‘Het Rijks had geen dag later open moeten gaan’

De rode loper van het Museumplein worden ze genoemd: de Nieuwe Spiegelstraat en Spiegelgracht – hét kunst- en antiekmekka van Amsterdam. Maar de musea gingen jaren dicht. En dan die crisis. Heeft het Spiegelkwartier dit overleefd? „Op een gegeven moment liep bijna niemand meer door deze straat.”

Het was spannend, „héél spannend”, de periode voordat Renssen Art Gallery in 2011 voor het eerst zijn deuren opende in de Nieuwe Spiegelstraat. Middenin de crisis een galerieruimte huren op de meest gewilde en daarmee duurste plek van Amsterdam, terwijl het Rijksmuseum nog altijd gesloten was en een aantal galeries het zichtbaar moeilijk had – dan lig je wel eens een nachtje wakker ja. Maar schilder Erik Renssen en zijn vrouw Suzka besloten de gok te wagen. Of de opbrengst van de schilderijen van kunstenaar Renssen, in Picasso-achtige stijl – Hommage à Picasso staat op de ruit – de hoge huurprijs zou overstijgen was nog maar zeer de vraag. „Maar aan de andere kant: als je érgens met je galerie zou moeten zitten, is het wel hier”, zegt Suzka, die de zakelijke kant van het bedrijf runt.

En toen was daar die eerste dag, „Paaszaterdag – ja, daar hadden we heel bewust keihard naartoe gewerkt. Met Pasen móésten we open zijn, met 166.000 toeristen in de stad”, zegt Suzka. Vanaf het moment dat de deur openging kwamen de toeristen. „Binnen een paar uur kwam een Duits stel heel voorzichtig vragen of dat grootste doek uit de etalage misschien óók te koop was”, lacht de schilder. Verkocht, op de eerste ochtend, voor 7.000 euro. Renssen: „Ik zei daarna tegen Suz: ik ga hier echt nooit meer weg.” En het bleef goed gaan.

Goed naar omstandigheden, wel te verstaan. Want dat met name het jaar voordat het Rijksmuseum weer openging een moeilijk jaar was is ook hun niet ontgaan. Het ging al een paar jaar duidelijk minder in de straat: de crisis. „Luxeproducten als kunst is natuurlijk het eerste waarop bezuinigd wordt.” Maar het Spiegelkwartier, zoals het hele gebied inclusief zijstraatjes wordt genoemd, had met nog veel méér te dealen, zoals de – veel langer dan gepland – tien jaar durende sluiting van het Rijksmuseum. En ook het Stedelijk Museum ging voor jaren dicht. Ook Renssen, de relatief succesvolle nieuwkomer, merkte in 2011 en 2012 dat het steeds stiller werd. Suzka: „Er was een tijd dat én het Rijks én het Stedelijk dicht waren, én – kort, maar toch – het Van Gogh, én de Spiegelgracht opengebroken was. Toen liep op een gegeven moment bijna niemand meer door deze straat.” De afgelopen extreem koude en lange winter hielp ook niet mee.

Killing

Voor de antiquairs en galeriehouders had dit alles grote gevolgen, bevestigt straatmanager (aanspreekpunt voor en optredend namens de ondernemers) Cunie Out. Ze vertelt erover in de op eenhoog gelegen antiekhandel van de voorzitter van ondernemersvereniging Spiegelkwartier Vincent Geerling, waar voorwerpen van duizenden jaren voor Christus in vitrines liggen. Geerling: „Vanaf het moment dat het Rijks dicht ging, in 2003, halveerde direct het aantal bezoekers. Vooral de sluiting van de onderdoorgang was killing. Geïnteresseerden liepen voorheen na museumbezoek via de onderdoorgang massaal door deze straat terug. Daarvan moesten wij het hebben.” Zeker toen telkens de datum van heropening naar achter werd geschoven – „eerst zou het in 2008 weer opengaan, toen werd het 2010, 2011, 2012; als een wortel die je wordt voorgehouden maar steeds weer iets wordt weggetrokken” – probeerde hij van alles om de straat toch onder de aandacht van toeristen te brengen. Na lang aandringen plaatste stadsdeel Zuid borden bij de musea met wandelroutes naar het centrum – door de Nieuwe Spiegelstraat. Out vult aan: „En we hadden mooie Engelstalige folders voor toeristen, die we op strategische plekken neerlegden.” Maar de stromen van weleer kwamen er niet mee terug. Geerling vertelt dat een onderzoeksbureau had uitgerekend hoeveel de inkomstenderving op jaarbasis bedroeg: 2 tot 3 miljoen euro per jaar. „We hebben het dus over 20 à 30 miljoen wat de ondernemers hier zijn misgelopen.”

Toch is er uiteindelijk maar één antiekzaak geweest die het financieel niet meer kon bolwerken en de deur moest sluiten, zegt Out. De andere hadden het moeilijk, maar overleefden. Out: „Sommigen ontsloegen personeel en gingen zelf in de zaak staan, anderen waren eigenaar van het pand en kampten niet met het probleem van de hoge huurprijs.” Misschien dat enkelen zich in de schulden hebben gewerkt om deze periode te overbruggen, zegt ze, „maar dat weet ik niet, daar loop je natuurlijk niet mee te koop”.

Naar binnen lokken

Nieuwkomer Renssen redde het in ieder geval zonder leningen aan te hoeven gaan, ook in die beroerde tijd. De helft van hun klanten zijn buitenlandse toeristen. „Duitsers, Italianen, maar vooral Amerikanen. Die kopen met hun hart: gewoon wat ze mooi vinden. Bovendien hebben zij vaak grote huizen; daar kan veel hangen.” Van die toeristen moesten ze het hebben: vooral de Nederlanders lieten regelmatig blijken dat ze ‘het toch een beetje rustig aan moesten doen, financieel’. Suzka: „Ook mensen die wel gewoon geld hadden maar het om de een of andere reden toch niet durfden uit te geven. Niet verbazingwekkend – het wordt ook iedereen maar aangepraat, dat het crisis is, denk ik weleens.”

Om ervoor te zorgen dat de weinige bezoekers aan de straat dan wel bij háár naar binnen liepen besteedde ze veel aandacht aan sfeer en aankleding. „We hebben goed nagedacht over verlichting van de etalage. Op de meest prominente plek hangt een kleurrijk werk. Een iPad laat continu in een diavoorstelling onze schilderijen zien. Er staat een kaartenhouder voor de deur met kaarten van onze schilderijen. Die deur staat uiteraard altijd open. Het nodigt allemaal uit naar binnen te lopen.” Ook is de galerie, in tegenstelling tot veel andere in de straat, elke dag geopend. Logisch, vindt ze: „Als je dan op zo’n locatie zit moet je ook elke dag pakken.”

Jan van Munster van de tegenover gelegen galerie Smelik & Stokking Galleries zit op dezelfde lijn.

„Ik ben continu bezig met bedenken hoe ik mensen mijn zaak in krijg. Mijn etalage ziet er nu anders uit dan een paar jaar geleden. Je moet dingen voor toeristen doen. Bied naast je dure stukken ook goedkopere producten aan. Kleine schilderijtjes, kleine beeldjes. Die schaffen ze nu sneller aan. Ik heb ook posters laten maken van een kleurrijk schilderij van Guus van Eck van de grachten van Amsterdam en die op veel plekken in de stad opgehangen om mensen naar mijn galerie te lokken.” De poster zelf verkoopt erg goed, zegt hij. „Het is maar een tientje, maar je naam hangt wel overal ter wereld in beeld. En over een paar jaar komen ze weer een keer terug en kopen dan een echt werk.” Ook krijgt hij steeds meer bestellingen uit het buitenland. „Thuis gaan ze dan toch nog eens op mijn site kijken.”

Het verbaast hem dat niet iedereen ervan doordrongen lijkt dat je in deze tijden toch echt moet „meegaan met je publiek”, zoals hij het noemt. „Het allerbelangrijkste is dat je publiek binnenkomt. Maar ik zie hier en daar nog dezelfde gesloten etalages als tien jaar geleden, met ontoegankelijk werk. Met de deur dicht.” Deze zaken zullen het niet redden, voorspelt Van Munster. „Je moet natuurlijk niet wachten tot het beter gaat worden. Het is heel simpel: als je stil gaat zitten ga je failliet.”

Omzet verdubbeld

Nu alle musea dan eindelijk weer open zijn merken nieuwkomers als Renssen hoe het óók kan zijn in de Nieuwe Spiegelstraat. Met name de opening van het Rijksmuseum trok in één klap dagelijks weer duizenden mensen door de straat, die vanaf het beginpunt aan de Herengracht recht uitkijkt op het imposante gebouw aan het Museumplein, een paar honderd meter verderop. De ondernemers merkten het meteen: de verkopen trokken weer aan. Jan van Munster van Smelik & Stokking: „Bij mij is de omzet verdubbeld. Meteen.” Anderen praten meer in termen van „voorzichtig herstel”. Van Munster: „Het is nu mooi, het is af. Die bloembakken aan de brug: tuttig misschien, maar het werkt wel. Je wordt nu echt de straat ingezogen.”

„Het grootste gedeelte van onze klanten zijn mensen op weg naar of terugkomend van een van de musea daar”, zegt Suzka Renssen. „Je ziet heel duidelijk twee piekmomenten: ’s morgens rond een uur of tien, en ’s middags rond drie uur, als ze weer terugkomen. Daar tussenin is het vaak heel rustig: men is in een museum of zit te lunchen.”

Des te merkwaardiger dat vrijwel alle galeries pas om 11 uur – of soms zelfs een uur later – opengaan. En om vijf uur, half zes alweer sluiten. Straatmanager Cunie Out heeft er niet echt een verklaring voor. „Misschien omdat mensen op weg naar het museum toch geen schilderij gaan kopen. Dat doen ze dan wel op de terugweg.” Ze beaamt dat het slimmer zou zijn ook de ochtendstroom alvast je zaak binnen te lokken. „Het is denk ik een gewoonte geworden. Het zou niet verkeerd zijn als ze hun deuren eerder openen.” Ook de galerie met werken van Escher, waar het personeel binnen gewoon zit te roken, heeft het nog niet echt begrepen, geeft ze toe.

Vlak voor het Rijks weer openging liet de ondernemersvereniging voor zijn leden stickers, banieren en vlaggen maken om de straat aantrekkelijker te maken en het unieke karakter te benadrukken. ‘1913-2013, 100 jaar leveranciers van het Rijksmuseum’ staat op veel ruiten te lezen.

Dat hadden er meer kunnen zijn, maar veel ondernemers zegden hun lidmaatschap, toch 650 euro per jaar, de afgelopen jaren op. Alleen al de huur – 3.000 euro per maand voor een kleine 40 m2 is hier geen uitzondering – was voor sommigen nauwelijks nog op te brengen.

„Tien jaar het Rijks dicht, dat is lang hoor”, zucht Suzka Renssen. „En dan die crisis erbij.” Toch heeft ze er alle vertrouwen in dat de Nieuwe Spiegelstraat en Spiegelgracht weer de aantallen bezoekers gaan trekken van weleer. Het is nog lang niet op het oude peil, begrijpt ze van collega’s die hier al veel langer zitten en de hoogtijdagen tussen 1995 en 2003 hebben meegemaakt – maar: „Er is weer reuring, we zien ook bij collega’s oplopende verkopen. Er is weer moed, en plezier. Ik weet zeker dat dit weer dé museumstraat van Amsterdam wordt. Maar het Rijks had geen dag later open moeten gaan.”

Op zaterdag 28 en zondag 29 september organiseert de ondernemingsvereniging Spiegelkwartier het evenement ‘OPEN!’. Tijdens deze start van het nieuwe seizoen zijn er speciale tentoonstellingen, lezingen en zijn alle galeries en antiekzaken tussen 12.00 en 17.00 uur geopend. www.spiegelkwartier.nl