Het CDA is de lastigste partner

Premier Rutte moest de belangen van de PvdA beschermen en gaf nog niets weg aan de oppositie

SP-leider Roemer in gesprek met CDA-leider Buma. foto ANP

Hij pakte het charmant aan – daar was iedereen het over eens. Op dag twee van de Algemene Beschouwingen complimenteerde premier Mark Rutte de leiders van de oppositie stuk voor stuk met hun „constructieve houding” en „bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen”. Hij verkocht zijn standpunten niet als absolute waarheden, maar verzachtte ze door relativerende zinnetjes als „dat is mijn inschatting” en „zo taxeer ik dat”.

Toch toonden de potentiële partners van Rutte zich gisteren na ruim tien uur praten ontevreden. CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks – de ‘constructieve’ oppositiepartijen die het kabinet in de Eerste Kamer aan een meerderheid kunnen helpen – vonden allemaal dat de premier onvoldoende „bewoog”. Dat is Haags jargon voor: concrete toezeggingen doen. Op de drie grote twistpunten tussen kabinet en oppositie – de verdeling van de belastingdruk, het sociaal akkoord en het extra bezuinigingspakket voor 2014 – gaf Rutte aan bereid te zijn tot concessies. Maar hij zei er niet bij wélke.

Dat leidde tot veel gemopper en gedreig aan de interruptiemicrofoon. SGP-leider Kees van der Staaij vatte de stemming bij de oppositie het geestigst samen: „Als we zo doorgaan, zijn we het straks eens dat we willen werken aan een beter Nederland. Dan is er eigenlijk niets gebeurd”.

Is Ruttes missie aan het eind van de Algemene Beschouwingen dan mislukt? Dat niet. Want naast het debat met de oppositieleiders voerde Rutte gisteren nog drie minstens zo belangrijke gesprekken. Met coalitiepartner PvdA, wiens belangen hij moest beschermen. Met vakbonden en werkgeverslobby, die hechten aan het sociaal akkoord dat zij met het kabinet sloten. En met de kiezers, die hij ervan wilde overtuigen dat zijn kabinet stabiel is, belangrijke hervormingen doorvoert en Nederland door de economische crisis zal loodsen.

Eerst de PvdA. De coalitiegenoot van Rutte bevindt zich in een kwetsbare positie: met het afhaken van de SP als onderhandelingspartner lijkt de enige route voor steun in de Eerste Kamer: naar rechts, richting CDA en D66. Dus moest de PvdA gerustgesteld worden. Tegelijkertijd moest Rutte een signaal afgeven aan met name het CDA dat er gepraat kan worden over minder lastenverzwaring.

Dat ging als volgt. CDA-leider Buma vroeg Rutte of het kabinet bereid was af te zien van nivellerende maatregelen. Rutte antwoordde daarop: „Dit kabinet heeft nivellering niet als doel.” Om meteen een gebaar naar de PvdA te maken: het doel is een „evenwichtige inkomstenverdeling”.

Versnellen, niet opblazen

Dan de sociale partners. D66-leider Pechtold vindt dat de belangrijkste maatregelen uit het sociaal akkoord – hervorming van het ontslagrecht, verkorting van de ww-duur – eerder in moeten gaan dan 2016. Hoe staat het kabinet daar tegenover, wilde hij gisteren keer op keer weten. De opening die Rutte bood, was: „Over het versnellen van het sociaal akkoord kunnen wij spreken.” Meteen gevolgd door de zin: „Over opblazen niet.” Anders gezegd: vakbonden en werkgevers, als jullie het niet willen, gebeurt het niet.

Voor de kiezers die meekeken, probeerde Rutte rust en zekerheid uit te stralen. Hij hield onverdroten vast aan de omvang van het extra bezuinigingspakket van 6 miljard, dat door alle oppositiepartijen ter discussie wordt gesteld. Vriendelijk verpakt: „Laten we elkaar niet de tent uitvechten over de precieze omvang, want daar worden we het niet over eens.”

CDA lastigste partner

Met veel verbale gymnastiek lukte het de premier om tussen al die verhalen de juiste balans te vinden. Maar het gevolg was wel dat hij zijn directe gesprekspartners, de leiders van de oppositiepartijen, nauwelijks kon bedienen. Concrete toezeggingen deed de premier niet. „Daar moeten we het gesprek over aangaan”, was zijn antwoord als een fractievoorzitter het voor de zoveelste keer probeerde. En dat gesprek kan natuurlijk pas plaatsvinden als de Algemene Beschouwingen achter de rug zijn: „We gaan de begroting nu toch niet regeltje voor regeltje te herschrijven?”

Uit de verbale gevechten vallen wel een aantal voorlopige conclusies te trekken. Wisselende verbonden met de kleinere oppositiepartijen lijkt nu de meest voor de hand liggende route. D66, de ChristenUnie, de SGP en GroenLinks zullen niet eisen dat de coalitie de grondslagen van het regeerakkoord opgeeft: voldoende extra bezuinigen in 2014 om Brussel tevreden te houden, het sociaal akkoord behouden en een „fatsoenlijke inkomensverdeling” verzekeren.

CDA-leider Buma liet keer op keer weten zich van die grenzen niets aan te trekken: hij wil praten over „het fundament” van het regeerakkoord. Hoewel het CDA in zijn eentje genoeg zetels in de senaat levert voor een meerderheid, is het daarmee de lastigste partner. Binnen de coalitie werd gisteren betwijfeld of de partij werkelijk wil onderhandelen. „Het CDA speelt hoog spel. Het gaat heel lastig worden”.