In de ‘valley of death’

Pim de Jager: „De Duitse industrie draait op volle toeren omdat ze innoverende keuzes heeft gemaakt. Is de Nederlandse industrie wel creatief genoeg?”

Creativiteit is er volop in Nederland. Van jongs af aan wordt ons geleerd om kritisch na te denken en jezelf te ontplooien. Hier schort het dus niet aan. Het potentieel aan creatieve mensen met vernieuwende ideeën is groot. Het probleem is dat we slecht in staat zijn om deze ideeën om te zetten in producten die doordringen in de markt. Nieuwe innovaties belanden vaak in de ‘valley of death’. We maken een prototype, maar vinden onvoldoende afzetmarkt. Dit geldt ook voor duurzame innovaties. Zo hebben wij in het verleden veel innovatiegeld gestoken in de ontwikkeling van windturbines en zonnepanelen, maar wisten geen substantiële thuismarkt te creëren om deze innovaties vleugels te geven.

Wil een baanbrekende innovatie doordringen, dan moet de omgeving mee veranderen. Consumenten moeten bereid zijn het product te kopen. En er moeten grote aantallen geproduceerd worden om schaalgrootte te bereiken en daardoor de kostprijs te kunnen verlagen. Als bedrijven weten dat de afzetmarkt groot zal worden, wagen ze die kans. Anders niet. Hier zit het verschil met Duitsland. Onze buren hebben bijvoorbeeld op het gebied van klimaat- en energiebeleid de afgelopen 20 jaar een consistenter beleid gevoerd. Dit bood het bedrijfsleven de zekerheid dat investeren in duurzame energietechnologie loont. Bovendien heeft Duitsland een grotere technologische traditie en bestaat er een hechtere samenwerking tussen innovatieve mkb’ers en de grote bedrijven. Wij zijn traditioneel een handelsnatie. Ook deze cultuurverschillen zijn bepalend voor het welslagen van vernieuwingen in de markt en het vermijden van de ‘valley of death’.