Gestoord

Goddank – het is weer voorbij. De eerste keer dat je een groep groen geverfde meisjes ziet kikkeren in het Vondelpark of een kliekje jongens zonder broek ineens een lied hoort aanheffen op de Nieuwmarkt denk je nog even dat je te maken hebt met iets leuks; een flashmob, een groep kunstenaars, of in elk geval creatieve geesten, maar dan weet je ineens weer: het is groentijd. De periode waarin eenzame en/of ambitieuze feuten collectief vernederd en uitgeput worden om later samen zogenaamd een toptijd te hebben.

Wanneer ik ze zo zie, probeer ik me oprecht in ze te verplaatsen. Dat is voor mij vrij lastig. Ik geef ruiterlijk toe dat ik een verwend Amsterdam-Zuid meisje ben dat ook nog eens gewoon in Amsterdam bleef studeren. Ik hoefde niet, zoals velen van hen, al mijn moed bijeen te rapen om mijn ouders uit te zwaaien, mijn dierbaarste bezittingen in één verhuisdoos te proppen en op de trein te stappen naar een grote stad. Een stad waar de mensen anders praten, anders doen, waar je niemand kent en waar je de weg niet weet. Als je niet onpasselijk wordt van de gedachte aan verplichte borrels en een overdaad aan regels, kan ik me best voorstellen dat je je per ongeluk hebt aangesloten bij een studentenvereniging. Maar wat ik niet begrijp is dat je bereid bent om daarvoor die ontgroening door te maken. Heb je net die dappere stap richting je nieuwe leven gezet, laat je je vervolgens door een plofkop uit een hoger jaar dwingen om uitgedost als iets wat het midden houdt tussen een drol en een varken een bierflesje te pijpen en ondertussen het Wilhelmus aan te heffen.

Wie zichzelf dat laat aandoen, verdient het niet om hier te komen wonen. En hoe meer ik erover nadenk, des te gestoorder vind ik het dat de intellectuelen van de toekomst op deze manier kennismaken met onze stad. Een stad waar het absoluut niet nodig is om je eenzaam te voelen. Voor wie echt een goeie studietijd wil hebben in Amsterdam, heb ik een advies: laat dat verenigingsleven zitten en maak zelf je avontuur. Het is nog niet te laat! Neem een Cineville-pas en ga naar alle films in alle verschillende bioscopen. Blijf na afloop nog even hangen in Kriterion of EYE. Daar zijn genoeg leuke mensen en je kunt altijd praten over wat je net gezien hebt, dus gespreksstof genoeg. Ben je nog iets vrijzinniger aangelegd, pak dan de fiets naar Ruigoord en blijf daar tot het regent. Wie tijdens het schuilen geen vrienden heeft gemaakt, lijdt aan een bepaalde vorm van autisme (en in dat geval is het sowieso beter dat je niet bij een vereniging zit). Wie van muziek en heerlijke tosti’s houdt, zou ik aanraden om een zondagmiddagconcertje bij Concerto te bezoeken of Subbacultcha!- lid te worden en naar avonden in de OT301 te gaan. Ik zou sowieso gaan dansen in alle clubs, picknicken in alle parken, slenteren over alle pleinen en bier gaan drinken in alle cafés. Of nog beter: ik zou me helemaal niet laten vertellen wat ik moest doen. Dat is de enige regel in sociëteit Amsterdam.