Ik heb gelijk,jij hebt de schuld

De Algemene Politieke Beschouwingen zijn ‘het belangrijkste debat van het jaar’. Maar echt gedebatteerd wordt er niet, schrijft Floor Rusman.

Illustratie Roel Venderbosch

Elke relatie heeft zijn eigen disfunctionele dialogen. Zo één bijvoorbeeld: „Je had gezegd dat je het vuilnis buiten zou zetten. Weer vergeten zeker?”

„Hoe durf je mij vergeetachtig te noemen? Jij wist niet dat mijn moeder gisteren jarig was!”

Dit gesprek is niet constructief. De aandacht verschuift van het vuilnis naar de moeder, maar voor beide klachten is geen oplossing gevonden.

Ander voorbeeld:

„Zal ik dit overhemd aantrekken naar het feest?”

„Bij je buik is een knoopje gesprongen.”

„Vind je me dik?”

„Wat maakt jou het uit, je kiest er toch zelf voor om te ontbijten met donuts?”

Op de vragen ‘is dit een goed overhemd voor een feest’ en ‘vind je me dik’ is geen antwoord gegeven. Wel hebben beide partners subtiel uiting gegeven aan gevoelens als ergernis en onzekerheid.

In zo’n gesprek is het niet de bedoeling elkaar te begrijpen en zo dichter tot elkaar te komen; het enige doel is positiebepaling. Ik heb gelijk, jij hebt de schuld.

In de politiek is het niet anders, zo bleek de afgelopen dagen bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Gisterochtend beschreven de kranten het debat van de dag ervoor in termen van liefde en strijd. De beschouwingen waren „een ruwe paringsdans”, aldus de Volkskrant. VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra was „opzichtig op vrijersvoeten”, terwijl Diederik Samsom zich opstelde als „niet te verleiden”. Volgens nrc.next speelden Diederik Samsom en Sybrand Buma „hard to get”.

Er werd dus verleid en gestreden in het debat. Maar werd er ook beschouwd, zoals je zou verwachten bij Algemene Beschouwingen? Nee, dat niet. Echt gedebatteerd werd er evenmin.

Het debat volgde eerder het format van de dialogen tussen ruziënde partners. Persoon A maakt zijn punt, persoon B gaat er schijnbaar tegenin maar begint in werkelijkheid ergens anders over. Het debat werd zo één grote oefening in langs elkaar heen praten. Uit de vele miscommunicaties heb ik er drie geselecteerd.

De eerste miscommunicatie ging over de overheid. GroenLinks-leider Bram van Ojik vond dat de overheid meer banen moest creëren. Zijlstra reageerde: „Het is echt een misvatting dat de overheid banen gaat scheppen. Wij kunnen dat alleen doen door nog meer overheid te hebben, maar dat kost geld. De overheid verdient geen geld; de overheid kost geld.”

Emile Roemer sprong er bovenop. „De overheid kost geld? Wat is dat nou toch voor een opmerking? Dat betekent dus dat de heer Zijlstra zegt dat wij het onderwijs maar beter kunnen afschaffen, want dat kost geld. Dat betekent dus dat de overheid de zorg maar volledig aan de markt moet overlaten, want zorg kost geld.”

Dit was natuurlijk totaal niet wat Zijlstra bedoelde. Dat zal Roemer ook wel weten – hij zag gewoon kans nog eens de SP-speerpunten te herhalen.

De tweede miscommunicatie ging over het vermeende hoogste belastingtarief van 60 procent. Buma vroeg: „Vindt de heer Samsom het redelijk om van mensen met een middeninkomen 60 procent af te nemen voor de staat?”

Samsom: „Ik vind het vooral onredelijk om mensen die vanuit de bijstand gaan werken, 95 procent van hun inkomen af te nemen. (…) Iemand die 50.000 euro verdient, betaalt meer belasting dan iemand die 30.000 euro verdient. Dat vinden wij al jaren terecht.”

Samsoms boodschap: ten eerste zijn andere dingen belangrijker, en ten tweede zijn we het al jaren eens. Op Buma’s precieze voorbeeld ging hij niet in.

Buma, teleurgesteld: „De heer Samsom slaat voor de tweede keer de deur dicht. Hij vindt een marginale druk van 60 procent kennelijk redelijk. Ik vind dat niet.”

Waarvan akte, volgende onderwerp.

De derde miscommunicatie die ik hier noem vond plaats tussen Zijlstra en Van Ojik. De laatste zei dat hij óók streefde naar begrotingsevenwicht, maar dan op een later moment.

Zijlstra begon aan een vaag verhaal waarmee hij leek te willen zeggen dat financiële instellingen erop rekenen dat Nederland verantwoordelijk beleid voert. Zijlstra wilde niet het risico nemen onverantwoordelijk te zijn.

Van Ojik antwoordde dat hij vond dat je meer risico’s neemt als je onzekerheden creëert bij burgers. Verschillende vragen werden hier handig omzeild. Loopt de rente inderdaad op als de 3 procent niet wordt gehaald? Hoe hoog wordt die dan? Wat is het financiële risico van onzekere burgers? Kun je die zaken überhaupt met elkaar vergelijken als je geen cijfers bij de hand hebt?

Maar het debat ging weer verder, op naar het volgende misverstand.

Misschien is het naïef om meer te verlangen. Misschien zijn de Algemene Beschouwingen wel bedoeld als een plek om te flirten, te ruziën, steken uit te delen, positie te bepalen, te groeperen en hergroeperen. Maar waarom wordt het dan het belangrijkste politieke debat van het jaar genoemd?