Kabinet schaatst na debat in de Kamer verder in de modder

Troonrede en Miljoenennota straalden vorige week op Prinsjesdag een hoge mate van urgentie uit. Koning Willem-Alexander begon zijn eerste toespraak tot de beide Kamers der Staten-Generaal over de steeds voelbaarder gevolgen van de economische crisis, zich uitend in stijgende werkloosheid, oplopende aantallen faillissementen, minder waard wordende huizen, onderdruk staande pensioenen en achterblijvende koopkracht.

In de Miljoenennota schreef minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) dat het kabinet ervoor kiest om de problemen niet door te schuiven, maar aan te pakken. Tegen de ‘vijf-voor-twaalf-achtergrond’ van Prinsjesdag is het resultaat van de gisteravond in de Tweede Kamer beëindigde Algemene Beschouwingen uitermate wrang. De aanpak van problemen wordt juist wel doorgeschoven.

Het kabinet gaat de komende week praten met wat is gaan heten het „constructieve deel” van de oppositie over aanpassing van de begrotingsplannen voor volgend jaar. Op die manier hoopt de coalitie van VVD en PvdA die in de Tweede Kamer wel maar in de Eerste Kamer niet over een meerderheid beschikt alsnog voldoende parlementaire steun te verwerven.

Zeker, het kabinet heeft nauwelijks een andere keuze. Maar toch. Met het in tijden van crisis zo gewenste daadkrachtig leiderschap heeft deze nieuwe tussenfase weinig te maken. De ontbrekende meerderheid in de Senaat is geen plotseling nieuw gegeven. Als het kabinet zaken met de oppositie wil doen, had het daar onder druk van de omstandigheden veel eerder mee kunnen beginnen. Het landsbestuur begint op deze manier wel erg te lijken op wat VVD-politicus Frits Bolkestein ooit betitelde als schaatsen in de yoghurt.

Het gesprek dat het kabinet nu aangaat met de verdeelde oppositie is bovendien slechts een schijnbare vorm van dualisme. Plaats van handeling is toch weer de achterkamer, waar zaken tegen elkaar zullen worden weggestreept. Het kabinet had er ook voor kunnen kiezen met concrete wetsvoorstellen de confrontatie met de oppositie aan te gaan. Dat is echt dualisme.

Een akkoord van het kabinet met (een deel van) de oppositie is overigens nog ver weg. Opvallend was de geharnaste positie die CDA-leider Buma koos. Met zijn eis dat er alleen met hem gepraat kan worden als het kabinet afziet van nivellering en lastenverzwaring heeft hij het CDA rechts van de VVD gemanoeuvreerd. Drie jaar geleden toonde het CDA zich aanzienlijk flexibeler van geest toen de PVV ‘vanwege het landsbelang’ als gedoogpartner moest worden binnengehaald. Voor de partijpolitieke verhoudingen in Nederland op langere termijn kan de onverzettelijkheid van het traditioneel gouvernementele CDA een interessante ontwikkeling inluiden.

Bijzonder was ook de rol van de SP. De partij steunde een motie van afkeuring die PVV-leider Wilders aan het begin van het debat indiende waarmee deze aangaf geen behoefte te hebben aan verder debat. Dat de PVV zich bedient van bedenkelijke vormen van anti-parlementarisme is niet verrassend meer. Maar dat de SP zich daartoe laat verleiden is wel nieuw.

De Algemene Beschouwingen hebben opnieuw duidelijk gemaakt dat Nederland niet alleen in een economische, maar evenzeer in een politieke crisis verkeert.