Liever nog een paar maanden rustig thuis

Lange chemotherapie is soms zinloos Bij longkanker gaan arts en patiënt er te lang mee door „Ze houden elkaar voor de gek

Hoewel Nederland met gevechtstroepen uitrukt, is Mali géén vechtmissie, benadrukten de ministers. Foto AFP

Verslaggever

Kankerpatiënten die al ongeneeslijk ziek zijn, krijgen in hun laatste levensfase steeds langer chemotherapie. Arts en patiënt lijken het moeilijk te vinden om te stoppen met de behandeling, ook als de nadelen niet meer opwegen tegen de voordelen. Dit blijkt uit een studie in het Zwolse Isala-ziekenhuis die gisteren is gepubliceerd in vakblad Medisch Contact.

De periode tussen het einde van de laatste chemokuur en het overlijden van de patiënt wordt steeds korter. Een groep ongeneeslijk zieke longkankerpatiënten die in 2004-2005 werd behandeld in het Isala stierf gemiddeld vijf maanden na de laatste chemokuur. Een vergelijkbare groep in 2009-2010 stierf gemiddeld drie maanden na de laatste chemokuur. Ze werden dus langer doorbehandeld. Beide groepen bestonden uit 150 patiënten die al ongeneeslijk ziek waren verklaard voordat de chemokuur werd begonnen. In zo’n geval is chemotherapie (zware medicijnen) bedoeld om de tumor te remmen en de klachten erdoor te verminderen.

Elk jaar krijgen 11.000 mensen in Nederland longkanker, van wie ruim 90 procent binnen vijf jaar overlijdt. Longkanker geldt als ‘sluipmoordenaar’ – het wordt pas laat ontdekt en de tumor is heel agressief.

Volgens longarts Jan Willem van den Berg, die het onderzoek in het Isala opzette, zet de trend van langer behandelen na 2010 onverminderd door. „Vroeger hadden we op de longafdeling vooral patiënten met astma en andere longaandoeningen, nu nemen we veel patiënten op die lijden aan complicaties van de chemotherapie.”

Chemotherapie kan forse bijwerkingen geven. De patiënt kan kaal worden, heel misselijk en zijn weerstand tegen ziekten verdwijnt vrijwel, waardoor soms forse infecties optreden.

Waarom zien arts en patiënt niet af van chemotherapie als ze weten dat die meer ellende veroorzaakt dan leed verzacht? Van den Berg: „Veel patiënten weten niet waar ze aan beginnen. We hebben patiënten ook wel gevraagd: wat weet u over het doel van de chemotherapie, wat is u verteld? En dan blijkt dat ze het vaak niet weten. De patiënt dénkt dat er hoop is op overleving zolang hij behandeld wordt. En de dokter vindt het moeilijk die hoop weg te nemen, ook al weet hij dat die er niet is. Dokters zijn over het algemeen zeer toegewijd, maar ze willen mensen beschermen tegen een slechte boodschap. Overigens hóren veel patiënten de slechte boodschap – u gaat dood – niet. Dat is bekend. Zo houden dokter en patiënt elkaar voor de gek.”

Uit andere studies blijkt dat 70 procent van de medisch specialisten zelf vindt dat ze soms te lang doorgaan met belastende behandelingen die eigenlijk zinloos zijn. Ook patiënten, vooral ouderen, vinden dat. Van den Berg: „Er zijn patiënten op hoge leeftijd die chemotherapie krijgen.”

Sinds vorig jaar heeft het Isala een speciaal opgeleide verpleegkundige die ongeneeslijk zieke longkankerpatiënten begeleidt. Zij vertelt de patiënt wat de voor- en nadelen van chemotherapie zijn en dat hij beter af kan zijn met een paar rustige laatste maanden thuis met familie of in een hospice.