Gered door samenwerking

Volgende week is het zeventig jaar geleden dat de redding van de Deense Joden plaatsvond. Historicus Bo Lidegaard ontrafelde de mythe.

Bo Lidegaard: ‘De Denen gedroegen zich zoals je hoopt dat mensen zich gedragen onder dergelijke omstandigheden.’ Foto Bram Budel

Een van de wonderen van Denemarken is dat bijna alle Deense Joden de Tweede Wereldoorlog hebben overleefd. Van de bijna achtduizend Joden die Denemarken telde toen nazi-Duitsland het land begin mei 1940 bezette, zijn er slechts 116 vermoord in de Duitse concentratie- en vernietigingskampen. Het grootste deel van de anderen werd gered door de Denen. Die brachten in de eerste week van oktober 1943 duizenden Joden vanuit Deense kustplaatsen in boten over naar het neutrale Zweden.

Over de redding van de Deense Joden schreef Bo Lidegaard, historicus en hoofdredacteur van het Deense dagblad Politiken, het boek Landgenoten. „Met dit boek wil ik laten zien hoe de mythische redding van de Deense Joden precies in elkaar stak”, zegt Lidegaard in het café-restaurant van NRC Handelsblad in Amsterdam. „De mythe is eenvoudig: de dappere Denen hebben de Joden gered uit de klauwen van de Duitsers. Dat is niet onwaar, maar zo simpel was het toch niet. De redding was het gevolg van een ingewikkeld samenspel van Denen, Duitsers en Joden. Zo hebben de Duitse bezetters, op de fanatieke Gestapo-officier Juhl na, niets gedaan om de overtocht te verhinderen. Ook lieten ze van tevoren weten dat alle Joden in Kopenhagen in de nacht van 1 op 2 oktober zouden worden opgepakt. Dit gaf de Joden in Kopenhagen de kans om naar kustplaatsen te vluchten. Ook dat verhinderde de Duitsers niet, hoewel hun vlucht zichtbaar was. Duizenden mensen liepen met koffers door Kopenhagen te zeulen.”

Al vijftien jaar geleden kwam Lidegaard op het idee om Landgenoten te schrijven. Toen ontdekte hij dat Palle Marcus als jongen een dagboek had bijgehouden tijdens zijn vlucht naar Zweden. „Zijn vader Gunnar en nog enkele familieleden bleken eveneens een dagboek te hebben geschreven”, vertelt Lidegaard. „Ook anderen, zoals de misdaadverslaggever van Politiken Vilhelm Bergstrøm hebben uitgebreide notities gemaakt. Toen besloot ik een reconstructie van de vlucht van de Joden te schrijven aan de hand van dagboeken, brieven en notities. Van het boek zelf heb ik ook een soort dagboek gemaakt. Landgenoten begint op 26 september 1943 en eindigt op 9 oktober.”

Ondanks de redding van de Joden tobt ook Denemarken met zijn oorlogsverleden. Het debat gaat over de vraag in hoeverre de Deense samenwerking met de Duitsers collaboratie was. Uit uw boek krijg ik de indruk dat juist de samenwerking de redding van de Joden mogelijk heeft gemaakt.

„Ja, dat is precies de paradox van de samenwerking met de Duitsers. Denemarken gaf zich in mei 1940 zonder de slag of stoot over. Regering en koning bleven aan de macht: Denemarken bleef een soevereine staat.

„Natuurlijk deed de regering concessies aan de Duitsers. En de Deense landbouw en industrie profiteerden van leveringen aan de Wehrmacht. Maar op één punt gaven de regering en de koning geen duimbreed toe: er werden geen maatregelen tegen de Joden genomen. Telkens als de Duitsers wilden dat de regering iets deed aan de ‘Joodse kwestie’, was het antwoord: nee, Denemarken heeft geen ‘Joodse kwestie’. Hierdoor bleven de Deense Joden tot de terugtreding van de regering eind augustus 1943 ongemoeid.”

Waarom weigerde de Deense regering zo halsstarrig iets te doen aan de ‘Joodse kwestie’?

„Omdat maatregelen tegen de Joden onconstitutioneel waren. Joden zijn landgenoten en alle Deense staatsburgers zijn, ongeacht hun geloof, gelijk voor de Deense wet, was het standpunt.

„De weigering kwam voort uit de overtuiging dat als de Denen anti-Joodse maatregelen toelieten, ze een monster binnenhaalden. Het was de enige manier om de Deense samenleving en de rechtsstaat te redden.”

In de herfst van 1943 namen de Duitse bezetters wél maatregelen tegen de Joden. Maar ze maakten er niet veel werk van. Waarom niet? De regering was afgetreden en nu konden ze toch doen en laten wat ze wilden?

„Omdat er de Duitsers toch veel aan gelegen bleef de samenwerking niet al te zeer verstoren. Duitsland beschouwde Denemarken als het ideale bezette land, met een eigen parlement dat bleef functioneren. Zo moest het eigenlijk ook in Nederland en Noorwegen zijn, vonden ze.

„Berlijn wilde maatregelen tegen de Joden, maar de Rijkscommissaris van bezet Denemarken, Werner Best, wilde niet al te confronterend te werk gaan. Dat kwam niet doordat hij geen antisemiet was. Hij was een overtuigde nazi en had gediend in Oost-Europa waar de Joden massaal waren afgeslacht. Misschien dacht hij er ook aan dat hij zich na de oorlog moest verantwoorden voor zijn daden – hij leek te beseffen dat Duitsland de oorlog zou verliezen.

„En dus bepaalde hij dat de razzia’s maar één nacht zouden duren en dat er geen deuren zouden worden ingetrapt als er niet werd opengedaan. Bovendien liet hij de datum van de razzia’s uitlekken.

„Toen vrijwel alle Deense Joden naar Zweden waren overgezet, liet Best Berlijn weten dat Denemarken ‘entjudet’ was. De machthebbers in Berlijn deden daar niet moeilijk over. Die wilden de verhoudingen met de Denen ook goed houden.”

Wat opvalt in uw boek is dat het overzetten van de Joden een spontane actie was. Er was niets georganiseerd en de redding verliep chaotisch.

„Het overzetten van Joden in een week tijd was totaal geïmproviseerd. Er was geen leiding. Op de nationaal-socialistische Denen na kwam iedereen die bij machte was iets te doen, spontaan in actie. Dat is het echte wonder van Denemarken. Achteraf weten we dat de Duitsers er niet veel tegen deden, maar dat wisten de Denen niet.

„Vergeet ook niet dat Gestapo-officier Juhl tientallen Joden heeft opgepakt, en dat er hier en daar wel degelijk geschoten is. Met recht waren de Denen bang, en toch hielpen ze. Ze gedroegen zich zoals je hoopt dat mensen zich gedragen onder dergelijke omstandigheden.”

In Nederland wordt nu een debat gevoerd over wat de Nederlanders tijdens de oorlog precies wisten van de Holocaust. Historicus Bart van der Boom beweert dat men niet wist dat de meeste weggevoerde Joden meteen na aankomst werden vergast. Als dat bekend was, hadden de Nederlanders, Joods en niet-Joods, zich wel anders gedragen, vermoedt hij. Wat wist men in Denemarken van de Holocaust tijdens de oorlog?

„Ik ben geneigd Van der Boom gelijk te geven. In Denemarken deden allerlei geruchten de ronde over het lot van de Joden in Oost-Europa, maar niemand wist er het fijne van. Zeker was dat er verschrikkelijke dingen gebeurden, onbekend was wat precies. En ik denk ook dat de Deense Joden zich anders hadden gedragen als ze hadden geweten dat de meeste Joden direct na aankomst in Auschwitz werden vergast.

„Daar komt natuurlijk bij dat de massale vergassing van Joden iets was dat moeilijk onder ogen was te zien. Men kon het niet geloven. Iets dergelijks zie je bij een van de Joodse gezinnen die ontsnapten. Het gezin Hannover ging een paar dagen voor de razzia naar de kust. Na een dag of drie begint moeder Hannover te twijfelen of de Duitsers wel echt iets gaan ondernemen. Kunnen we niet gewoon terug naar huis, vraagt ze zich af. Dan horen de ouders bij toeval op de radio in een hotel dat de Duitsers in Kopenhagen razzia’s hebben gehouden. Maar dat nieuws houden ze voor zichzelf. Dat vertellen ze niet aan de andere Joodse vluchtelingen, zelfs niet aan hun kinderen.

„Waarom? Het was een kwestie van leven en dood en daar zwegen ze over? Het was ondraaglijk, denk ik, dat ze tot criminelen waren verklaard. Dat konden ze niet aan.”

De les uit de redding van de Deense Joden is dat politiek ertoe doet, schrijft u. Wat bedoelt u daarmee?

„Het was een politieke keuze om de Joden als landgenoten te beschouwen. Al voor de oorlog, in 1938-39, nam het Deense parlement een wet aan die racisme expliciet verbood. Een rechts parlementslid vond dit onnodig, want in de grondwet stond toch al dat iedereen gelijk was. Toen antwoordde de minister van Justitie dat de wet wel degelijk nodig was. Lees maar wat Hitler schrijft in Mein Kampf, zei hij, en wat Goebbels nu zegt in zijn toespraken. De wet werd met grote meerderheid aangenomen en bleef gedurende de Duitse bezetting van kracht.

„Nu staan we weer voor de vraag wie Deens is en wie niet. In Denemarken wordt het debat over immigratie en immigranten al veel langer gevoerd dan in Nederland. De vraag wie wij zijn, is een fundamentele, politieke vraag. De beantwoording ervan bepaalt wie je uitsluit.”

Bo Lidegaard: Landgenoten. Het ‘wonder van Denemarken’. Balans, 464 blz. € 22,50