Een mannetje van de wereld

Het Nederlandse clubvoetbal is vorige week hard met de neus op de feiten gedrukt: het stelt op Europees niveau weinig tot niets voor. Niemand hoeft er verbaasd over te zijn. Wie aardig tegen een bal kan trappen, doet dat meestal niet in Nederland, maar in Engeland, Spanje, Italië, Rusland, Turkije of nog een ander land.

Er zijn meerdere elftallen te maken van Nederlandse voetballers die in het buitenland hun geld verdienen. Al zijn het er in de absolute top niet veel meer. En ze verkiezen op steeds jongere leeftijd het bestaan van de expat. Heel wat jongens met aanleg – en in de puberleeftijd – gaan voor het avontuur of hun droom al op hun zestiende jaar naar een land waar Russische oligarchen, Arabische oliesjeiks, Amerikaanse tycoons of banken die royaal zijn met leningen de kassen van voetbalclubs vullen.

Karim Rekik, die nu een jaartje op huurbasis in Nederland, bij PSV, zijn kwaliteiten mag tonen, is een voorbeeld van een speler die bezig is aan een perspectiefvolle loopbaan, nadat hij op 16-jarige leeftijd van Feyenoord verkaste naar Manchester City. Maar er zijn ook elftallen te formeren van jongens die het in het buitenland niet maakten en nu, een paar jaar later teruggekeerd in Nederland, ontdekken dat hun ontwikkeling op voetbalgebied heeft stilgestaan.

Dat gegeven stopt de exodus van voetbaltalent niet. Buitenlandse scouts bezoeken nog net niet de peuterspeelzalen in Nederland om te zien of daar nog wat ronddribbelt. Maar toen een scout van FC Barcelona een keer in Frankrijk een 9-jarig ventje aardig zag ballen, sloeg hij toe. En dus zette Fodé Fofana uit Groningen vorige maand een grote stap. Op 10-jarige leeftijd verruilde hij GVAV Rapiditas, waar FC Groningen het talentje liet voetballen, voor FC Barcelona. Een contract voor vijf jaar. Fodé liet niet alleen FC Groningen ervoor lopen, maar ook Ajax.

Tijdens een stage bij Barca had hij volgens de website soccernews.nl al laten weten dat hij „niet onwelwillend” tegenover zo’n overstap stond, wat nogal deftig klonk. Maar met een Russische moeder en een Afrikaanse vader ben je als Gronings voetballertje dat in Frankrijk is ontdekt en in Spanje gaat spelen natuurlijk al aardig een mannetje van de wereld. Zijn trainer bij GVAV Rapiditas zei volgens het AD bovendien dat Fodé „buiten het veld een heer” is (hij voegde er uiteraard aan toe: „binnen de lijnen een beest”).

Niet iedereen is verrukt over zo’n kindertransfer. Johan Cruijff bijvoorbeeld niet. „Op die leeftijd moet je nog de puberteit ingaan en kan je beter in een vertrouwde buurt doorgroeien”, zei hij laatst toen hij weer eens uit Barcelona was overgewipt naar Amsterdam.

Het is dus maar goed dat de trotse vader Fofana meegaat naar Barcelona. „Het gaat om Fodé en zijn droom”, zei hij in het Dagblad van het Noorden. „Hij heeft een talent en Barcelona geeft hem de kans zijn talent verder te ontwikkelen. Welke ouder wil zijn kind die kans niet geven?” Als het verblijf in Catalonië de Fofana’s bevalt, volgt moeder een jaar later. Het kan natuurlijk geen kwaad dat de ouders erop letten dat hun zoontje behalve het voetballen ook zijn lezen en schrijven verder ontwikkelt en, niet vergeten, het kan van pas komen, rekenen.

Deze maand sloeg FC Barcelona ook in Zweden toe. Barça trok Zico Marecaldi van BK Olympic Malmö aan. Hij is 9 jaar. Achteraf bezien was die Lionel Messi, die 13 was toen hij de oceaan overstak om van Argentinië naar Barcelona te gaan, eigenlijk al een veteraan.

Dus, ouders, als u binnenkort langs de lijn een man in een lange jas met meer dan gewone belangstelling uw zoontje ziet volgen, verlekkerd kijkend naar zijn blote benen, schrik dan niet. Het is maar een scout, of een spelertjesmakelaar.

John Kroon is NRC-redacteur en -commentator