Het is de kunst je lot te dragen

‘Geloof jij in het lot?” vraagt een politicus in de politieserie The Killing aan rechercheur Sarah Lund. „Nee,” zegt zij, „we hebben ons leven in eigen hand.”

Even later zien we Sarah Lund dezelfde vraag stellen aan haar geliefde. En die geeft hetzelfde antwoord als zij eerder gaf: „We hebben ons leven in eigen hand.” Zij is tevreden met zijn antwoord, daaruit blijkt hun verwantschap.

Een poos geleden las ik in deze krant een met instemming geciteerde passage uit een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid uit 2011: „Vanouds zien we de mens graag als de autonome auteur van zijn eigen leven. (-) Dat is een mooi en geruststellend beeld. Helaas klopt het maar ten dele.”

‘Mooi en geruststellend’, wat een merkwaardige opmerking. Het is allesbehalve geruststellend dat je zelf de auteur zou zijn van alles wat je overkomt.

En even merkwaardig is de mededeling dat we dat ‘van oudsher’ al zo zouden zien. Volgens mij zien we het ‘van oudsher’ helemaal niet zo. De Grieken vertelden over goden die opmerkelijk veel invloed op hun lot en leven hadden, over schikgodinnen of over Moira, de personificatie van het lot, zij die de mensen geluk en ongeluk toebedeelt. In de mythologie komen kwaad en goed heel vaak van elders en je hebt het er maar mee te doen. En de filosofische levenshoudingen die de mensen vonden, denk aan de Stoa, sloten daarbij aan.

Het is de kunst je lot te dragen, het is de kunst een goede houding te vinden ten opzichte van wat je overkomt. Het idee is niet dat je zelf bepáált wat je overkomt. Wat niet wil zeggen dat elk handelen zinloos is, helemaal niet. Maar de eigen macht is nogal beperkt.

Ook het christendom propageerde niet echt dat de mens alles zelf in de hand heeft, er zijn zelfs stromingen die volhouden dat de mens helemaal niets in eigen hand heeft.

De Verlichting heeft ons de illusie geschonken dat we het wel zelf voor het zeggen hebben. Tegenwoordig denken we dat we dankzij onze technologie alles zelf in de hand kunnen krijgen. Alsof die technologie zelf beheersbaar zou zijn en uitsluitend tot heil aangewend zou worden.

Zoals gebruikelijk is de meest realistische positie ergens tussen die twee uitersten in. Van een politierechercheur zou je verwachten dat die maar al te goed weet dat er een heleboel dingen zijn die ons overkomen. Die zou toch vaak genoeg moeten meemaken dat iemand per ongeluk op het verkeerde moment op de verkeerde plaats is geweest, dat iemand de verkeerde persoon vertrouwde, dat de ene gebeurtenis de andere in gang zette.

Er is altijd een min of meer onontwarbare mengeling van hulpeloosheid en verantwoordelijkheid. Dus kijken we maar of iemand goed gehandeld heeft. Dat een inbreker je huis binnen dringt, kun je niet helpen, maar voor je reactie daarop ben je wel zelf verantwoordelijk. Ook al voelt dat vaak helemaal niet zo.

Als er iets onthutsends gebeurt, reageer je gewoon, van binnenuit. Eigenlijk zijn de enige beslissingen waarover je echt het gevoel kunt hebben dat je ze ‘genomen’ hebt, die waarover je even rustig hebt kunnen nadenken. Dat is heus wel een belangrijk gedeelte van alles wat je doet, maar het is lang niet alles.

„Er bestaat niets dat niet iets anders aanraakt” om met de schrijver Jeroen Brouwers te spreken, en daardoor kan ook een gebeurtenis waar iemand op het eerste gezicht niets mee te maken lijkt te hebben (denk aan zoiets als de instortende huizenmarkt in Amerika) in het eigen leven van alles veranderen. Hoezeer je ook denkt de dingen in eigen hand te hebben.

Nu ja. Het was maar een opmerking in een serie. Gauw weer een boek lezen.