘verchinaïseert’. Wegen met eeuwenoude bomen worden geruimd zodat er een vierbaansweg aangelegd kan worden. De bomen waren toch oud en de mango’s vielen soms zo maar op je hoofd, legt een Congolees doodgemoedereerd aan Lieve Joris uit. Wat ze hier ziet, heet vooruitgang. Het is de keerzijde van het succes van de Chinezen in Afrika. Lieve Joris aarzelt niet beide kanten van het verhaal aan bod te laten komen.

Hoewel de verhalen over de Afrikanen in China interessanter zijn dan andersom, komt het meest tragische verhaal van de Chinees Baoping. Hij wil alle landen bezoeken op het Afrikaanse continent, studies verrichten naar de verschillende culturen, maar hij zakt steeds verder weg in depressies om uiteindelijk zelfmoord te plegen. De malaria, waar bij gebrek aan kennis niets aan gedaan is, heeft vat gekregen op zijn hersenen. Zijn moeder wordt niet ingelicht: ze zou de dood van haar zoon niet overleven. In plaats daarvan krijgt ze te horen dat haar zoon op een geheime missie in Tanzania is en voorlopig geen contact kan opnemen. ‘Het lot van Baoping blijft nog lang aan me knagen. Er wordt in de westerse wereld zo veel geschreven over de Chinese exploitatie van Afrika, maar wie schrijft over de prijs die China betaalt?’ Het antwoord daarop is: Lieve Joris, en dat doet ze nog schitterend ook.

Op 2 oktober spreekt Lieve Joris de 40ste Globaliseringslezing uit Zie felix.meritis.nl