Luiers

Wat heeft Geert Wilders toch met luiers? Ik vroeg het me een beetje ongerust af toen ik hem gisteren bezig zag tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. Het leek wel of hij er, naast de islam, nog een obsessie bij had gekregen: de overvolle, aan alle kanten uitpuilende en penetrant stinkende luier, liefst 24 uur per dag gedragen door een tweezijdig verlamde, hersendode 100-jarige. Je zag hem bijna met wellust in die luiers graaien, alsof hij terugverlangde naar de Venlose moederschoot. Vol is vol, dat geldt ook voor luiers, vinden ze bij de PVV.

Tot dusver kreeg ik allerlei onfrisse associaties bij de politicus Wilders (privé is hij natuurlijk, zoals sommigen ons willen doen geloven, een aangenaam, humorvol mens die van goudvissen en Frans Bauer houdt), maar nooit had ik hem gezien als een man die dagdroomde van een carrière als verpleeghuishulp voor de allerergste gevallen.

Misschien kan hij Sietse Fritsma meenemen, want zo’n verpleeghuis heeft ook een meedogenloos strenge portier nodig, die al te lastige familieleden buiten de deur durft te houden.

Toch – en ik neem dit mezelf kwalijk – had ik deze nieuwe ontwikkeling in de loopbaan van Wilders kunnen voorspellen. Hij was altijd al geobsedeerd door sluiers, vooral als ze gedragen werden door moslimvrouwen, en wat is nu helemaal het verschil tussen sluier en luier?

Eén lettertje, daar draait Wilders zijn hand niet voor om, voor hem zijn de dingen al snel één pot nat. Let maar eens op de manier waarop hij al die zwendelende Grieken en Cyprioten op dezelfde hoop gooit en dan het woord Cyprioten met zoveel walging uitspreekt dat je onwillekeurig aan idioten moet denken.

Rutte zou het een van de debattrucs van Wilders kunnen noemen. Ik ben in Nederland niet de grootste bewonderaar van de premier, maar ik moet toegeven dat hij gisteren in de Tweede Kamer ronduit op dreef was toen hij de debatstijl van Wilders analyseerde. Kennelijk had hij zich heilig voorgenomen om zich niet opnieuw, zoals twee jaar geleden, te laten provoceren. („Doe eens normaal man!” „Doe zelf eens normaal man, tsjonge, tsjonge!”)

Hij bleef nu rustig onder de smalende aansporingen van Wilders om subiet op te stappen. Rutte liet zien dat Wilders steeds hetzelfde doet: twee zaken – in dit geval ‘Griekenland’ en ‘de luierkwestie’ – koppelen die los van elkaar opgelost moeten worden. Als Wilders zijn zin krijgt, keren wij Europa economisch de rug toe, en zal er nog veel minder geld voor de verpleeghuizen zijn, voorspelde Rutte.

Wilders werd kwaad, hij vond dat Rutte grappen maakte over de ruggen van al die zielige luierdragers - alleen Wilders mag grappen maken - en eindigde met de eis dat de premier er persoonlijk op zou toezien dat geen enkele Nederlander nog ooit 24 uur achter elkaar dezelfde luier zou dragen: „En geen dag langer!” En dat moest al op 1 januari a.s. ingaan.

Dat is ook weer een debattruc, legde Rutte geduldig uit: hem vastpinnen op een datum. Hij wilde ook wel van die volle luiers af, maar hij liet zich geen datum opleggen.

Wilders raakte van zijn apropos. „U moet een spiegel zoeken en er nooit meer in kijken”, riep hij. „Dat wordt ingewikkeld”, lachte Rutte, „dan heb ik een spiegel en mag ik er niet meer in kijken.”

Waarmee een nieuw Nederlands gezegde geboren werd: wie een spiegel adviseert aan een ander, ziet zich zelf terug.