In een boek moet elke zin kloppen

Tien jaar werkt Donna Tartt aan een roman Vorige week verscheen haar derde roman, twintig jaar geleden na haar geroemde debuut Het puttertje wordt gemengd ontvangen

„Soms kan ik dagen over één woord nadenken”, zegt Donna Tartt. Foto Ilvy Njiokiktjien

Verslaggever

Donna Tartt is very, very excited. Ze brengt vanavond een bezoek aan het Rijksmuseum, ná sluitingstijd. „Ik zie ernaar uit in alle rust door die zalen te dwalen”, zegt de Amerikaanse bestsellerauteur. Het is zo’n geweldig museum. Toen het dicht was voor de renovatie vond ik dat heel frustrerend.”

Tartt (49 jaar, anderhalve meter lang) is dol op Nederlandse kunst. Als kind bestudeerde ze al fotoboeken van Hollandse luchten. En in haar New Yorkse appartement hangt een poster van Het puttertje van Carel Fabritius: een distelvink met een ketting om zijn pootje. „Ik kocht die poster tien jaar geleden in het Mauritshuis en kijk er bijna dagelijks naar”, vertelt zij tijdens een gesprek in het Amsterdamse Ambassade Hotel.

Het puttertje is ook de naam van haar nieuwe boek, dat sinds afgelopen weekend in de Nederlandse boekwinkels ligt. Het beschrijft de eerste decennia uit het leven van Theo Decker, die als 13-jarige een ontploffing meemaakt in een museum in New York. Als de Amerikaan Het puttertje na de aanslag in een roes mee naar buiten neemt, moet hij jaren met de consequenties van zijn daad leven. Het zeventiende-eeuwse schilderij is miljoenen waard en wereldberoemd.

Het puttertje – een lijvig boek van ruim 900 pagina’s – is Tartts derde roman. Zij brak in 1992 door met De verborgen geschiedenis, waarvan alleen al in Nederland 800.000 exemplaren werden verkocht. Tien jaar later volgde De kleine vriend, dat gemengde recensies kreeg, maar nog altijd 700.000 keer over de toonbank ging. Tartt schrijft langzaam, vertelt ze. Ze is een perfectionist. „Soms kan ik dagen over één woord nadenken. Iedere zin moet kloppen.”

Na ‘De verborgen geschiedenis’ bleef het lange tijd stil. Velen waren bang dat het bij die ene bestseller zou blijven.

„Mijn schrijftempo is een vaak terugkerend onderwerp. Mensen lijken zich daar nogal druk om te maken. Maar voor mij is kwaliteit belangrijker dan kwantiteit. Niet dat veelschrijvers slechte schrijvers zijn, maar het aantal boeken dat iemand achter zijn naam heeft, zegt mij niet zo veel.”

Denkt u dat uw werk in de 22ste eeuw nog gelezen wordt?

„Schrijvers dienen zich geen zorgen te maken over wat er met hun werk gebeurt. Of het nu goede of slechte recensies krijgt (NRC Weekend gaf Het puttertje twee ballen, de Volkskrant waardeerde het met vijf sterren). Hun taak is boeken uit te brengen.

U hecht erg aan privacy. Vereist het moed om de halve wereld te woord te staan na afloop van wat een eenzaam schrijfproces moet zijn?

„Ik werk zo’n tien jaar aan een boek. Daarbij vergeleken is de tijd die ik aan interviews en optredens besteed kort. Het hoort bij mijn werk om een boek de wereld in te helpen. Voor zover dat mogelijk is: een boek wordt uiteindelijk op z’n eigen merites beoordeeld.”

U wordt dit jaar vijftig. In hoeverre verschilt uw leven nu van het leven dat u als 28-jarige debutant leidde?

„Ik voel mij niet zo anders dan toen. Het is de wereld om mij heen die verandert – met name de uitgeverswereld. In de tijd dat De verborgen geschiedenis uitkwam, werden boeken nog met de hand gezet. Ik hoor nog de zetter boven die lawaaierige machines uit schreeuwen: ‘Jouw boek is een van de laatste die met de hand wordt gemaakt. Straks gaat dit kantoor dicht en komen er computers.’ De kleine vriend kwam uit aan het begin van het internettijdperk. Iedereen wilde boeken via Amazon kopen. En nu, bij Het puttertje, zijn elektronische boeken niet meer weg te denken uit ons leven. In de afgelopen twintig jaar is er meer veranderd in de uitgeverswereld dan tussen, zeg, 1890 en 1940.”

Dankzij haar succes heeft Tartt veel van de wereld gezien. Haar werk wordt in dertig talen gelezen. Na iedere nieuwe publicatie volgen reizen naar verre bestemmingen. „Ik ben niet het soort schrijver dat zich in haar hotel opsluit en wijn laat aanrukken. Ik wil de grote schrijvers en denkers ontmoeten. Ik wil culturen leren kennen op een intieme manier.

Het leven dat zij nu leidt staat haaks op haar kindertijd. Donna en haar zus groeiden op in Grenada, Mississippi. Haar moeder Taylor was secretaresse, haar vader Don een lokaal politicus. Hun leven speelde zich af in en rond het huis. „Ik groeide op in een huis vol boeken”, zegt Tartt. „Mijn oudtante Francis was hoofdbibliothecaris in de plaatselijke bibliotheek. Er is zelfs een leeszaal naar haar vernoemd.”

Na schooltijd las haar oma voor uit Oliver Twist. „Het is traditie in mijn familie dat kinderen rond hun achtste Oliver Twist lezen”, zegt Tartt. „Mijn moeder bereidde me daar in alle ernst op voor. Ze was bang dat ik me zou vervelen. ‘Het komt goed’, zei ze. ‘Maak je geen zorgen.’ Alsof ik voor het eerst naar de tandarts moest.”

De meeste 13-jarigen gaan uit en hebben vlinders in hun buik. U publiceerde sonnetten.

„Ik was vijf toen ik mijn eerste gedicht schreef. Daarna volgden de korte verhalen. Pas veel later – op mijn negentiende – begon ik aan mijn eerste roman. Ik wist meteen: dit past bij mij. Schrijven is detailwerk. Ik ga continu terug naar scènes om ze te verfijnen. Neem die scène in het museum, als de bom ontploft. Dat heeft mij ongelooflijk veel tijd gekost. Theo zag en voelde dingen zonder ze te begrijpen. Hoe is het om gevangen te zitten? Wat was de kwaliteit van de lucht die hij inademde?”

Heeft u veel research gedaan voor die scène?

„Zeker. De gebeurtenis waarover ik schrijf is niet uit het leven gegrepen. Er is – gelukkig – nooit een aanslag gepleegd op een museum. Ik heb veel boeken gelezen over bouwmaterialen. Alles wat ik las vergat ik ook weer, om mij er daarna een voorstelling van te maken. Datzelfde geldt voor vervalsingen, meubelmakerij en het gokken op sportwedstrijden. Allemaal zaken waarin ik mij moest verdiepen om er geloofwaardig over te kunnen schrijven. Ik vond het heerlijk. Het vormde een mooie afleiding van mijn schrijfwerk.”

Tartt vertelt dat ze het grootste deel van Het puttertje schreef in de New York Library. En als ze het daar zat was ging ze naar huis. Of naar haar boerderij in Virginia, die ze kocht van het geld dat ze met De verborgen geschiedenis verdiende. „Ik ben een beweeglijke schrijver. Loop van bed naar bureau, met stapels papieren onder mijn arm. Zonder laptop, want ik schrijf met de hand.”

In uw romans is de verteller altijd een kind of jongvolwassene. Waarom?

„Het morele besef van jongeren is vaak gebrekkig ontwikkeld. Ze mengen hun eigen ideeën met die van hun ouders. Proberen zich te ontworstelen aan het gezinsleven. Hoe verloopt dat proces? Welke conflicten levert het op? Dat zijn spannende vragen voor een lezer. Maar ik schrijf ook graag vanuit kinderen omdat ik het opgewonden gevoel wil herbeleven dat ik ervoer toen ik als kind boeken las.”

We komen weer te spreken over het schilderij, waarover zij dagen kan uitweiden. Is het voorstelbaar dat het Mauritshuis – na de verbouwing, als Het puttertje eenmaal weer aan de muur hangt – een bedevaartsoord wordt voor Tartt-fans? De schrijfster veert op. „Het Mauritshuis is al een bedevaartsoord”, zegt zij. „Ik hoorde ooit het verhaal van een rechter die bij het Oorlogstribunaal in Den Haag werkte. Hij zat daar iedere dag. Hoorde de meest gruwelijke verhalen. Toen iemand hem vroeg hoe hij dat volhield, zei hij: ‘Omdat ik iedere dag naar het Mauritshuis ga om Vermeers Gezicht op Delft te bekijken’.”

De distelvink is klein, slim en kwetsbaar. Herkent u zichzelf in het puttertje?

„Ja, maar dat geldt voor iedereen. Dat is het mooie van dat schilderij en waarschijnlijk ook de reden waarom het zo veel mensen aanspreekt: het gaat over de menselijke conditie. We kunnen nóg zo hoog vliegen, maar die ketting, onze sterfelijkheid, torsen we altijd met ons mee.”