Geweldig lekkere speck bij foute Italiaanse pop

‘Buona sera. Buona sera.” Bij Bellini werken in ieder geval echte Italianen. Strak zwart overhemdje, een zwaar accent en Italiaanse flair. Weggestopt tussen Japanse en Koreaanse restaurants diep in Buitenveldert zit een donker tentje vol bric-à-brac. Tussen de bamboe lambrisering hangen portretten van klassieke componisten – een verwijzing naar de Italiaanse operacomponist Vincenzo Bellini. Het plafond van de aangebouwde serre is beschilderd met een blauwe lucht. De muziek begeleidt het kitscherige interieur perfect: een mix van klassieke liederen en foute Italiaanse pop. Hartstikke leuk, vooral in combinatie met het accent en voorkomen van de heren in de bediening. Totdat je de prijzen ziet. Dan verwacht je geen plastic staandertje met reclame voor de cateringactiviteiten op tafel.

Op een mooie dag is er plaats voor zo’n veertig man op het terras. Maar dan zit je op de stoep voor de makelaar naast geparkeerde auto’s en kijk je uit op de uniforme laagbouw van Buitenveldert. Dus we besluiten binnen te zitten. De tafels zijn ingedekt met goedkoop designbestek, linnen en een kristallen waxinelichthoudertje. Er is keuze uit een matig interessant driegangenmenu (37,50 euro), een verrassingsmenu van 4 of 5 gangen (46,50 of 52,50) en een uitgebreid à la carte-assortiment. Voorgerechten lopen van 9,00 (bruschette) tot 19,50 (vongole), pasta’s en pizza’s zijn schappelijk geprijsd, hoofdgerechten rond de dertig euro. Kraanwater hebben ze niet.

Onder het genot van een fijne, superstrakke prosecco, vragen we, op aanraden van Kamphues, naar de gerechten buiten de kaart om. Daar komt Kamphues’ geprezen speck met truffel en granaatappel langs, evenals een ‘filetto fragole’, een klassieker uit de streek Veneto. Naar goed Italiaans gebruik bestellen we antipaste, primi en secondi. Het mandje brood laat te wensen over, maar het speck (Italiaanse rauwe ham) is geweldig lekker. Dit is hoe Italiaans eten moet zijn: vier ingrediënten (speck, truffel, olijfolie en granaatappel), de smaken mooi in balans. Ook de mozzarella met luxe tomaat (vier soorten) en ingelegde groenten zijn van prima kwaliteit.

De bediening is zeer behulpzaam. Ze nemen veel tijd voor een gedetailleerde uitleg. Na lang twijfelen wordt ons de ‘wijn van de maand’ aangeraden. Een weinig spannende vermentino. De risotto met artisjok is lekker romig, de rijst stevig, met een subtiele ondertoon van witte wijn. Geserveerd met een plukje parmezaan on the side. Opnieuw een mooi gerecht. De ravioli met ricotta en witte truffel in een demiglace met zwarte truffel (ook buiten de kaart) slaat de plank volledig mis. De pasta te hard, de vulling te droog, de dikke glazige saus te zout. En  

enough with the truffle allready.

Bij het hoofdgerecht wordt opnieuw de wijn van de maand aangeraden, ditmaal een Italiaanse merlot. Dan blijkt er ook een wijnkaart te zijn. Te laat, het glas staat al op tafel. De melanzane zijn goed, goedkoop (13,50) en genoeg om de hele avond op te teren. De ossenhaas is goed klaargemaakt (rood maar wel warm van binnen), de saus met aardbeien is leuk, maar het gerecht (met schaaltje saaie groenten en aardappeltjes) legitimeert geenszins een prijs van 34,50. Voor dat geld eet je elders in de stad een simpel, maar voortreffelijk driegangenmenu.

De sgroppino die aan tafel wordt ‘geslagen’ verdient een vermelding (de perzikwodka, een verwijzing naar de cocktail Bellini, werkt wonderwel). Evenals de zelfgemaakte limoncello. Om vijf over tien krijgen we te horen dat de keuken om tien uur sluit en dat we nog maar keuze hebben uit drie desserts (waaronder een machtige maar goede tiramisu). Al met al een wisselende ervaring.

Elke week test onze recensent Joël Broekaert het favoriete Amsterdamse restaurant van een bekende Nederlander.