Jongens! Wie niet leest haalt dat niet meer in

Woensdag begint de Kinderboekenweek; het thema is sport. Twee keer zoveel jongens als meisjes zeggen lezen stom te vinden, maar het tij lijkt te keren. ‘Het is het weer tijd voor jongens.’

Sil: „Ik was een beetje ontroerd toen Daantje geslagen werd.” Foto Mieke Dijts

Jongens mogen weer jongens zijn. Nu ook in de kinderboekenwereld. Er zijn schrijvers die opkomen voor jongens en uitgevers brengen jongensseries uit. En dat is hard nodig, want de kleine mannen staan op achterstand.

Wie beter leest, is beter in taal. En wie beter leest, scoort hoger op Cito-toetsen voor taal, en bij andere onderdelen als wiskunde. „Jongens lezen anders dan meisjes”, zegt Roos Wolters, beleidsmedewerker van Stichting Lezen. „Ze zijn minder talig, minder vaardige lezers. Daardoor lezen ze ook met minder plezier.” Dat bleek recent nog uit een analyse van het leesgedrag van 30.000 basisschoolleerlingen. Twee keer zoveel jongens als meisjes zeggen lezen ‘niet leuk’ te vinden. Zowel op school als thuis lezen jongens minder.

Die achterstand halen veel jongens niet meer in. Wanneer leesplezier ontbreekt bij negen- of tienjarigen, is het onwaarschijnlijk dat de situatie verbetert als ze ouder worden, stellen onder meer Britse onderzoekers. „Dan leert zo’n jongen dus nooit welke werelden er via lezen opengaan”, zegt kinderboekenschrijver Tjibbe Veldkamp. Het ligt volgens hem aan de onderwerpen: „Jongens houden van actie en avontuur – dat willen ze terugzien in boeken.”

De zoon van Veldkamp vond ‘niets aan’ klassieke prentenboeken. Hij probeerde Welterusten... Kleine Beer, de Kikker-boeken van Max Velthuijs, de Robin-serie van Sjoerd Kuyper. „De huiselijke tafereeltjes, kleine probleempjes, het delen met anderen – al de psychologische verhaaltjes met emoties, dat sprak mijn zoon niet aan. Er moest iets gebeuren.”

Veldkamp ging zijn zoon spannende verhalen voorlezen, waarin schatten werden gestolen, mensen beschoten en planeten werden vernietigd. „Belangstelling voor geweld is een fase die je moet accepteren. Zo is het, en het gaat voorbij.” Hij ging zelf ook ‘jongensvriendelijker’ boeken schrijven, zoals de prentenboeken ‘voor kerels’ over Agent & Boef en later ook Bert en Bart. Ook de Australische schrijver John Flanagan zou zijn begonnen met de serie De Grijze Jager om zijn niet-lezende zoon te verleiden. De serie – kernwoorden: fantasy, legendes, mannen, zwaarden, eer – is razend populair onder jongens.

Er zijn duidelijke verschillen tussen jongens en meisjes, zegt Wolters. „Meisjes lezen om hun stemming te beïnvloeden, om weg te kunnen dromen, stress te verminderen. Jongens zoeken juist spanning.” Als jongens uit groep 8 een boek uit de bieb halen, kiezen ze voor boeken met humor, sport, oorlog en griezelen. Meisjes kiezen vriendschap, humor, verliefdheid, griezelen, dieren. „Griezelboeken vormen de gemeenschappelijke noemer”, stelt Wolters. „Maar jongens lezen een griezelboek om het spannende verhaal, meisjes leren erin hoe ze kunnen omgaan met spannende situaties.” Ook houden jongens meer van strips en van non-fictie. En: het is voor hen belangrijk dat het boek een mannelijke hoofdpersoon heeft.

Het kwartje viel bij Anke Werker, fondsredacteur bij uitgeverij Zwijsen, toen ze drie jaar geleden naar het Jeugdjournaal keek. Het ging over de beste kinderboeken volgens de Nederlandse Kinderjury. „Waarom winnen altijd de meisjesboeken?” vroeg een jongetje in de uitzending. Werker: „Dat zette me aan het denken. Meisjesboeken, over vriendschap, naar school gaan, paarden, verkopen nu eenmaal beter. Maar we willen graag ook de jongens bereiken.”

Zwijsen liet Karin Ghonem (Universiteit van Tilburg) literatuuronderzoek doen naar leesgedrag en -voorkeuren van jongens van 9 tot en met 12 jaar. „De resultaten konden we toepassen voor een nieuwe jongensserie: B.O.J.”, zegt Werker. Drie schrijvers kregen richtlijnen mee: een verhaal moet van A naar B gaan, zonder veel perspectiefwisselingen, elk hoofdstuk heeft een cliffhanger en vooral: humor en spanning is belangrijk. Een testpanel van jongens las de verhalen voordat Zwijsen ze publicabel achtte. De eerste reacties zijn dermate positief dat Zwijsen ermee wil doorgaan. De eerste drie boeken zijn inmiddels aangevuld met acht vervolgdelen. „Jongens lezen graag in een serie, dus als ze gegrepen zijn moeten ze wel kunnen doorlezen.”

Jongens zijn een doelgroep waar je moeite voor moet doen, weet ook uitgeverij De Fontein, dat megaklapper Het leven van een loser uitgeeft. „Vooral na 13 jaar is dat een punt. Je raakt ze kwijt als ze naar de brugklas gaan”, zegt redacteur Femke Geurts. „Er is veel concurrentie, vooral van games, tv, chatten.” Geurts ziet het onderscheid tussen meiden- en jongensboeken scherper worden. „Vroeger waren boeken gewoon voor beiden.”

Er komen steeds meer goede boeken uit voor jongens, constateert Jos Walta, ‘leesbevorderaar’ en eigenaar van kinderboekenwinkel De Boekenberg in Eindhoven. „Een paar jaar geleden stonden de schappen vol met scheiding, incest, depressies, diepe gevoelens en zware kwesties. Jongens houden daar niet van.” Nu is er onder meer Het leven van een loser. Maar, zegt Walta: „Die boeken pakken ze zelf wel.”

Walta noemt ook boeken van auteurs als Simon van der Geest (Spinder), Elle van den Boogaart (No deal), Marco Kunst (De sleuteldrager). „Typisch boeken voor jongens, met een jongen als hoofdpersoon, een avontuurlijk verhaal. Maar om die onder de aandacht te brengen heb je vaak een leraar nodig.” Verder wijst hij op informatieve boeken. „De mix aan tekstvormen – strips, anekdotes, grappige feiten, testjes – maken deze boeken aantrekkelijk voor jongens.”

Het is een positieve ontwikkeling dat er aandacht wordt besteed aan jongens, vindt Walta. „In de emancipatiestrijd was het destijds belangrijk dat meisjes lazen over stoere en dappere meisjes als rolmodellen”, zegt hij. „Die boeken hebben we nu en er zijn veel vrouwelijke auteurs bijgekomen. Nu is het weer tijd voor de jongens.”